Britten op zijn best

Een bijdrage van Sven Sabbe

Met zijn drie strijkkwartetten liet Benjamin Britten een bijzonder persoonlijk muzikaal dagboek na. Tussen het ‘Eerste’ en het ‘Derde’ kwartet ligt meer dan dertig jaar – een periode waarin Britten uitgroeide tot een van de belangrijkste Britse componisten van de twintigste eeuw. Toch vormen deze werken samen een opvallend coherente reis: van jeugdige energie en helderheid naar een steeds meer introspectieve, gelaagde stijl. Voor het Doric String Quartet is dit repertoire haast op het lijf geschreven: transparant van klank, scherp in detail en tegelijk warm en communicatief.

Brittens ‘Eerste strijkkwartet’, opus 25, ontstond in 1941 tijdens zijn verblijf in de Verenigde Staten. Hoewel hij nog geen dertig was, klinkt hier al een componist met een uitgesproken eigen stem. Het werk opent met een mysterieuze, bijna gewichtloze sfeer, alsof de muziek langzaam uit stilte groeit. Daartegenover staan snelle, ritmisch levendige passages vol spanning en nerveuze energie. Opvallend is vooral het langzame derde deel: een brede, intense zanglijn die vooruitwijst naar de lyrische kracht van Brittens latere opera’s. Het kwartet combineert elegantie met scherpte, en klassieke vormen met onverwachte wendingen.

Vijf jaar later schreef Britten zijn ‘Tweede strijkkwartet’, opus 36, ter gelegenheid van de 250ste verjaardag van Henry Purcells overlijden. Purcell, de grote Engelse barokcomponist, was voor Britten een levenslange inspiratiebron. Dat eerbetoon klinkt vooral in de imposante slotbeweging, een reeks variaties en fuga over een plechtig thema dat aan Purcell doet denken zonder ooit letterlijk te citeren. Het hele kwartet heeft een krachtiger, donkerder karakter dan zijn voorganger. Hoekige ritmes, stevige contrasten en momenten van bijna orkestrale grandeur tonen een componist die zijn taal verder heeft verdiept.

Het ‘Derde strijkkwartet’, opus 94, geschreven in 1975, behoort tot Brittens laatste voltooide werken. De componist was ernstig ziek, en dat geeft deze muziek een bijzondere intensiteit. Toch is het werk verre van somber. Britten schrijft met een opvallende helderheid en soberheid: elke noot lijkt zorgvuldig gewogen. De vijf korte delen bewegen zich tussen afstandelijkheid en intimiteit, tussen speelse ironie en stille berusting. In het slot klinken echo’s door van zijn laatste opera, ‘Death in Venice’. De muziek lost uiteindelijk niet echt op, maar blijft als het ware in de lucht hangen – open, kwetsbaar en raadselachtig.

Britten was een veelzijdig componist: verfijnd en dramatisch, intellectueel en direct emotioneel. Het zijn werken die niet alleen technische perfectie vragen, maar ook het vermogen om een verhaal te vertellen. Een kolfje naar de hand voor het Doric String Quartet, en jouw teken om je zorgeloos in onze zeteltjes neer te ploffen voor anderhalf uur Britten op zijn best.

Sven Sabbe is musicoloog en content manager bij Muziekcentrum De Bijloke

Zet mij op de wachtlijst

Wenslijstje

Toegevoegd:

Naar wenslijstje

Inschrijven voor onze nieuwsbrief