Live klassieke muziek is altijd actueel

Is de klassiekemuziekwereld passé, zoals acteur Timothée Chalamet zei? Kan je een Israëlische dirigent cancellen? Het houdt onze artistiek coördinator Tom Janssens wakker. Hij schreef deze tekst voor Echo, de sectordag klassieke muziek in ons Muziekcentrum.

De timing van het jaarlijkse sectormoment voor de klassieke muziek in Vlaanderen en Brussel, dit jaar op 12 maart in Muziekcentrum De Bijloke, was heel passend: nog geen week eerder had Hollywoodacteur Timothée Chalamet zich laten ontvallen dat klassieke podiumkunsten volledig passé zijn. “Ik zou niet in ballet of opera willen werken, waar het gaat van: hé, hou dit in leven, ook al kan het niemand iets schelen.”

Zou het? Zou de voeling tussen maatschappij en klassieke muziek totaal ontwricht zijn? Mogen we de droom van een vitale muzieksector die zich verhoudt tot urgente of levensbelangrijke vraagstukken maar beter opbergen?

‘It’s Complicated’: de titel waaronder Echo dit jaar stond aangekondigd, gaf aan dat het verhaal tussen klassieke muziek en samenleving eerst en vooral een relationeel karakter heeft. Een relatie die – tegen het decor van een politiek, ecologisch of ethisch instortende wereld – steeds vaker onder druk komt te staan. Tijdens deze vijfde editie vroegen we ons dan ook af hoe klassieke muziek resoneert met de complexiteit van actuele, maatschappelijke kwesties.

Hoe kunnen musici en organisatoren zich positioneren ten opzichte van heikele thema’s zoals geopolitieke conflicten, diversiteit of klimaat, zonder daarvoor op de vingers getikt te worden door kunstvijandige politici of reactionaire stemmingmakers? Hoe heroveren we met vaak eeuwenoude repertoires de publieke ruimte zonder onszelf van ons publiek te vervreemden?

Aan de basis van zulke vragen ligt een diep verschil van inzicht over de maatschappelijke waarde van klassieke muziek. In zijn studie over absolute muziek besluit musicoloog Mark Evan Bonds als volgt: “Het idee van een volledig autonome kunst, vrij van externe omstandigheden, vindt tegenwoordig relatief weinig aanhangers, en de overtuiging dat we uitsluitend over muziek kunnen denken in termen van ‘de muziek zelf’, los van alle bredere contexten, wordt door velen niet meer onderschreven.” Hoe graag ik deze woorden ook zou willen onderschrijven, dit is een bijzonder naïeve veronderstelling. Velen zien klassieke muziek nog steeds als een zuivere, autonome kunst, verdedigd door geniale musici die een of andere superioriteit bewaken. Maar ook het omgekeerde moeten we laten indalen. Wat nog veel meer anderen zien – Timothée Chalamet op kop – is het beeld van suffe cultuurburgers die roerloos en epigonaal naar een symfonie of opera zitten te luisteren. Ook dit soort verdachtmakingen houdt de idee in stand van een sector die wentelt in wereldvreemdheid.

Interne spanningen

Geëngageerde musici of programmatoren zien zichzelf als behoeders van de kwaliteit van het tijdloze én voelen de opdracht om zichzelf op een relevante manier te verhouden tot het heden. De discussie die dan losbreekt tussen activisme en bezonnenheid, tussen engagement en conservatisme lijkt gedoemd om aan interne spanningen ten onder te gaan.

De vraag hoe we daarmee moeten omgaan is niet eenvoudig, omdat het raakt aan veel dingen tegelijk: liefde voor composities, de geborgenheid van een concertzaal, appreciatie voor talent. Zie daar maar eens doorheen te argumenteren zonder op verzet, kramp of spanning te stoten.

Als we een cirkel willen trekken omheen wat het is dat klassieke muziek vermag, mogen we ons dus niet laten verkrampen door een verhit debat over een goedbetaalde dirigent die het niet waagt een mening te formuleren. Maar net zomin gaat het om de vraag of we nog mogen luisteren naar Schubert of Sjostakovitsj. Er is immers niks verwerpelijk, esthetisch achterlijk of maatschappelijk achterhaald aan uitstekende uitvoeringen van uitstekende muziek uit het verleden.

Artiesten versus publiek

Waar het wél om gaat en wat we blijvend moeten benoemen, is dit: live klassieke muziek is nooit absoluut, maar altijd actueel. Ook als de hedendaagsheid ervan buiten beeld blijft. Allereerst omdat er levende artiesten of musici op het podium staan, die hun hele lichaam en identiteit dapper voor het voetlicht brengen. De tolerantie daarvoor moeten we – uit respect voor elke kunstenaar – blijven afdwingen.

De top van onze beroepsgroep is geneigd om dit aan te zien voor common knowledge. Maar er is steeds ook een publiek dat naar uitvoerders kijkt en luistert: dit publiek is nooit een uniforme massa. Wat ons mogelijk ontbreekt, is een taal om inzichten over discriminerende ondertonen, politieke contexten, moeilijke verhalen en onderkende stromingen te vertalen naar omgangsvormen waar nieuwe en gediversifieerde publieken zich in kunnen herkennen. Om zoiets te bereiken moeten we de winst van slimme ingrepen durven delen met elkaar en de vloek van navelstaarderij bezweren.

Ten derde is er de muziek zelf: uitgevoerd in het hier en nu, binnen een onafwendbare actualiteit en alleen al daarom onlosmakelijk verknoopt met de omstandigheden waarin ze beleefd wordt. Het gaat niet op om holle woorden als troost, schoonheid en verbinding van stal te halen, zolang we die achtergrond uit de weg gaan. Wie weet hebben we met klassieke muziek, bij uitstek een kunst die bestaat bij gratie van collectieve luisterbereidheid, wel net een hefboom in handen om zaken uit het discussie-achtige te tillen.

Elke uitvoering van klassieke muziek is ten slotte inherent verbonden aan mechanismen van hogere machten, politieke besluiten en sociale structuren. In de nasleep van de controverse rond het in september 2025 geannuleerde concert met de Israëlische dirigent Lahav Shani hoorde ik soms zeggen dat dit – ondanks, of net door alle commotie – aantoont dat onze sector er toe doet. Maar is dat werkelijk zo? Is het niet eerder zo dat we toestonden dat er boven onze hoofden over ons gesproken werd? Dat er – in een debat dat er geen is – in onze naam stellingen ingenomen worden? Is dat iets wat we willen toestaan, en hoe kunnen we dat vermijden?

Dat zijn, samengevat, vier werven: artistieke persoonlijkheden, de dialoog met het publiek, depolariserend woordgebruik en de omgang met hogere machten. Het zijn niet toevallig de topics van de vier panelsessies van onze vijfde sectordag.

Bij wijze van slot wil ik denken aan wat Wytske Versteeg schreef in haar boek over waarheid. We denken vaak dat spraak het gevolg is van onze gedachten: we denken iets en formuleren vervolgens een zin. “Maar het omgekeerde is net zo goed waar. De gesprekken die we voeren bepalen wat en hoe we kunnen denken.”

Ik hoop dat we binnen onze sector gedachten kunnen vinden en verfijnen terwijl we luisteren naar elkaar, op zoek naar de juiste woorden.

Put me on the waiting list

Wish list

Added:

To wishlist

Subscribe to the newsletter