Erich Wolfgang Korngold: van Weens wonderkind tot Hollywoodheld

Korngold groeide op als wonderkind in het cultureel bruisende Wenen. Zijn vader Julius was een invloedrijke muziekcriticus en assistent van de gevreesde recensent Eduard Hanslick. Het hoeft dus niet te verbazen dat in dit muziekminnende midden Korngolds uitzonderlijke talent al vroeg werd herkend. Zijn vader pakte maar wat graag uit met zijn briljante zoon en legde de kleine jongen bijzonder veel druk op. Op elfjarige leeftijd kon hij Gustav Mahler tot zijn fans rekenen en maakte hij zo’n indruk op Hanslick dat die hem prompt ‘de nieuwe Mozart’ noemde. Niet eens zo’n slechte vergelijking, want ook Mozart kampte met een erg autoritaire vader. Als tiener componeerde Korngold al orkestwerken en kamermuziek die getuigen van een verbazingwekkende beheersing van het vak. Zijn opera 'Die tote Stadt' werd in 1920 een internationaal succes en vestigde definitief zijn naam als een van de belangrijkste componisten van zijn generatie.

Maar in de jaren 20 veranderde het politieke klimaat in Europa ingrijpend. Als Joodse kunstenaar werd Korngolds positie na de machtsovername door de nazi’s in 1933 steeds kwetsbaarder. In 1934 reisde hij naar Hollywood om muziek te bewerken voor de film 'A Midsummer Night’s Dream' op uitnodiging van regisseur Max Reinhardt. Het was de bedoeling dat dit een tijdelijk avontuur zou worden, maar hij was zodanig goed in zijn vak dat hij steeds nieuwe aanbiedingen kreeg. In 1938 werd hem gevraagd om muziek te schrijven voor de film 'The Adventures of Robin Hood' van de Warner Brothers. Hij neemt de opdracht aan en besluit zich noodgedwongen in Amerika te vestigen. Net op tijd, want in datzelfde jaar werd zijn huis in Wenen door de nazi’s binnengevallen en geconfisqueerd.

In Californië bouwde hij een nieuw, succesvol bestaan op. Hij werd een van de grondleggers van de symfonische filmmuziek. Zijn rijke orkestklank, lyrische melodieën en dramatische gevoel bleken perfect aan te sluiten bij het avontuurlijke Hollywood van de jaren dertig en veertig. Hij won met zijn filmscores zelfs twee Academy Awards. Brendan Carroll, musicoloog en stichter van de International Korngold Society, vat Korngolds succesformule treffend samen: “Door elke film te behandelen als een ‘opera zonder zang’ (elk personage heeft zijn of haar eigen leidmotief) creëerde hij intens romantische, rijk melodische en contrapuntisch complexe partituren, waarvan de beste een cinematografisch paradigma vormen voor de symfonische gedichten van Richard Strauss en Franz Liszt.”

Hoewel de filmbonzen Korngold aantrekkelijke contracten en een hoog loon boden, geraakte hij toch wat gedesillusioneerd. Hij ervoer zijn filmwerk immers nooit als een definitieve bestemming, hoe goed hij er ook in was. Hij beschouwde zichzelf in de eerste plaats als componist van concertmuziek. Kwatongen, onder wie zijn eigen vader, beweerden wel eens dat hij zijn artistieke integriteit aan Hollywood had verkocht. Hij hoopte vurig om na zijn pensioen als filmcomponist opnieuw een plaats te veroveren in het ‘serieuze’ muziekleven, maar dat bleek moeilijker dan verwacht. Niet alleen Europa was veranderd; ook het muzikale landschap had zich in een andere richting ontwikkeld. De laatromantische taal waarin Korngold excelleerde, was niet langer in trek.

Nochtans stammen juist uit die periode de werken die vandaag het vaakst op de lessenaars verschijnen. Het 'Vioolconcerto' (1945) put uit melodieën die Korngold eerder voor films schreef, maar hij gaf ze een nieuw leven binnen de traditie van het romantische concerto. Het werd in 1947 in première gebracht door Jascha Heifetz en is sindsdien niet meer weg te denken.

Jessica Duchen stelt in haar biografie over Korngold dat hij paradoxaal genoeg een van de meest invloedrijke componisten van de twintigste eeuw was. Zijn invloed klinkt door in de populaire soundtracks van talloze hedendaagse filmcomponisten zoals John Williams en Howard Shore. Zijn leven laat ook zien hoe een kunstenaar zich soms willens nillens moet verhouden tot een veranderende wereld. Een nieuw medium wierp een nieuwe blik op de rol van muziek in de samenleving en heeft in dit geval zelfs zijn leven gered. Zuiver formalisme kan hem moeilijk verweten worden, maar platte commerce evenmin. Hij gaat de muziekgeschiedenis in als een briljante vakman die aantoonde dat traditie geen stilstaand gegeven hoeft te zijn.

Florestan Bataillie

Deze tekst verscheen oorspronkelijk in het magazine van Antwerp Symphony Orchestra

Put me on the waiting list

Wishlist

Added:

To wishlist

Subscribe to the newsletter