Blauwbaard

Een bijdrage van Pieter Bergé

Eenakter

Béla Bartók schreef zijn eenakter 'De Burcht van Hertog Blauwbaard' in 1911. Hoewel de opera amper een uurtje duurt, is het een uiterst indrukwekkende compositie. De focus ligt niet op de gebeurtenissen, maar op de psychologische ontwikkeling van de twee protagonisten. De muziek die Bartók erbij schreef is uiterst compact maar ook heel beeldend. De orkestratie volgt de verschillende werelden die achter de verschillende deuren verborgen liggen op de voet. Daarnaast zorgen enkele terugkerende motieven ook voor muzikale continuïteit en samenhang. De zangstijl is overwegend syllabisch en declamatorisch, wat de meer lyrische momenten des te aangrijpender maakt. 

Nieuwe versie

Siebe Thijs herwerkte Bartóks partituur voor een ensemble van vijftien musici. Het werk krijgt daardoor de allure van een kameropera. Op een paradoxale manier brengt dat het verhaal van Blauwbaard nog veel dichterbij. De mythische dimensie blijft aanwezig, maar tegelijkertijd kruipt er in deze versie een bedreigende huiselijkheid. Thijs componeerde zelf een soort prelude bij de opera, die weliswaar ook als een zelfstandig werk is opgevat: om de link met het Bartók-stuk ondubbelzinnig te maken, vertrekt hij van een van de meest voorkomende motieven eruit – het zuchtmotief. 

Tekst en beeld

De opera wordt in het Hongaars gezongen, maar tijdens de voorstelling zal een (enigszins ingekorte) vertaling van het libretto worden geprojecteerd. Deze projectie maakt deel uit van een op gaasdoek geprojecteerde video die de feitelijke enscenering is van Bartóks opera. Voor deze film dook Lise Bruyneel een tijdje onder in de catacomben van het Brusselse justitiepaleis – een ruimte die buitengewoon geschikt bleek om de juiste sfeer te scheppen: enerzijds heeft het paleis sowieso de allure van een burcht met tal van onbekende kamers; anderzijds roept het gebouw ook vragen op van misdaad en recht, zeker ook wat de omgang tussen ‘gewone’ mensen betreft.

Korte inhoud

Judith gaat mee naar de burcht van Hertog Blauwbaard, voor wie ze een onverklaarbare fascinatie voelt. Ze heeft haar familie en verloofde achtergelaten om Blauwbaard te volgen, ondanks diens duistere reputatie. Eenmaal binnen in de burcht, kan ze haar nieuwsgierigheid niet bedwingen en eist ze van de hertog om haar alle kamers te laten zien. Een voor een worden de deuren geopend. Achter de eerste deur bevindt zich een gruwelijke martelkamer met ijzeren werktuigen; de tweede kamer staat vol wapens; vervolgens ontdekt Judith ook nog een kamer vol juwelen en een kamer met prachtige tuinen. Achter de vijfde deur strekt zich Blauwbaards rijk uit, met bergen, bossen, rivieren en verre landschappen, en achter de zesde deur ligt een geheimzinnig meer. In alle kamers ontdekt Judith, tot haar ontzetting, ook sporen van bloed. Haar angst neemt gestaag toe, maar toch dringt ze aan om ten slotte ook de deur van de zevende kamer te openen. Daarin verschijnen drie vrouwen: een van de dageraad, een van het middaguur en een van de avond. Judith beseft dat zij de vierde vrouw is, die Blauwbaards levenswerk tot voltooiing zal brengen – de vrouw van de nacht. 

Pieter Bergé is musicoloog, auteur en artistiek leider van Festival 20·21, het Leuvens festival voor klassieke muziek uit de 20e en 21e eeuw. Hij schreef deze tekst voor de opvoering van 'Hertog Blauwbaards Burcht' op het festival.

Put me on the waiting list

Wishlist

Added:

To wishlist

Subscribe to the newsletter