Luisteren op geleende grond

Een bijdrage van Katherina Lindekens & Inne Eysermans

Oorlog en vrede: het is een thema dat in 2026 meteen doet denken aan een wereldkaart vol conflicthaarden. Toen B’Rock ons uitnodigde om nieuwe geluiden te weven rond muziek van Schütz en tijdgenoten, besloten we uit te zoomen. Welke sporen van het verleden horen we in onze vertrouwde omgeving? En hoe leeft de natuur door na periodes van menselijk conflict? We legden onze oren (en microfoons) te luisteren op een handvol plaatsen waarmee we een bijzondere affiniteit hebben. Op basis van die veldopnames creëerden we composities die als eilanden op- en onderduiken in de stroom van het programma. 

Inne groeide op in de buurt van het Fort van Kessel, waar ze sinds haar kindertijd gaat wandelen: vroeger met haar ouders, nu met haar hond. De bouw van dit fort begon in 1909, als onderdeel van de verdedigingslinie rond Antwerpen. In 1914 werd het – nog onvoltooid – in de strijd gegooid. Op 4 oktober om 6 uur namen de Duitsers het bouwwerk onder vuur. Vijf uur en 123 ‘Dikke Bertha’s’ later lag het in puin. Op 16 mei 1940 voltrok zich een gelijkaardig scenario op de inmiddels heringerichte site. Of: hoe fragiel militaire infrastructuur kan zijn. Als we doorspoelen in de tijd, tekent zich ook een ander verhaal af. Na de wereldoorlogen begonnen er spontaan eiken, berken en bramen te groeien. Er kwam een natuurbeheerplan om het fort en de omgeving te bewaren. Inmiddels overwintert er jaarlijks een grote populatie zeldzame vleermuizen, en laten Canadese ganzen van zich horen. Het historische monument is een levendige ontmoetingsplek geworden, waar jong en oud, het menselijke en het meer-dan-menselijke samenkomen. 

Voor de Westhoek, met name voor de Ganzenpoot in Nieuwpoort, koesteren we beiden een grote fascinatie. Via dit sluizencomplex werd, iets later in oktober 1914, de IJzervlakte onder water gezet. De riskante ingreep van schipper Hendrik Geeraert en waterbeheerder Karel Cogge legde het verloop van de Eerste Wereldoorlog in een beslissende plooi. We luisterden naar het werk van hun professionele nazaten: het bedienen van stuwen, sluizen en bruggen. Dagelijks dansen scheepvaartbegeleiders met de natuur, op de grens tussen zout en zoet water en op het ritme van de getijden. Vandaag laten ze het water in de geijkte richting stromen: van het land naar de zee. Alleen in het voorjaar worden de stuwen bij hoogwater soms even op een kier gezet, om glasaaltjes landinwaarts te helpen. Die bijzondere palinglarven leggen duizenden kilometers af om in onze rivieren te komen opgroeien. Pas aan het eind van hun leven keren ze terug naar de Sargassozee, waar ze paren en sterven. 

In de Franse Pyreneeën, vlakbij de Spaanse grens, ligt Aulus-les-Bains. Vandaag oogt het kleine bergdorp idyllisch, met zijn thermale geschiedenis, de rivier Le Garbet en de CAMP-hub voor muziek en geluidskunst, waar Katherina meerdere workshops volgde. Maar het verhaal van deze plek heeft een duistere bladzijde. In 1942 werden meer dan zeshonderd Joodse mensen naar Aulus gedreven. Voor velen zou het een tussenhalte worden op weg naar de concentratiekampen. Anderen, onder wie enkele Belgische families, viel een gunstiger lot te beurt. In de gemeenschap van boeren en herders broeide verzet. Op gevaar voor eigen leven hielpen deze passeurs kleine groepjes mensen de ontzagwekkende bergen van de Ariège over, tot aan de Spaanse grens. Bernadette Rogalle vertelde ons hoe haar moeder en grootvader op 5 december 1942 een groep van negen mensen hielpen te vluchten. Naast een monument en een museum lijkt ook het landschap zelf deze episode te gedenken, bij monde van alle wezens die het animeren. 

