Thuiskomen

Een bijdrage van Sol Gabetta

Edward Elgars ‘Celloconcerto’ voelt als een landschap dat telkens van kleur verandert, afhankelijk van hoe ik ernaar kijk – of misschien beter, afhankelijk van hoe ik er op dat moment in sta. In mijn zoektocht naar dit werk heb ik vaak het gevoel gehad dat ik niet alleen de muziek aan het ontdekken was, maar ook mezelf. Wat mij telkens weer treft, zijn die vier akkoorden aan het begin. Ze keren aan het einde van het concerto onveranderd terug, alsof de tijd even heeft stilgestaan. Maar dat is natuurlijk een illusie. Alles wat daartussen gebeurt, verandert hoe ik diezelfde akkoorden hoor. Het is alsof je na een lange reis thuiskomt en merkt dat niets meer helemaal hetzelfde is – zelfs dat wat onveranderd lijkt.

Lange tijd werd dit concerto voor mij omgeven door een zekere zwaarte. De traditie, de verwachtingen, en onvermijdelijk ook de schaduw van Jacqueline du Pré, die zo’n diep stempel op het werk heeft gedrukt. Haar interpretatie is intens en meeslepend, maar ook zo aanwezig dat het moeilijk kan zijn om er los van te komen. Zeker als jonge musicus voel je die invloed bijna fysiek. Het is een geschenk, maar ook een uitdaging. Gaandeweg ben ik anders gaan luisteren. Ik begon te merken dat dit concerto niet alleen een verhaal van melancholie vertelt. In het tweede en vierde deel zit een lichtheid, een beweeglijkheid zelfs, die vaak over het hoofd wordt gezien. Het is alsof Elgar verschillende werelden in één werk heeft samengebracht. En misschien is dat precies wat me zo aantrekt: de vrijheid om telkens een andere invalshoek te kiezen.

Mijn eigen interpretatie heeft zich langzaam gevormd, door ervaringen, door ontmoetingen met dirigenten, en vooral door het durven stellen van de vraag: wat betekent deze muziek voor mij? Dat is geen eenvoudige vraag, zeker niet in een tijd waarin we overspoeld worden door opnames en referenties. Soms voelt het alsof alles al gezegd is. Maar juist dan wordt het belangrijk om opnieuw te beginnen, om de partituur te benaderen alsof ze nog open ligt, wachtend op een persoonlijke stem. Tegelijkertijd stel ik mezelf ook andere vragen. In een leven waarin concerten elkaar snel opvolgen, waarin reizen en optreden bijna in elkaar overvloeien, vraag ik me soms af of ik altijd echt aanwezig ben. Ben ik er met mijn hele wezen, of alleen met mijn lichaam? Het is een ongemakkelijke gedachte, maar ook een noodzakelijke. Want muziek zoals die van Elgar vraagt om meer dan alleen techniek of routine – ze vraagt om een innerlijke betrokkenheid.

Die betrokkenheid zoek ik niet in kracht of volume, maar in iets dat moeilijker te definiëren is. Ik denk vaak aan momenten waarop een musicus, bijna fluisterend, een zaal volledig weet te vullen. Dat is voor mij de grootste vorm van intensiteit: wanneer iets van binnenuit naar buiten komt, zonder dat het geforceerd wordt. Het is een streven dat nooit helemaal bereikt wordt, maar dat mij telkens opnieuw richting geeft. Misschien is dat uiteindelijk wat dit concerto voor mij betekent: geen vast antwoord, maar een voortdurende vraag. Een uitnodiging om te blijven zoeken, te blijven luisteren, en mezelf telkens opnieuw te ontmoeten in de muziek.

Deze tekst werd gebaseerd op een interview dat Sol Gabetta gaf voor het Orchestre de Paris.

Zet mij op de wachtlijst

Wenslijstje

Toegevoegd:

Naar wenslijstje

Inschrijven voor onze nieuwsbrief