De muziekboom

Een gesprek met Olli Mustonen

Het samenstellen van een programma is een beetje zoals het opstellen van een menu. Het is altijd goed om verschillende elementen te hebben. Een diner dat alleen bestaat uit verschillende soorten ijs, salades of steaks – hoe goed de ingrediënten ook zijn – is maar niks. Het is beter om een goede balans te vinden, tussen zacht en hard, tussen licht en donker.
 
In pianorecitals worden vaak dezelfde stukken steeds opnieuw gespeeld. Dat is natuurlijk geen toeval: het zijn prachtige werken. Maar er is evengoed evenveel, zo niet meer, prachtig repertoire dat niet vaak in concerten wordt gehoord. Wij pianisten hebben een luxeprobleem.
 
‘Mikrokosmos’ van Bartók is bijvoorbeeld zo’n werk dat bij de meeste mensen wel een belletje doet rinkelen. Misschien hebben ze, net als ik, wel zelf muziek van Bartók  gespeeld toen ze klein waren. Toen ik onlangs het ‘Zesde boek’ op de staander legde, besefte ik weer wat een prachtige 25 minuten muziek dat is, en hoe geweldig het is om het tijdens een concert uit te voeren. Over Schumann kan je hetzelfde zeggen. Iedereen kent zijn muziek, maar ‘Waldszenen’ is – met de uitzondering van ‘Vogel als Prophet’ – een minder uitgevoerd werk. Prokofjevs ‘Zevende pianosonate’ is dan weer de perfecte climax van dit diner. Het is belangrijk om het publiek de kans te geven om nieuwe favoriete muziek te leren kennen.
 
Hoewel Bartók en Prokofjev wat gezien worden als de enfant terribles van het modernisme, is het toch goed om te beseffen dat hun wortels heel diep in de romantische grond steken. Ik dirigeerde onlangs Rimski-Korsakovs ‘Kashchei de Onsterfelijke’, een werk dat gebaseerd is op dezelfde sprookjes als Stravinski’s ‘De Vuurvogel’, en het deed me enorm denken aan Prokofjevs ‘Tweede pianoconcerto’ – een werk dat toen mensen deed schrikken door z’n ‘verschrikkelijke klanken’. Het deed me nadenken over de verbinding tussen de drie componisten. Ze waren alledrie opgevoed met dezelfde Russische sprookjes, en dat hoor je. 
 
Het modernisme is niet uit het niets ontsproten. Als de muziekgeschiedenis een grote eik is die al eeuwen groeit, dan is het modernisme een tak die verder groeit uit alles wat ervoor kwam. Wie enkel naar die specifieke tak kijkt, kan met verbazing kijken naar die vreemde klanken, maar wie uitzoomt en de hele boom bekijkt, kan enkel maar concluderen dat het logisch is dat de tak groeit zoals hij groeit. Ikzelf heb als inspiratie voor mijn muziek ook altijd naar het verleden gekeken. Het is fantastisch om te zien hoe de muziek van Bach steeds blijft inspireren, hoe Hindemith of Sjostakovitsj het verleden incorporeerden in het heden. Wanneer je de atonale taal tegenkomt in bijvoorbeeld de Zevende sonate van Prokofjev of in sommige stukken van ‘Mikrokosmos’, dan is het heerlijk om te bedenken dan beide componisten echt deel uitmaken van dit geweldig groot continuum van de muziekboom.
 
Olli Mustonen is pianist, componist en dirigent. Surf naar www.bijloke.be/verhalen voor een diepgravende uitleg over zijn pianosonate ‘Jehkin Iivana’

Put me on the waiting list

Wish list

Added:

To wishlist

Subscribe to the newsletter