In de onafhoudelijke zoektocht naar (Belgisch) onbekend kamermuziekrepertoire dat Oxalys al zovele jaren kenmerkt, kwamen we een vijftiental jaar geleden op het spoor van het geringe, maar prachtige œuvre van de Luikse componist Georges Antoine. Geboren in 1892 en veel te jong heengegaan op 15 november 1918, vier dagen na de wapenstilstand. Zijn lange verblijf in de loopgraven had hem door zijn al zwakke gezondheid helemaal uitgeput. Niet alleen zijn vroeg overlijden, maar ook de stijl van componeren doen meteen denken aan die andere franco-Belgische componist: Guillaume Lekeu. Een vioolsonate en een pianokwartet vormen beide het hoogtepunt in hun respectievelijk kamermuziekœuvre.
Een leerling van Lekeu, die ook al overleed vóór zijn veertigste levensjaar, is de in Dinant geboren componist Albrecht Huybrechts. Hij werd al op 11-jarige leeftijd toegelaten aan het Brussels conservatorium en liet ons een alweer beperkt, maar prachtig œuvre na. In 1926, nadat hij de prestigieuze Coolidgeprijs voor zijn vioolsonate had ontvangen, die trouwens in New York in première ging met de Franse toppianist Alfred Cortot aan het klavier, schreef hij een trio voor de iets minder gangbare bezetting: fluit, altviool & piano. Huybrechts’ stijl staat een beetje tussen Debussy & Ravel en het modernisme van Stravinsky en Bartók in. In het tweede deel hoor je enerzijds Franse verfijning van klankkleur en harmonie terwijl de hoekdelen hoekiger, ritmischer en aardser van aanpak zijn.
Oxalys heeft in haar bestaan ook al heel wat compositie-opdrachten aan Belgische componisten gegeven. In dat rijtje kon de Antwerpse componist Bram Van Camp niet ontbreken. Voor Oxalys schreef Van Camp in 2017 Mozart’s dissonance; een werk dat centraal moest staan in een Mozart-programma. Van Camp probeert te onderzoeken wat er gebeurt wanneer je Mozartiaanse dissonanten losmaakt van hun tonale functie.
In Mozarts muziek ontstaan dissonanten vaak als niet-harmonische tonen binnen een melodische versiering. Ze creëren spanning, maar worden vervolgens opgenomen in een consonant akkoord. Van Camp neemt juist die dissonante samenklanken en zegt als het ware: wat als we die dissonantie niet oplossen? Hij identificeerde ongeveer 15 vierklanken die letterlijk in Mozarts muziek voorkomen, inclusief hun omkeringen. Vervolgens plaatst hij ze in een niet-tonale context. Daardoor verandert hun functie volledig: wat bij Mozart een tijdelijke spanning is, wordt bij Van Camp een zelfstandig klankelement. Van Camp haalt niet alleen de harmonie, maar ook de zinsbouw van Mozart uit elkaar. Hij merkt op dat Mozarts frasering vaak heel natuurlijk en symmetrisch lijkt, maar bij nader onderzoek verrassend asymmetrisch kan zijn. Die asymmetrie wordt bij Van Camp een uitgangspunt voor de ritmische structuur van Mozart’s dissonance.