L'ambiance de Brewaeys
Een bijdrage van Melissa Portaels
Samen met Klaas Coulembier ontmoette ik Daniel Kientzy in het kader van het Legacy Project van de Luc Brewaeys Foundation. Onze afspraak vond plaats vlak bij Parijs, in het MaRSMMuCK (Maison, Résidence, Studio et Musée du Musicien de la musique Contemporaine, Kientzy), een statige villa vlakbij Parijs. De datum: 13 juni 2025, dag op dag 33 jaar na de creatie van Brewaeys’ vierde symfonie ‘Kientzyphonie’ in het Franse Saint-Nazaire.
De internationaal geroemde saxofonist had nog niets van zijn flair verloren: hij pikte Klaas en mij op aan het station met zijn Mercedes sportwagen, volledig in het zwart uitgedost, puntige schoenen met hak, zonnebril en zijn witte haren zorgvuldig achteruit gekamd. Dat beeld vertelde alles. Een legende als Daniel Kientzy speelt niet ‘zomaar’ muziek, hij rekte het potentieel van de saxofoon op tot ver voorbij de denkbare grens en schreef er een boek over van meer dan 600 pagina’s.
Luc Brewaeys moet zijn ‘SAXOLOGY’ verslonden hebben. Voor het schrijven van zijn ‘Vierde symfonie’, oftewel ‘Kientzyphonie’, kleuren heel wat bijzondere speeltechnieken het spel van de saxofonist. Kientzy vertelde ons dat Brewaeys de instrumenten waarvoor hij schreef niet alleen buitengewoon goed kende maar ook slim gebruikte. Dat hij de neiging had om grootse dingen te bedenken (‘Il aimait ce qui fait du son, ce qui a du volume’), maar in al die grootsheid ook een bescheidenheid koesterde (‘C’était une excentricité mesurée’). Dat de muziek die hij schreef complex kon zijn om uit te voeren, maar de muziek zelf dat niet hoefde te zijn (‘Son univers n'était pas fait de choses compliquées, même s’il pouvait l'être; ce n’était pas gratuit’). Een werk waarin de solist zes saxofoons bespeelt, waarvan soms twee tegelijk, en de muzikanten uit het orkest naast hun instrument ook op glazen flesjes blazen of hun instrument al wandelend door de concertzaal bespelen, mag dan wel overweldigen - niemand beweert dat Brewaeys niet van een spektakel hield -, ‘Kientzyphonie’ is in de eerste plaats een uitnodiging om je te laten onderdompelen in Brewaeys’ sonore wereld. Of zoals Pierre Delamarre, de dirigent van het harmonieorkest in Saint-Nazaire ten tijde van de creatie in 1992, zei: ‘C’est l’ambiance dans laquelle il nous plonge’.
Bijzonder aan ‘Kientzyphonie’ is dat het een uitdaging in beide richtingen was, want Brewaeys schreef doorgaans niet voor harmonieorkest. Het werk kwam er als opdracht om de hedendaagse muziekscene met die van de harmonie te verenigen. In 1930 kreeg Jules Strens een gelijkaardige vraag van de Koninklijke Muziekkapel van de Gidsen, om zijn ‘Danse funambuleque’ voor symfonieorkest te herarrangeren. De versie voor harmonieorkest werd ‘avec admiration et reconnaissance artistique’ opgedragen aan Arthur Prévost, de toenmalige dirigent van de Gidsen. De Muziekkapel zet die ambitie vanavond verder met opdrachten aan de jonge componisten Grim Ongena en Edoardo Brandi, die momenteel studeren aan het Conservatorium Antwerpen bij Bram Van Camp.
Een subtiele herinnering aan de creatie van ‘Kientzyphonie’ in Saint-Nazaire is er met Ida Gotkovsky, wiens ‘Poème du Feu’ vanavond gespeeld wordt en in 1992 ook al ‘Couleurs en musique, d’or et de lumière’ klonk. Het programma werd bij de première verder aangevuld met een werk van Brewaeys’ schoonvader Werner Van Cleemput. De Belgische ruggensteun krijgt Brewaeys’ ‘Kientzyphonie’ vanavond van Wim Henderickx met ‘Skriet’.
Melissa Portaels is stafmedewerker bij MATRIX [Centrum voor Nieuwe Muziek] en lid van de Luc Brewaeys Foundation. Ze schrijft haar columns bij deze concertreeks op vraag van Muziekcentrum De Bijloke.