‘Een volk dat zijn geschiedenis vergeet, is gedoemd ze te herbeleven,’ zei Bernadette in de loop van ons gesprek. Hoe vaak denken we aan dat verleden, terwijl we ons door het alledaagse heden bewegen? Laten oorlogen en invasies, heerschappijen, regimes en revoluties zich aflezen aan een landschap, als jaarringen van een boom? Hoeveel geschiedenis schuilt er achter het gemiddelde metroplan van een stad? In de namen van straten en pleinen? In de opeenstapeling van architecturale stijlen, soms binnen één gebouw? Hoe lang werkt een collectief geheugen door?

Het zijn vragen die Katherina steeds vaker bezighouden in Portugal, het geboorteland van haar moeder die groeide op in een voorstad van Lissabon, waar de Taag uitmondt in de oceaan. Op haar twaalfde vluchtte ze samen met haar ouders voor de dictatuur van Salazar. De iconische rode brug over de rivier droeg ooit zijn naam, maar werd later omgedoopt tot ‘Ponte 25 de Abril’, ter herinnering aan de Anjerrevolutie. De auto’s en treinen die over haar roosters razen, laten spookharmonieën over het water golven. Het is slechts een van de vele lagen in het contrapunt van de Portugese geschiedenis. Feniciërs, Romeinen, Moren, Spanjaarden en Portugezen. Vissers en zeevaarders, koningen en kolonisatoren. Veldslagen, vredesverdragen en overzeese oorlogen met een litanie aan gesneuvelden. Inspiratie genoeg voor de gemiddelde fadista en diens saudade. De rivier luistert, omzoomd door een krans van forten uit dezelfde periode als de muziek van Schütz & co. 

Als je lang genoeg stil bent en luistert, komt het verleden soms verrassend dichtbij. In het luisteren tonen zich onvermoede verhalen, verbanden en echo’s. Zeker wanneer gespecialiseerd materiaal ook datgene hoorbaar maakt wat gewoonlijk voor de mens onhoorbaar is: onderwatergeluiden, de vibraties in metaal, het knetteren van sneeuwvlokken. Een geofoon die contact maakt met de aarde neemt je mee naar de geschiedenis van de bodem en de actieve levens van allerhande organismen. Tijdlagen schuiven over elkaar heen als tektonische platen, en plots klinkt het logisch dat in 1862 fossiele resten van dolfijnen werden opgegraven aan het Fort van Mortsel, of dat de Noordzee – lang voordat de mens ze begon in te dijken – reikte tot de Kemmelberg. Ook dit concert zou je een ‘musico-geologisch’ experiment kunnen noemen: wat hebben zeventiende-eeuwse muziek en hedendaagse field recordings elkaar te vertellen? 

‘Niets bestaat dat niet iets anders aanraakt’: ook dit adagium van Jeroen Brouwers krijgt nieuwe betekenis wanneer je ergens landt en luistert. Als je de tijd neemt om, met de schroom van een beleefde bezoeker, een omgeving te betreden en ze aan je te laten wennen. Jij luistert naar het landschap, maar het omgekeerde is even waar. In wezen horen we allemaal dezelfde oceaan, waarvan de kleinste trilling op het wateroppervlak intercontinentaal kan reizen. Aandachtig luisteren kan die ecologische samenhang tastbaar maken, en bijdragen aan een besef dat Francesca Albanese recent als volgt verwoordde: ‘We leven in een wereld die we niet hebben geërfd van onze voorouders, maar lenen van onze kinderen.’ 

De vele geluiden en getuigenissen waar we dankzij dit project naar mochten luisteren, maakten ons nog iets duidelijk: dat tegenover oorlog, imperialisme en genocide ook altijd verzet, solidariteit en menselijkheid hebben gestaan. Deze waarden klinken door in de duizenden stemmen die onvermoeibaar blijven protesteren tegen onrecht, discriminatie en geweld. Misschien is de belangrijkste functie van omkijken dus wel om vooruit te kunnen blikken. Of, zoals we lazen in het Museu do Aljube, een voormalige gevangenis van Salazars regime: ‘Zonder geheugen is er geen toekomst.’ Welke sporen liet de geschiedenis voor ons achter, en welke nieuwe wegen willen we inslaan? 

Put me on the waiting list

Wish list

Added:

To wishlist

Subscribe to the newsletter