1 +1 = 3
Een bijdrage van Sean Shibe
Ik ontmoette Anneleen Lenaerts een zestal jaar geleden, toen we samen een werk opnamen voor Avi Avitals album ‘The art of the mandolin’ – en ik denk zelfs dat dat de laatste keer is dat we elkaar in levende lijve hebben ontmoet. Er was een instant klik – sowieso op persoonlijk vlak, maar ook door onze instrumenten.
Het is best een avontuur gebleken om dit duoprogramma samen te stellen. Het is uiteraard een ongewone combinatie van instrumenten. Harp en gitaar passen op een heel natuurlijke manier bij elkaar. De klanken mengen goed, omdat ze natuurlijk op ongeveer dezelfde manier geluid voortbrengen. Ik vind ze het interessantst wanneer ze contrapunctisch werken. Je zit nu eenmaal met het voordeel dat je twee instrumenten hebt die meerdere melodieën tegelijkertijd kunnen brengen, in plaats van ze te behandelen als single line instrumenten, of waarbij je het ene ‘degradeert’ tot louter harmonische ondersteuning voor de andere.
Ik denk dat het voor componisten al moeilijk is om of voor harp of voor gitaar te schrijven, laat staan voor allebei. Daarnaast zijn het ook instrumenten die niet makkelijk te doorgronden zijn voor mensen die ze niet spelen. Probeer dan maar iemand te vinden die ze beiden beheerst. Meestal merk je het wel wanneer een componist voor het eerst schrijft voor harp of gitaar: de gebroken akkoorden vliegen in het rond en er is weinig diepgang.
Recitals zijn voor mij een plek waar verhalen verteld worden. Soms gaat het letterlijk over het hervertellen van een mythe of een ballade, en dan is het logisch om muziek te kiezen die er nauw verwant mee zijn. Maar soms vertrek je vanuit een werk dat je absoluut wil spelen, en je bent op zoek naar de juiste manier om het te verpakken.
Da’s de manier waarop ik het liefste werk. Meestal begint het met een hedendaags werk dat je zo wil plaatsen dat het het best mogelijk ontvangen wordt. Hoe kan ik, als muzikant, de potentiële luisteraar auditief geruststellen, en hem of haar een zetel aanbieden waarin het werk het best tot zijn recht komt?
Je zou verkeerdelijk kunnen denken dat een programma dan draait over dat ene werk, maar eigenlijk gaat het over de manier waarop ze elkaar allemaal verheffen, wanneer het geheel sterker is dan de som van de delen. We hebben tijdens het samenstellen van dit programma heel veel muziek over en weer gestuurd, en meestal was er wel een van ons twee die zei: “Dit vind ik maar niets.” Pas als we allebei doorhadden dat de componist zowel de fysieke grenzen van het instrument begreep, en wist hoe hij er voordeel uit kan halen, voelden we dat we goud in handen hadden. En dat goud, dat ligt nu voor onze neus.