‘Mijn instrument moet klinken als een zangstem’

Saxofoniste Melissa Aldana en trompettist Marquis Hill veroveren in sneltempo de internationale podia. En er is wel meer wat ze gemeen hebben. ‘We voegen iets nieuws toe aan de smeltkroes die jazz is.’

Sven Sabbe

“It takes courage to go into the unknown.” Met die quote van Wayne Shorter opent ‘Composers Collective: Behind the Jukebox’, het recentste album van trompettist Marquis Hill. Het is een zin die even goed past bij saxofoniste Melissa Aldana. Diep geworteld in de jazztraditie maar met een eigen frisse stijl veroveren deze twee jonge krachten de internationale concertpodia.

Het verhaal achter elke noot

Melissa Aldana werd geboren in Chili, maar verkaste op haar zeventiende naar de VS. Ze spreekt ons toe vanuit haar fl at in New York. “Muziek was als een toevluchtsoord voor me. Ik kan me goed herinneren dat ik samen met mijn vader urenlang naar zijn Blue Note-collectie luisterde. Hij was zelf saxofonist, net als mijn grootvader, dus het is niet vreemd dat Sonny Rollins of John Coltrane vaak de revue passeerde. Het is me altijd bijgebleven hoe de muziek een verhaal vertelde, en dat de muzikant de verteller was. Mijn vader maakte er een sport van om bij elke luisterbeurt een nieuw verhaal te verzinnen, om me zo beter te doen beseff en waar de muziek over ging. Toen ik genoeg centen had gespaard om een vlucht naar de VS te betalen, nam ik de sprong. Ik wist niet of ik het ging redden, maar ik voelde me er wel meteen thuis.”

Spoiler alert: ze zou het redden. Meer nog: vandaag brengt ze haar platen uit op datzelfde iconische Blue Note-label. Na een opleiding aan de beroemde Berklee School of Music in Boston, waar ze les kreeg van Joe Lovano en George Garzone, kwam in 2010 debuutplaat ‘Free Fall’ uit. Een paar jaar later won ze als allereerste vrouw de Thelonious Monk Jazz Competition (nu de Herbie Hancock Jazz Competition). Al die tijd bleef ze doen wat ze altijd al deed: luisteren naar muziek. “Ik probeer mijn eigen stem te vinden door naar die van anderen te luisteren. Wayne Shorter, Mark Turner, Chris Potter … Uren legde ik hun muziek op, transcribeerde elke lick, zocht naar het verhaal achter elke noot. Ik probeer nooit te kopiëren, maar meer de essentie te vinden van wat en hoe ze hun verhaal vertellen. Het is echt een manier om mezelf beter te leren kennen. Veel luisteren, om daarna los te laten, alles te vergeten, en gewoon keihard te spélen.”

Teamwork makes the dream work

Ook Marquis Hill, born and raised in Chicago, brengt tegenwoordig veel tijd door in New York. Hij won net als Aldana de Thelonious Monk Jazz Competition, zij het een jaartje later. De trompettist speelde afgelopen zomer nog op Gent Jazz, en maakte daarna tijd voor een babbel: “Het idee van mijn album ‘Composers Collective’ gaat over collectiveness. Vroeger speelden jazzmuzikanten elkaars muziek. Je ging kijken naar Freddie Hubbard die een compositie van Duke Pearson speelde, of naar Horace Silver die muziek van Art Farmer bracht. Waarom zijn we daar in godsnaam mee gestopt? Dus vroeg ik aan bevriende muzikanten zoals Joel Ross en Makaya McCraven om nummers voor mij te schrijven. Ze kregen de absolute vrijheid in hun compositie, maar wel in de wetenschap dat ik ze daarna naar mijn hand zou zetten. We zijn een team, en we voegen samen iets nieuws toe aan the melting pot that is jazz music.”

Die smeltkroes mag je letterlijk nemen. Van jongs af aan werd Hill geconfronteerd met allerlei soorten muziek: “Door gewoon in Chicago rond te hangen krijg je zoveel invloeden. De ene week speel je jazz, de week erna blues. Je wordt gevraagd voor een trouwfeest, om een misviering te begeleiden of om op café te jammen. Het vloeit allemaal heel natuurlijk uit de stad, en al die verschillende invloeden hebben bijgedragen aan mijn sound en de manier waarop ik muziek benader.”

Wat die sound is? “Ik probeer mijn trompet te laten klinken als een zangstem: warm, rond, met veel adem. Als Ella Fitzgerald of Sarah Vaughan zingen, hoor je een zachtheid die je in andere instrumenten niet snel vindt. Zó wil ik klinken.”

Melissa Aldana heeft hetzelfde doel voor ogen. “Net zoals ik saxofonisten ontleed, wil ik elk detail van de menselijke stem begrijpen. Hoe je naar een noot glijdt, hoe je subtiel emoties kan toevoegen aan een lange noot, hoe een vreemde melodie een song harmonisch sterker kan maken. Zangers hebben het voordeel dat ze ook tekst hebben om zich uit te drukken, maar ik geloof dat elke emotie al in de muziek zit. Het is ook menselijk: voor we als mensheid het schrift uitvonden, leerden we alles door het elkaar gewoon te vertellen. Je vindt je eigen stem door naar die van anderen te luisteren.”

Net daarom is jazz voor haar een universele taal: “Vorig jaar was ik op tournee met Jakob Bro, met onder andere Yannick Peeters (GingerBlackGinger) in de band. We kenden elkaar op voorhand niet, maar vonden elkaar op het podium. Met een open hart bereik je zoveel meer, zeker als je beiden de taal van de muziek spreekt. Net daarom speel ik in mijn kwartet al jaren samen met bassist Pablo Menares en drummer Kush Abadey. Ik vertrouw hen blindelings. Ik weet niet of ik mijn eigen unieke stem ooit helemaal zal vinden, maar ik weet wel dat ik die zoektocht nooit alleen zal moeten doen.”

Zet mij op de wachtlijst

Wenslijstje

Toegevoegd:

Naar wenslijstje

Inschrijven voor onze nieuwsbrief