Teleman(n)ia

Een bijdrage van Sven Sabbe

Soms overvalt de waarheid je op een plek waar je die niet verwacht. Op YouTube bijvoorbeeld, onder de opname die pseudonym vorig jaar online plaatste van het ‘Modéré’ uit Telemanns ‘Quatuor nr. 6’. “Mocht dit het enige stuk muziek zijn dat we van Telemann kenden, dan was hij een van de grootsten.” Getekend, @dongsoks.

Hoe vreemd kan de geschiedenis inderdaad plooien? Over Johann Sebastian Bach of Georg Friedrich Händel is er geen twijfel: zij zijn twee van de grootsten. Nochtans moest Georg Philipp Telemann in zijn tijd niet onderdoen. Hij schreef honderden, duizenden werken – van een zittend gat kan je hem niet betichten – en slaagde er in om de Duitse, Italiaanse en Franse stijlen van de tijd te verzoenen. Als autodidact (die zichzelf bovendien ook een half dozijn instrumenten had leren spelen) werkte hij zich op tot cantor en muziekdirecteur in Hamburg. Een baan die hem niet alleen roem en aanzien bracht in Duitsland, maar ook in de rest van Europa. 

Dat aanzien bracht hem in 1737 in Parijs, op uitnodiging van enkele vooraanstaande musici uit de lichtstad: fluitist Michel Blavet, violist Jean-Pierre Guignon, gambist Jean-Baptiste Forqueray en een cellist met de familienaam Édouard. Zij waren grote fans, en voerden zijn kwartetten al langer uit in de Parijse salons. Een bezoekje aan de opera overviel hem: na een uitvoering van Jean-Philippe Rameaus ‘Castor et Pollux’ werd hij verliefd op de subtiliteiten van de Franse stijl. De lokale elite, niet verstoten van enige ijdel, vonden het dan weer heerlijk dat een Duitse componist hun muziek zo omarmde en prachtig tot leven wist te wekken. 

Tijdens zijn bezoek stal Telemann met ogen en oren: hij liet zich omringen door de allerbeste musici, bestudeerde de Franse uitvoeringspraktijk en dansvormen, en incorporeerde ze in zijn composities. Zijn reeds bestaande kwartetten kregen een nieuwe, Parijse uitgave, wat zijn status nóg vergrootte, en nóg meer positieve reacties uitlokte van de beau monde. Ik kan me er alleen maar Beatlesachtige of Lisztomanische taferelen bij voorstellen, al zal het er ongetwijfeld deftiger aan toegegaan zijn. Telemann had in elk geval de tijd van zijn leven: hijzelf werd van concert naar concert op handen gedragen en zijn muziek werd geadoreerd. Hij zou er in totaal acht maanden blijven. In zijn geschriften blikt hij er later op terug als een van de hoogtepunten van zijn leven. 

De Parijse kwartetten tonen Telemann op het hoogtepunt van zijn kunnen: als cosmopolitisch componist die stijlen en smaken weet te verenigen tot een eigen, herkenbare taal. Ze getuigen van zijn vakmanschap, zijn gevoel voor klankkleur en zijn vermogen om muziek te schrijven die zowel intellectueel prikkelend als direct toegankelijk is. Ruim tweeënhalve eeuw na hun ontstaan blijven ze een levend bewijs van zijn blijvende betekenis in de muziekgeschiedenis. @dongsoks heeft helemaal gelijk. Vive Telemann!

Sven Sabbe is musicoloog en content manager bij Muziekcentrum De Bijloke

Put me on the waiting list

Wish list

Added:

To wishlist

Subscribe to the newsletter