Björn Comhaire

'Het was alsof ik kippenvel kreeg of zo'

Scholieren schrijven zelf poëzie voor voorstelling met Bach

Een klassiek recept is het niet, viool met spoken word, maar misschien kunnen tieners het wel smaken? Loeke Vanhoutteghem, punkgitariste bij Maria Iskariot, brouwt samen met jongeren in de klas een kommetje spraakwater. In De Bijloke dient ze het op bij Bach.

Bart T’Jampens

Vandaag spelen de rappers Foxy Brown en Coely en de arabpop-superster DYSTINCT in De Bijloke. Enfin, ze klinken toch door de speakers van de tieners die op een grauwe donderdagmiddag met zo’n honderd tegelijk de anders zo serene site bestormen. “Yo, bro”, groeten twee jongens elkaar binnen met een vlotte handshake, terwijl buiten een groep meisjes zich nog even tegoed doet aan snelle suikers en de beats van nu.

Zoals zij niet de typische bezoekers van deze plek zijn, wacht hen binnen, in het Kraakhuis, nog een ongewone combinatie: die van een viool met spoken word. Matchmaker achter die ontmoeting is Loeke Vanhoutteghem, gitariste bij punkband Maria Iskariot – alle stijlen welkom, vandaag. Zij trekt geregeld naar scholen en laat de leerlingen luisteren naar klassieke muziek. De tieners proberen er iets bij te verzinnen dat in de buurt komt van poëzie, brokjes die Vanhoutteghem ten slotte omsmelt tot een vlotte spoken word-performance.

Fee, Elodie en Tierra volgen alle drie les aan de steinerschool in de Kasteellaan. Ze zitten in het derde en vierde jaar hout-bouw en maatschappij & welzijn, en hebben meegedaan aan de sessies van Vanhoutteghem. Stukjes van hun teksten zullen straks te horen zijn. Ze vonden het “wel leuk”, “het was creatief ”, zelfs al zijn ze naar eigen zeggen niet allemaal even goed in schrijven. En, uiteraard: “Het was leuk dat we niet zelf les moesten volgen.”

Hoe waren we zelf

Met haar viool in de hand en ‘klassiek’ uitgedost komt violiste Liza Ferschtman woordeloos het podium op, Vanhoutteghem volgt in haar voetsporen. Ferschtman begint meteen Bach te spelen, de ‘Prelude’ uit ‘Partita nr. 3’. Veel leerlingen weten zich niet meteen een houding te geven – je hoort ze bijna denken: cringe. Vanhoutteghem haakt wat later in en vuurt een eerste verbaal salvo af. Met haar armen dirigeert ze haar woorden.

Het wordt al snel rumoerig in de zaal. Er weerklinkt gefezel, geroezemoes, gegniffel, gegiechel. Ferschtmans viool trekt even de aandacht terug naar zich, maar 50 minuten duren lang als je 15 bent – of dat nu in een klaslokaal of in een concertzaal is. Leerkrachten zwaaien met vermanende vingers en boze blikken, maar oogsten hoogstens tijdelijk stilte. Hier en daar ziet iemand zijn kans schoon voor een welgekomen middagdutje, ware het niet dat er om de tien minuten wel in een of andere hoek een dreun of een knal of een kwak weerklinkt – en alle hoofden half geamuseerd in dezelfde richting gaan, op zoek naar de ‘dader’. We moeten er eens meewarig om glimlachen – of is het nostalgie. Hoe waren we zelf op die leeftijd?

Voor een violiste is zo’n publiek natuurlijk niet evident. “Oei, dacht ik, en die hele chaconne moet nog komen”, zal Liza Ferschtman zeggen na het concert. “En die is al lastig voor geoefende luisteraars.” Ze begrijpt het ook wel. “En er zijn er altijd die wel luisteren natuurlijk. Maar soms steken ze elkaar een beetje aan. Je zit ook met een groepsdynamiek.” De vorige keer was er minder tumult, vertelt Vanhoutteghem, “misschien nodigde de donkere Concertzaal toen meer uit om te focussen.”

