Les goûts réunis

Een bijdrage van Liane Sadler

In het achttiende-eeuwse Frankrijk worstelden zowel componisten als luisteraars met het vinden van een evenwicht tussen de verfijnde tradities van de hoofse Franse muziek en de opwindende verleidingen van invloeden van buitenaf. De Italianen maakten indruk met hun virtuositeit en nieuwe muzikale vormen, volksinvloeden drongen geleidelijk door in het collectieve bewustzijn, en zelfs buitenlandse componisten pasten de Franse stijl op nieuwe manieren toe, wat leidde tot een oprekking en verschuiving van het gevestigde begrip van ‘goede’ smaak. Werken kregen nieuwe benamingen en verweefden op subtiele (of minder subtiele) wijze nieuwe stijlen in hun textuur, maar dit alles via uiterst verfijnde compositorische middelen – waardoor de aandacht werd afgeleid van de subtiele onderliggende muzikale revoluties die zich voltrokken.

Het bezoek van de Duitse componist Georg Philipp Telemann aan Parijs in 1737-1738 veranderde zijn compositiestijl voorgoed. Nadat hij Jean-Philippe Rameaus opera 'Castor et Pollux' had gehoord, begon hij deze voorbeeldige Franse stijl gretig in zijn eigen werken te verwerken. Hij had in 1730 al een reeks van zes kwartetten voor fluit, viool, contrabas en continuo gepubliceerd, waarin de Italiaanse, Duitse en Franse stijlen naast elkaar te horen waren in concerten, sonates en suites. Tijdens zijn reis naar Parijs liet hij deze in Frankrijk heruitgeven, nu samen met een nieuwe tweede reeks. Deze tweede reeks – de 'Nouveaux quatuors' – werd na deze reis naar Parijs geschreven, specifiek voor de beroemde Parijse virtuozen Michel Blavet (traverso), Jean-Pierre Guignon (viool) en Jean-Baptiste Forqueray (viola da gamba) – Telemann begeleidde hen oorspronkelijk zelf op de klavecimbel. Alle twaalf stukken staan nu bekend als de ‘Parijse Kwartetten’, als eerbetoon aan deze transformatieve periode in Telemanns leven en de meesterwerken die daaruit voortkwamen.

De ‘Nouveaux quatuors’ zijn een uiterst verfijnd voorbeeld van een ware versmelting van Europese stijlen in een reeks Franse suites. Franse dansritmes en -vormen bieden een kader voor schitterend contrapunt en melodische composities die talrijke oorwurmen waardig zijn. Niettemin flitsen er Italiaanse invloeden doorheen, en zelfs uitbarstingen van Poolse volksmuziek vinden hun weg naar de composities, geheel in de stijl van Telemann. Deze stilistische vermenging belichaamde het idee van “les goûts réunis” – de “herenigde” smaken van Franse en Italiaanse muziek, een begrip en traditie die eerder door François Couperin was voorgesteld – en zorgde voor een nieuwsgierige en gevierde ontvangst: de abonneelijst voor deze uitgave telde 237 namen, waaronder een “Bach uit Leipzig”.

In dit programma stort het ensemble pseudonym zich halsoverkop in deze verzameling en verkent het verschillende voorbeelden uit elk van deze twee reeksen kwartetten en de uiteenlopende stijlen die Telemann vakkundig in de werken tot uiting bracht. Als bijzonder extraatje heeft elk lid van het ensemble ook een korte soloprelude gecomponeerd als inleiding op elk van de kwartetten, een verwijzing naar de barokke instrumentale traditie van improviseren en componeren.

Put me on the waiting list

Wish list

Added:

To wishlist

Subscribe to the newsletter