‘De cellosuites van Britten zijn de beste naast die van Bach’

De Bijloke-bezoeker Paul De Loore over het Benjamin Britten Festival

In mei vieren we Benjamin Britten met een driedaags festival. Waarom je daarnaartoe zou komen? We vroegen het aan Paul De Loore, al vele jaren vaste bezoeker van ons muziekcentrum en zo mogelijk nog langer fan van de Britse componist.

Maarten Byttebier

“Mijn leven lang al heb ik een passie voor klassieke muziek. Ik zing renaissancepolyfonie in het kamerkoor El Grillo. En als leerkracht esthetica nam ik vaak leerlingen mee naar concerten in De Bijloke – meer dan tien keer per schooljaar. Omdat ik altijd geloofd heb dat livemuziek de beste kennismaking is met klassiek.”

Is het gelukt om je passie door te geven aan de jongere generatie?

“Ik kom hier vrij vaak oud-leerlingen tegen en daar ben ik blij om. Klara-presentator Sander De Keere zat ook bij mij in de klas. En nu ik met pensioen ben, geef ik graag lezingen: over schilderkunst, polyfonie, Benjamin Britten… Tot de sluiting was ik gids in de Gentse opera. Ik kan het niet laten.”

Hoe vaak kom je hier en van welk soort concerten hou je?

“Ik bezoek minstens tien concerten per seizoen. Mijn interesse gaat breed, van middeleeuws tot modern. Wel eerder kamermuziek dan romantische concerto’s en symfonieën – enkel voor Mahler maak ik een uitzondering. Voor de rest vind ik het historische gebouw een enorme troef.”

Wanneer ben je voor het eerst in aanraking gekomen met Benjamin Britten?

“Dat is een apart verhaal. Rond mijn achttiende begon ik cello te spelen. Met het strijkorkest van de muziekschool gaven we een concert in een Brusselse kerk en ik moest de cellopartij aanvoeren. Dat was niet bepaald een succes: Brittens ‘Simple Symphony’ bleek toch niet zo simpel.. Ik heb er niets van gebakken. Ik mag er echt niet aan terugdenken of het angstzweet breekt mij uit.”

Blijkbaar is het toch nog goedgekomen tussen Britten en jou?

“Zeker. In Snape, Suffolk, logeerden mijn vrouw en ik zelfs in The Old Mill, de molen waar Britten woonde en waar hij ‘Peter Grimes’ componeerde. We bezochten ook The Red House in Aldeburgh, waar hij de laatste twintig jaar van zijn leven woonde met Peter Pears. Met een groep jongeren op taalcursus brachten wij in Woodbridge, niet ver daarvandaan, een theateradaptatie van ‘Peter Grimes’. Die opera verwijst trouwens naar zijn eigen positie als outsider: hij was pacifist, gay en had een voorliefde voor knapenstemmen. Tegelijk hoorde hij tot het establishment en had hij banden met het Britse koningshuis.”

Waarom kijk je zo uit naar het Benjamin Britten Festival?

“Ik kom zeker naar alle drie de concerten, want het is uitzonderlijk dat Britten geprogrammeerd wordt. Volledig ten onrechte. Hij schreef moderne muziek die toch niet breekt met de traditie. Daarom werd hij in zijn tijd (hij leefde van 1913 tot 1976, red.) niet ten volle geapprecieerd door de avant-garde. Zijn muziek blijft altijd toegankelijk en begrijpelijk, en vooral: ze ontroert. Dat is essentieel.”

“In Engeland heerst een cultus rond Britten, maar hier is zijn werk toch te weinig bekend. Noem zijn ‘War Requiem’ gerust de ‘Mattheuspassie’ van de twintigste eeuw! Daarin meezingen was het meest beklijvende wat ik als zanger heb meegemaakt. Zijn liedcyclus ‘Winter Words’ bewijst hoe uitzonderlijk hij was in het schrijven van muziek op tekst. Zijn strijkkwartetten zijn buitengewoon origineel en intrigerend, en zijn cellosuites zijn gewoon het beste voor cello solo naast die van Bach. Zonde dat mensen dat niet kennen.”

Britten is vijftig jaar geleden gestorven. Heb je hem ooit aan het werk gezien?

“Nee. Hij moet gestorven zijn zo ongeveer in de periode dat ik op zijn ‘Simple Symphony’ zat te vloeken. (lacht)”

Put me on the waiting list

Wish list

Added:

To wishlist

Subscribe to the newsletter