L O V E

Niet dat die focus er nu níét was. Zien we rechts van ons een meisje met haar vingers in de lucht ‘L O V E’ naar een vriendin schrijven, dan vallen links enkele luisterende blikken op. Een tekst over gebroken vriendschap “de scháár die dáár snijdt” landt midden in de leefwereld van het publiek, en als Vanhoutteghem begint te samplen wordt het even stil. Hé, dit is herkenbaar. Als een mantra laat ze “in volle rust verdwaald” door de ruimte zweven, de teenage angst voelbaar in woorden omgezet.

Het concert is afgelopen, tijd voor een vragenronde. Vanhoutteghem trapt zelf af: “Wat vonden jullie ervan?”, en de microfoon wordt doorgegeven als een hete aardappel met wormen erin. De schrik om iets schaamtelijks te zeggen is te groot. Geleidelijk aan vindt hier en daar een leerling wat moed. Een don juan in de dop wil weten “hoeveel zomers jong u bent, mevrouw”, Ferschtman antwoordt schoorvoetend. 

Sommige vragen zijn schattig in hun onschuld, andere verfrissend omdat geen volwassene ze nog durft te stellen. Loeke Vanhoutteghem kennen ze al, een violiste is dan snel interessanter. “Waarom koos u voor viool?” Ferschtman is ontwapenend eerlijk: als ze kon kiezen, was ze gaan zingen, maar haar stem is niet goed genoeg. “Is het leuk werk? Is het moeilijk om te leren?” Jazeker, zegt Ferschtman, “en zeker in het begin lijkt het nergens naar. Je moet veel oefenen, al vanaf mijn vijfde ben ik ermee bezig. Elke dag speel ik een uur toonladders, dodelijk vermoeiend soms. Ja, het is moeilijk, maar je krijgt er ook veel voor terug.”

Katjes en konijntjes

We spreken Fee en Elodie nog eens. Ze zijn enthousiast, hun tekst over katjes en konijntjes heeft het tot in de performance geschopt. “Het was leuk om dingen terug te horen die we in de klas hadden bedacht”, klinkt het. Het concert heeft indruk gemaakt op Fee. “Toen Loeke sneller begon te gaan met haar woorden, kreeg ik rillingen. Alsof ik kippenvel kreeg of zo.” Al is ze ook kritisch voor het stukje met de samples. “Voor mij was het te veel herhaling. Het leek wel alsof het niet goed lukte, omdat alles door elkaar liep. Allez, niet slecht bedoeld hé.” Ook Elodie is enthousiast. “Het is eens iets helemaal anders dan normaal op school.” En het rumoerige publiek? “Ach, jongens zijn sneller afgeleid en beginnen sneller te lachen. Ze zijn niet echt subtiel.”

Ook Loeke Vanhoutteghem laat het niet aan haar hart komen. “Met jongeren samenwerken is eigenlijk heel leuk. Ze hebben het niet altijd door van zichzelf, maar ze zijn heel grappig door hoe ze gewoon zichzelf zijn.”

Ze schrijft veel teksten gewoon op zichzelf, zegt ze, “maar groepen geven zoveel ideeën, dat zijn precies allemaal kleine cadeautjes. Alsof ze een pralientje geven en zeggen: proef maar, en zie of je er iets mee doet.”

“Ik dacht op voorhand dat ze de muziek heel moeilijk zouden vinden”, zegt Vanhoutteghem, “maar dat viel wel mee. De ‘Chaconne’ van Bach bijvoorbeeld is heel overweldigend als je er de eerste keer naar luistert. Het is moeilijk om aanknopingspunten te vinden omdat het zo bijzonder is. Maar de leerlingen waren er snel mee weg, ook al ligt het niet zo dicht bij hun leefwereld. Toen we het stuk net live hoorden, dacht ik: dit roept eigenlijk dezelfde gevoelens op als muziek met een vette beat onder. En dat kennen ze wél. Ik hoop dat we bij een paar jongeren toch een vlammetje hebben kunnen laten opfl akkeren.”

Voor ‘Listen to This’ brengen we elk seizoen een spoken word-artiest en een muzikant samen met een school. Volgend jaar meedoen met je klas? Kijk op www.debijloke.be/scholen. Wil je graag onze educatieve projecten steunen met een donatie? Kijk op www.debijloke.be/steun

Zet mij op de wachtlijst

Wenslijstje

Toegevoegd:

Naar wenslijstje

Inschrijven voor onze nieuwsbrief