Eerbewijzen
Een bijdrage van Régis Dragonetti
Hommages zijn een moeilijk genre. Vaak van het goede teveel. Voor Beethovens 250e verjaardag schreef Max Richter ‘Opus 2020’. In zekere zin is het werk te herleiden tot een lange inleiding op een citaat uit de dertigste sonate van het feestvarken. Geen prijs voor subtiliteit, maar het petje is tenminste af.
Een knieval kan natuurlijk altijd dieper. Dat zag ik deze zomer toen ik op vakantie was te Bonn. Want dat de grote Ludwig er in 1770 werd geboren kan werkelijk niemand ontgaan. Hier de Beethovengasse, daar de Beethovenplatz, vervolgens het Beethovenhuis, de Beethovenhalle, een Beethovenapotheek... Plak het woord Beethoven voor eender welk substantief en de kans is reëel dat Bonn er eentje rijk is. Beethovenfruitpers, het zou me niks verbazen. En het blijft niet bij woorden. De beeltenis van de componist duikt op in talloze winkelétalages – overigens niet de parmantige versie van het Beethoven-Denkmal (aha, nog een woord voor de lijst), maar een soort grijnzende gouden gnoom met bizarre kop-lijf-ratio.
Zo’n potsierlijke overdaad aan eerbewijzen is uiteraard een uitwas van wat we citymarketing noemen. Je kan er maar beter om lachen. Wist je trouwens dat het Franse leenwoord ‘hommage’ letterlijk als ‘manschap’ valt te vertalen – je weet wel, zoals in de middeleeuwse betekenis van ‘manschap doen aan zijn heer’. Beetje kruiperig toch.
Gent mag componist Louis Hanssens dus wel dankbaar zijn bij leven niet zo’n renommee te hebben vergaard. Erger nog, Beethovens schaduw reikt zelfs zo ver over de rijksgrenzen heen dat Hanssens vooral te boek staat als de man die diens ‘Negende symfonie’ voor het eerst in België ten gehore bracht. Een standbeeld heeft hij er niet voor gekregen. Enkel een bescheiden dreefje in het Citadelpark draagt nog zijn naam. Niet toevallig omzoomt het samen met wegeltjes ter ere van muzikale ambtgenoten Jozef Mengal en Norbert Rosseau de recentelijk prachtig gerestaureerde muziekkiosk. We lezen op het bordje: ‘Louis Hanssens, toondichter °1777 +1852’…
Maar wacht eens even. Charles-Louis Hanssens leefde toch van 1802 tot 1871? Zouden de stadsdiensten zich vergist hebben en per ongeluk de data van zijn minder bekende, maar quasi-gelijknamige oom hebben gebruikt? Kan best, want zelfs de Grove Music Online geraakt er niet wijs uit en meent verkeerdelijk dat nonkel Louis zowaar de vader van Hanssens de jongere was. De enige zekere materiële hommage te Gent lijkt voorlopig dus de onooglijke litho in de cafetaria van het Gentse Conservatorium. Uit dat portret leren we dat Hanssens vermoedelijk dezelfde kapper had als Robert Schumann. Zijn ‘Ouverture in c’ draagt dan weer onmiskenbaar de invloed van Beethoven. Sommigen horen er – enigszins begrijpelijk – een doordruk van diens ‘Coriolanus-ouverture’ in. Maar los daarvan is het gewoon ook erg knappe muziek, bewijze een elektronisch genereerde versie online (let vooral op het diabolisch staartje). We mogen Symfonieorkest Vlaanderen dus wel dankbaar zijn dat ze de moeite neemt om voorbij de clichés te kijken en ons te verlossen van het idee dat België in de negentiende eeuw geen degelijke muziek heeft geproduceerd.
Een verzoekje voor een volgende seizoen: Adolphe Samuel. Dan kan ik eindelijk eens de betreurenswaardige toestand van diens graf op het kerkhof van Gentbrugge aanklagen. Blamage wordt dan hommage.
Régis Dragonetti is theoriedocent aan het KASK & Conservatorium. Hij publiceerde gedichten in verschillende tijdschriften en bracht in 2020 de roman 'Karbonkel' uit. Hij schreef zijn column bij dit concert op vraag van Muziekcentrum De Bijloke