Over Tsjajkovski, Beethoven, Richter & Hanssens

Ray-Anne De Brandt

Charles-Louis Hanssens
Ouverture in c 

In 1849 beleefde Beethovens Negende Symfonie haar Belgische première dankzij de geëngageerde Gentse dirigent Charles-Louis Hanssens. Deze dirigent en componist speelde een belangrijke rol in de ontwikkeling van het Gentse muziekleven. Zijn waardering voor de Duitse componist Beethoven was daarbij duidelijk voelbaar: Hanssens dirigeerde diens werken regelmatig en bracht ze zo dichter bij het Belgische publiek. Die bewondering weerklinkt ook in zijn eigen composities. Zo schemert in zijn Ouverture in c de invloed van Beethovens Coriolanus Ouverture door: de krachtige openingsfiguur vertoont opvallende gelijkenissen met die van zijn grote voorbeeld. Het manuscript van de Ouverture van de Gentenaar werd pas onlangs teruggevonden in een Nederlandse bibliotheek. Samen met het Studiecentrum voor Vlaamse Muziek bracht Symfonieorkest Vlaanderen een muziekuitgave tot stand waardoor een daadwerkelijke uitvoering eindelijk mogelijk werd. Zo krijgt de muzikale tijdsgeest waarin Hanssens werkte opnieuw een plek op het concertpodium. 

Max Richter
Opus 2020 

Ter gelegenheid van Beethovens 250ste verjaardag componeerde Max Richter 'Opus 2020' geïnspireerd door Karlheinz Stockhausens 'Opus 1970', dat vijftig jaar eerder naar aanleiding van Beethovens 200ste verjaardag ontstond. In dit avant-gardistische werk verwerkte Stockhausen vervormde fragmenten uit Beethovens muziek tot een experimentele klankcollage. Daarbovenop resoneren de hartverscheurende woorden van het Heiligenstadt Testament, waarin Beethoven over zijn toenemende doofheid en wanhoop schreef. Richter neemt hetzelfde uitgangspunt, maar vertaalt het naar zijn eigen muzikale taal. In plaats van bandrecorders koos hij voor een echt orkest. Korte motieven uit Beethovens muziek keren terug in verschillende tempi en lengtes en schuiven voortdurend over elkaar heen. De strijkers weven een uitgestrekt klankveld terwijl de blaasinstrumenten korte, repetitieve fragmenten uit Beethovens repertoire presenteren. Uiteindelijk klinkt een pianomelodie van Beethoven als een moment van rust. Elk instrument heeft een evenwaardige rol, maar samen vormen ze één geheel. 'Opus 2020' is daarmee niet alleen een eerbetoon aan Beethoven, maar ook een reflectie op de blijvende menselijke kracht van zijn muziek.

Ludwig van Beethoven
Rondo voor piano en orkest 

Oorspronkelijk beoogde Beethoven zijn bruisende 'Rondo voor piano en orkest' als finale van zijn 'Tweede Pianoconcerto'. Uiteindelijk verving hij het door een werk dat wellicht beter aansloot bij het diepgaande tweede deel van het pianoconcerto. Beethoven schreef het rondo in 1793, maar het werd pas twee jaar na zijn overlijden gepubliceerd, na enkele aanvullingen van zijn leerling Carl Czerny. De pianist opent met een helder, levendig deuntje en gaat voortdurend in dialoog met het orkest. Het melodieuze refrein ademt de elegante Weense dansstijl. Het onverwachte, langzame 'Andante' midden in het rondo is een knipoog naar Mozart en diens 'Pianoconcerto nr. 22'. Toen het pianoconcerto-genre dankzij Mozart een hoogtepunt had bereikt, gaf Beethoven er steeds meer zijn eigen stem aan. Maar deze verwijzing – en de daaruit voortvloeiende joviale, galante stijl – verklaart wellicht waarom Beethoven het rondo als finale uiteindelijk toch schrapte. Het bezit alle kenmerken van een schitterende finale van een pianoconcerto maar behoort tot de minder vaak uitgevoerde werken uit Beethovens vroege periode.

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski
Symfonie nr. 5

Op 20 oktober 1941 zond het Leningrad Radio Symphony Orchestra in Leningrad een uitvoering van Tsjajkovski’s 'Vijfde Symfonie' live uit terwijl de stad onder vuur lag. Op de achtergrond hoorden luisteraars het geluid van bombardementen. Deze aangrijpende context lijkt haast naadloos aan te sluiten bij de symfonie, die vaak wordt geïnterpreteerd als een muzikale strijd met het onontkoombare noodlot. Een donker motief dat doorheen de vierdelige compositie telkens van gedaante verandert, vormt daarbij de rode draad. Ook in Beethovens 'Vijfde Symfonie' staat het noodlot centraal. Of deze verwijzing naar zijn voorganger bewust is, blijft onzeker. De klarinet introduceert het noodlotmotief in een droevig jasje. Een schijnbaar Slavisch volksdeuntje geeft wat meer schwung aan het begin. Het noodlot kleurt dromerig in het zangerige 'Andante' en ontpopt zich tot een adembenemende solo van de hoorn. Vermoedelijk is hierin een liefdesboodschap verborgen. In het derde deel transformeert het motief bij de strijkers tot een sarcastische maar sierlijke dans met een herkenbaar walsmotief op z’n Tsjajkovski’s. Ten slotte keert het noodlot zegevierend terug, strijdlustiger en stormachtiger dan ooit, en mondt het uit in een dramatisch hoogtepunt.

Put me on the waiting list

Wish list

Added:

To wishlist

Subscribe to the newsletter