Een nieuwe stem voor Vivaldi
Thomas Triesschijn over ‘La Dolce Stravaganza’
Op 19 november strijkt het Nederlandse ensemble The Counterpoints neer in Muziekcentrum De Bijloke voor ‘La Dolce Stravaganza’, een programma rond muziek van Antonio Vivaldi. Vertrekpunt is een persoonlijke zoektocht van artistiek leider Thomas Triesschijn naar de muziek van de Venetiaanse meester én naar historische blokfluiten waarvoor nauwelijks repertoire bestaat. Het resultaat is een programma vol contrasten: tussen intimiteit en virtuositeit, tussen het lieflijke en het extravagante. Naar aanleiding van het concert spraken we met de Nederlandse blokfluitist over zijn instrument, zijn ensemble en zijn liefde voor Vivaldi.
Je speelt al blokfluit sinds je kindertijd. Wat trok je destijds aan in het instrument?
"Ik begon toen ik zeven was. Mijn tweelingbroer en ik mochten in de muziekschool allerlei instrumenten uitproberen. Hij koos voor piano, ik kon niet kiezen en kwam bij de blokfluit terecht. Eigenlijk zonder groot plan. Mijn ouders zeiden: probeer daar maar eens mee te beginnen. Gelukkig ben ik nooit meer gestopt."
"Wat ik me vooral herinner, is dat op de kennismakingsdag in de muziekschool twee blokfluitisten een duet speelden. Dat samenspel sprak me toen enorm aan, en vind ik vandaag nog altijd een van de mooiste aspecten van het instrument. Door de verschillende formaten kun je in een volledig blokfluitconsort een bijna oneindige rijkdom aan kleuren creëren."
Wat maakt de blokfluit voor jou vandaag zo bijzonder?
"De directheid. Het lijkt een eenvoudig instrument: een stuk hout met een paar gaten. Maar precies daarom verbergt het niets. Elke nuance hoor je onmiddellijk. Je ademhaling, je articulatie, je intonatie: alles ligt bloot."
"Die eerlijkheid maakt de blokfluit ontzettend menselijk. Het instrument kan heel teder klinken, maar bezit tegelijk een enorme expressieve rijkdom. Veel mensen hebben bovendien een persoonlijke band met de blokfluit. Dat roept vaak sterke reacties op, zowel positief als negatief. Niemand blijft er onverschillig bij."
Wanneer ontstond jouw passie voor oude muziek?
"Dat gebeurde echt toen ik als jonge tiener terechtkwam in de jongtalentopleiding van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Daar ging een wereld voor me open. Ik ontdekte niet alleen het enorme repertoire uit renaissance en barok, maar ook de historische uitvoeringspraktijk en het samenspel met klavecimbel. Jarenlang was ik eigenlijk gewoon enthousiast muziek aan het maken zonder me bewust te zijn van de bijzondere plaats die de blokfluit inneemt binnen die oude muziek. In Den Haag begon ik dat allemaal te ontdekken. Ik was die eerste jaren dan ook vooral verwonderd door al dat moois dat te ontdekken viel."
Is daar ook het idee ontstaan voor The Counterpoints?
"Ja. Al tijdens mijn opleiding richtte ik een ensemble op, Jong Barok. Daarvoor organiseerde ik concertprojecten en speelde ik mijn eerste blokfluitconcerti. Later ontmoette ik klavecinist Aljosja Mietus. Eerst speelden we veel als duo, maar gaandeweg groeide de wens om grotere projecten op te zetten. Zo ontstond uiteindelijk The Counterpoints."
"Flexibiliteit is voor ons altijd belangrijk geweest. We werken met verschillende musici en kunnen voor elk project een andere bezetting samenstellen. Ook de naam verwijst daarnaar: naar de zelfstandige stemmen die samen iets groters vormen."
Het nieuwe programma ‘La Dolce Stravaganza’ vertrekt vanuit Vivaldi. Hoe is het idee ontstaan?
"Eigenlijk uit nieuwsgierigheid. Er zijn een handvol beroemde blokfluitconcerten van Vivaldi, maar hij schreef meer dan tweehonderd vioolconcerten. Tussen die werken ontdekte ik de voorbije jaren telkens weer muziek waarvan ik dacht: dat zou ook super mooi kunnen zijn op blokfluit!"
"Tegelijk groeide mijn fascinatie voor bijzondere historische blokfluiten. Minder gangbare instrumenten zoals de voice flute of hoge fluiten zoals de sixth of de fourth flute hebben een prachtige eigen klank, maar er bestaat nauwelijks repertoire voor. Toen ontstond het idee om die twee interesses samen te brengen: Vivaldi's vioolconcerten bewerken voor blokfluit en daarbij telkens een instrument kiezen dat perfect bij de muziek past."
Is het moeilijk om muziek voor viool naar blokfluit te vertalen?
"Je moet natuurlijk rekening houden met de mogelijkheden van het instrument. Een viool heeft een groter bereik en kan dingen die op blokfluit onmogelijk zijn. Daarom heb ik heel bewust concerti geselecteerd die zich goed lenen tot een transcriptie, zonder dat ik teveel moest sleutelen en het risico zou lopen dat de bewerking gekunsteld overkomt."
"Toch denk ik dat de afstand tussen beide instrumenten soms kleiner is dan mensen vermoeden. Barokmuziek en dus ook Vivaldi's muziek ‘ademt’ enorm. Ze vertrekt vaak vanuit zang. Als blokfluitist probeer ik altijd een frase eerst innerlijk mee te zingen. Die zangerigheid vormt volgens mij de kern van deze muziek."
De titel van het programma verwijst naar twee uitersten: het zoete en het extravagante.
"Precies. De blokfluit heeft dat lieflijke, bijna vocale karakter. Maar ze kan ook verbluffend virtuoos zijn. Die twee kanten horen bij elkaar. De Italiaanse muziek van Vivaldi leeft van contrasten."
"Dat hoor je ook in de langzame delen. Daar schuilt voor mij misschien wel de grootste schoonheid van Vivaldi. Vaak zijn de melodieën eenvoudig, maar ongelooflijk ontroerend. Tegelijk bieden ze ruimte voor versieringen, voor schittering en fantasie. Daar ontmoeten het dolce en het stravagante elkaar."
Tot slot: welk stuk moeten nieuwsgierige luisteraars vooraf beluisteren?
"Dan kies ik verrassend genoeg geen uitbundig concerto, maar het langzame deel uit RV 387. Dat is een van de ontroerendste stukken op het album dat we binnenkort uitbrengen. De blokfluit schittert daar theatraal als een operastem boven een ostinato in de strijkers."
"Als je goed luistert, dan hoor je daarin de melodie van ‘Vedrò con mio diletto’, een aria van Vivaldi uit zijn opera ‘Il Giustino’. Dan hoor je meteen hoe dicht deze muziek bij de menselijke stem staat. En dat is uiteindelijk waar mijn liefde voor de blokfluit om draait."