Over Brahms & Schumann

Régis Dragonetti

Niets weet afgunst onder vakgenoten beter in de kiem te smoren dan een zeker leeftijdsverschil. Toen de jonge Brahms begin oktober 1853 op Schumanns drempel verscheen, hadden zij dan ook slechts de armen te openen. ‘En daar was hij dan,’ zo schreef de oudere componist bewonderend over zijn nieuwe poulain, ‘een jong talent, bij wiens wieg gratiën en helden de wacht hielden.’

Robert Schumann 
Vioolconcerto

Precies in die dagen van prille vriendschap legde de immer zieker wordende Schumann de laatste hand aan zijn vioolconcerto. Het zou meteen ook zijn laatste grote werk worden. En als het van Brahms had afgehangen, hadden we het niet eens te horen gekregen. Na een niet-publieke doorloop met orkest werd en petit comité beslist dat het stuk het product was van tanende geestesvermogens. Ter bescherming van Schumanns postume reputatie werd het daarom succesvol weggemoffeld in een of ander Berlijns archief. Van je vrienden moet je het hebben… We horen inderdaad niet de dromerige poëet van de vroege jaren, maar een volwassen toondichter die (zoals dat wel vaker gaat) teruggrijpt naar klassieke vormprincipes. Het snelle eerste deel kent een evenwichtige dialogische opbouw, maar zonder de typische cadens. Het trage middendeel is dan weer van een schrijnende pracht. In smartelijke tegentijden schuiven solist en orkest tergend traag over elkaar heen. In een latere vlaag van zinsverbijstering zou Schumann zich deze melodie herinneren als was ze hem ingegeven door de geesten van Beethoven en Mendelssohn. Zonder overgang belanden we daarna in de finale. Het is verleidelijk in dit dansachtige slot het jeugdige enthousiasme van een bepaalde bezoeker te horen. En waarom die neiging überhaupt weerstaan?

Johannes Brahms
Symfonie nr. 2

Eindigde Schumanns concerto met een finale in driekwartsmaat in re groot, aldus vangt de rijpe Brahms zijn 'Tweede symfonie' aan. Het hoofdthema heeft iets fragmentarisch en wordt na een eerste tuttipassage in balans gebracht door het meer zangerige neventhema. Het gaat overigens om Brahms’ bekende wiegelied dat er na al die jaren nog steeds niet in slaagt een publiek te vermoeien. Integendeel, hij wekt er de ‘gratiën en helden’ mee die het tweede deel bevolken. Lyrische lijnen en heroïsche opstoten bepalen er het karakter van. Pastorale ongedwongenheid kenmerkt vervolgens het begin van deel drie. Niet meteen wat je van een scherzo verwacht eigenlijk. Opnieuw echter weet Brahms het evenwicht verrassend te herstellen. De twee triosecties zijn immers opzwepende boerendansen. Op grotere schaal is het ten slotte aan het laatste deel om tegengewicht te bieden aan het lijvige eerste. En dat doet het dan ook. Net als Schumann is de rijpe Brahms in zijn grote vormen duidelijk op zoek naar evenwicht op alle fronten. Hoe kon het ook anders? Aan zijn wieg hadden gratiën en helden gewaakt, herinner u. Waarmee nogmaals is bewezen dat die goede oude Schumann lang zo gek niet was.

Zet mij op de wachtlijst

Wenslijstje

Toegevoegd:

Naar wenslijstje

Inschrijven voor onze nieuwsbrief