Tierelieren op zijn Engels

Een bijdrage van Régis Dragonetti

Soms wordt het gewoon niet Engelser. Wat dacht u bijvoorbeeld van de naam George Butterworth. Spreek hem uit en u proeft zowat sticky toffee pudding. Zoek deze zoete surname echter niet op een West-Vlaamse grafzerk. De jonge soldaat-componist die ernaar luisterde, sneuvelde dan wel in de Eerste Wereldoorlog zijn lichaam werd nooit teruggevonden. Voor een eerbetoon luistert u liever naar zijn muzikale nalatenschap. Ook die wasemt overigens een door en door Engelse couleur locale uit. Naast talrijke liederen staat Butterworth vooral bekend om zijn orkestrale rapsodie ‘A Shropshire Lad’.

Een pocketversie van de gelijknamige bundel uit 1896 van A.E. Housman viel overigens wel in meer dan een soldatenransel te vinden. Volgens George Orwell hadden deze sentimentele (maar smaakvolle!) verzen een impact op jongemannen in dienst die maar moeilijk te bevatten viel. Nu ja, zo verwonderlijk was dat nu ook weer niet. De 63 gedichten evoceren de lotgevallen van een uit het landelijke Shropshire afkomstige jongeman die te midden allerlei oorlogsgeweld ten prooi valt aan nostalgie en treurige overpeinzingen. Wie zou er zich in slijkerige loopgraven nu niet van tijd tot tijd opwarmen aan een snuifje pastorale fantasie? Ontelbaar zijn dan ook de liederen van Orwells toondichtende generatiegenoten die hun tekst aan Housmans werk ontlenen.

En dan de grap: Housman zelf vond dat muziek absoluut niets toevoegde aan een gedicht. Integendeel, legio zijn de bepaalde nurkse commentaren waarmee hij zijn muzikale medebroeders bedacht. Tijdens het beluisteren van een opname van Vaughan Williams’ toonzetting van zijn 'On Wenlock Edge', zo leert ons een sappige anekdote, ‘gloeide Housmans gezicht op en trok het samen van kwelling’. Neen, componisten snapten naar zijn mening doorgaans geen jota van poëzie. Ooooooof… was het misschien omgekeerd?

Een stuk minder toondoof was alleszins de dichter George Meredith. Met zijn 122-regelige ‘The Lark Ascending’ bracht hij een ronkende ode aan de typische opwaartse zangvlucht van de veldleeuwerik (Alauda arvensis). Ook in Vlaanderen waren de literatoren een eeuw geleden trouwens goed vertrouwd met deze gevederde zanger. Dichter-componist René de Clercq heeft het in zijn bundel 'Echo’s' (1900) als volgt: ‘Een leeuw'rik! Boven 't koren! Hij zwiert / een boogscheut ver, stijgt, zegeviert, /en tiere-tiere tiereliert!’ Felix Timmermans schrijft in zijn roman 'De harp van Sint Francicus' (1933) dan weer: ‘Hoog daarboven uit hoorde hij, als zooveel muziekfonteintjes, de leeuweriken de lucht in-tierelieren!’

‘Tierelierend’ kan je Vaughan Williams ‘The Lark Ascending’ nochtans niet noemen. Maar ja, misschien viel er in 1914 dan ook niet veel te tierelieren. Vier jaar later, op Wapenstilstand, vielen 15 tot 22 miljoen doden te betreuren. En ja, daar zingt zelf een leeuwerik een toontje lager van.

Régis Dragonetti is theoriedocent aan het KASK & Conservatorium. Hij publiceerde gedichten in verschillende tijdschriften en bracht in 2020 de roman 'Karbonkel' uit. Hij schrijft dit seizoen de columns bij de concertreeks van Symfonieorkest Vlaanderen.

Zet mij op de wachtlijst

Wenslijstje

Toegevoegd:

Naar wenslijstje

Inschrijven voor onze nieuwsbrief