Brewaeys’ short symphony

Een bijdrage van Melissa Portaels

‘Ah, da’s een leuke vraag’, glunderde Luc Brewaeys wanneer Fred Brouwers hem vroeg naar componisten waarvan hij niet begrijpt dat ze overeind bleven in de muziekgeschiedenis (Diapason, 1990). Het is een beetje een stoutmoedige vraag van de journalist aan een componist die ervoor gekend stond geen blad voor de mond te nemen: ‘Ik ga hier aan heiligschennis doen, natuurlijk’. Mendelssohn en Bruch moeten het ontgelden. Niet zozeer omdat hun muziek slecht zou zijn, maar omdat ze hem persoonlijk weinig zeggen. Tsjajkovski daarentegen rekende de componist wel onder zijn favorieten. 

De rode draad die het Symfonieorkest Vlaanderen met het inauguratieconcert van dirigent Martijn Dendievel spint is er een die de zoektocht van jong talent naar een eigen stem verbeeldt. Door expressie boven vorm te verkiezen, stuurde Tsjajkovski de symfonie van de geplaveide wegen op een avontuurlijker pad. Ook al kostte hem dat heel wat slapeloze nachten en paniekaanvallen. Mogelijks is het precies dat soort lef dat een gevoelige snaar bij Luc Brewaeys raakte. In hetzelfde rijtje der favorieten van Brewaeys stond ook de Amerikaanse componist Aaron Copland, die in zijn ‘Short Symphony’ de dodecafone taal steeds meer laat wijken om zijn eigen creativiteit te laten bloeien. Brewaeys zou net aan zijn ‘Derde symfonie’ beginnen toen Copland overleed. Hij droeg het werk aan hem op en gebruikte Coplands weerspannige ‘Short Symphony’ als inspiratie. 

In een artikel voor De Standaard sprak Brewaeys ooit de gevleugelde woorden: ‘Het is bullshit te zeggen dat je vandaag niets origineels meer kan doen met een orkest!’ Met die visie schaarde hij zich bevlogen achter zijn favorieten en daagt hij met zijn muziek het orkest uit op een zijn eigen unieke manier. De uitgebreide percussie in het orkest in de ‘Derde symfonie’ – met een opvallende verschijning van de kazoo – kleurt de orkestklanken zoals alleen Brewaeys dat kan. Doorheen de hele symfonie borrelt er een onderhuidse energie, die in het eerste deel in korte ritmische fraseringen een weg naar buiten zoekt, maar in het tweede deel spaarzaam opgebouwd wordt. Glijdende en galmende klankbeelden leiden uiteindelijk tot een forse crescendo die abrupt afgebroken wordt. ‘Baf - stilte’, een einde naar Brewaeys’ hart. Eens te meer leverde hij met zijn ‘Symphony n° 3: Hommage’ het bewijs dat de mogelijkheden van de symfonie, laat staan het orkest, nog lang niet uitgeput zijn. En dat in een muzikaal betoog van slechts tien minuten. 

Melissa Portaels is stafmedewerker bij MATRIX [Centrum voor Nieuwe Muziek] en lid van de Luc Brewaeys Foundation. Ze schrijft haar columns bij deze concertreeks op vraag van Muziekcentrum De Bijloke.

Put me on the waiting list

Wish list

Added:

To wishlist

Subscribe to the newsletter