De muziek beweegt
Een bijdrage van Pascal Schumacher
Ik weet niet meer wanneer ik Philip Glass’ muziek voor het eerst hoorde. Wellicht veel eerder dan ik me kan herinneren. Zijn muziek zit zo verweven in film- en theatersoundtracks dat hij wel aanwezig moet geweest zijn. Ik dook pas in zijn muziek toen ik al student was. Ik kreeg van mijn oom het album ‘Glassworks’ cadeau en was meteen gefascineerd. Toen ik in 2008 ‘Einstein on the Beach’ zag in Antwerpen, viel alles op zijn plaats. Ik begreep toen dat Glass veel meer was dan wat ik tot dan van hem kende.
Glass heeft een heel eigen, unieke muzikale taal. Door de jaren heen heeft hij zoveel geschreven, maar toch is dat DNA onmiskenaar hoorbaar. Je herkent hem onmiddellijk. Door bepaalde harmonische bewegingenen, manieren waarop hij patronen opbouwt en laat verschuiven. Het is geen ingewikkelde muziek, maar ze heeft een enorme precisie en een heel sterk karakter. Als percussionist voel ik uiteraard een natuurlijke verwantschap met zijn muziek. Ritme speelt er een belangrijke rol in, en de herhaling van kleine patronen kan een bijna fysieke ervaring worden. Misschien is dat ook de reden waarom zoveel percussionisten zich aangetrokken voelen tot Glass. De muziek beweegt, ze ademt. Ze heeft iets motorisch, maar tegelijkertijd ook heel meditatiefs.
De vibrafoon is mijn instrument, en juist daarom ben ik me gaan afvragen waarom Glass er eigenlijk zo weinig voor heeft geschreven. Ergens is dat vreemd, want zijn muziek voelt heel natuurlijk op dat instrument. Vanuit die gedachte ben ik beginnen werken aan ‘Glass One’ en ‘Glass Two’. Ik wou onderzoeken wat er gebeurt wanneer ik Glass’ muziek door mijn eigen instrument en mijn eigen muzikale achtergrond draai. Een arrangement maken is voor mij ook een manier van luisteren: je moet goed begrijpen hoe een stuk in elkaar zit voor je het kunt vertalen naar een ander instrument. Hoe meer ik met zijn muziek bezig ben, hoe dieper ik het ontdek.
Vandaag brengen we ook vier stukken van mijzelf, die ik schreef als eerbetoon aan belangrijke mensen uit Glass’ leven: beeldhouwer Richard Serra, dichter Allen Ginsberg, choreograaf Lucinda Childs en regisseur Robert Wilson. Ik wilde het universum rond Glass zichtbaar maken. Zijn verhaal gaat voor mij niet alleen over zijn eigen muziek, maar ook over de kunstenaars waarmee hij samenwerkte en die hem gevormd hebben. Hun ideeën, disciplines en persoonlijkheden maken deel uit van het verhaal. Voor het op komst zijnde ‘Glass Three ‘ben ik nog verder teruggegaan, naar drie van zijn belangrijkste mentoren: Nadia Boulanger, Darius Milhaud en Ravi Shankar. Terwijl ik hun rol bestudeerde, begon ik Glass opnieuw te bekijken. Dat is misschien wel het mooiste aan deze hele onderneming: hoe meer je probeert te begrijpen waar zijn muziek vandaan komt, hoe groter de wereld eromheen wordt.
Ondertussen merk ik dat Glass ook steeds meer in mijn eigen muziek terechtkomt. Vroeger zeiden men mij wel dat mijn composities een sterke ‘Glass-vibe' hadden. Dat vond ik toen wel interessant, maar ik kon het zelf niet altijd plaatsen. Nu begrijp ik het beter. Ik heb de afgelopen jaren zoveel tijd in zijn partituren doorgebracht dat bepaalde ideeën onvermijdelijk deel van mijn eigen muzikale denken zijn geworden. Vooral zijn gevoel voor vorm fascineert me. Glass heeft in zijn vroege jaren veel voor theater gewerkt, en ik denk dat dat belangrijk is geweest voor de componist die hij later werd. Theater geeft je tijd. Tijd om iets uit te proberen, te herhalen, te veranderen en opnieuw te beginnen. Misschien is daar een deel van zijn gevoel voor vorm ontstaan. Zelfs een klein detail als zijn fascinatie voor het getal drie is me gaan bezighouden. Ik werkte zelf lange tijd vooral met twee, vier of acht: herhalen, verdubbelen, structureren. Bij Glass keert drie voortdurend terug, zowel in kleine muzikale figuren als in grotere vormen. Het lijkt een klein verschil, maar het kan een heel andere spanning creëren. Ik heb dat inmiddels zelf ook uitgeprobeerd en soms denk ik: ja, dit werkt echt.
Ik heb Philip Glass nog niet persoonlijk ontmoet. Misschien komt dat ooit. Voorlopig vind ik het eigenlijk mooi om op mijn eigen manier door zijn muziek heen te reizen. Ik hoef niet per se de persoon achter de muziek te ontmoeten om er een relatie mee op te bouwen. Misschien is dat zelfs een voordeel: ik kan blijven luisteren, zoeken en interpreteren zonder dat er een ontmoeting tussen zit. Als ik hem ooit een vraag vragen zou mogen stellen, weet ik eigenlijk al welke. En het zijn er meteen twee. Waarom heeft de vibrafoon zo'n kleine plaats in zijn muzikale universum? En wat denkt hij eigenlijk van jazz? Glass leeft al zo lang in New York en heeft ongetwijfeld talloze jazzmuzikanten ontmoet. Toch hoor ik die wereld nauwelijks expliciet terug in zijn muziek. Misschien zal ik die antwoorden nooit krijgen. Maar ondertussen gaat de reis verder. ‘Glass Three’ is het volgende hoofdstuk, en daarna zal de muziek van Glass ongetwijfeld nog lang in mijn leven blijven.
Sommige muziek laat je na een tijdje weer los. Andere muziek gaat ergens in je zitten. De muziek van Philip Glass behoort voor mij steeds meer tot die tweede categorie.