Waarom Xenakis overweldigend actueel klinkt
Met een concertreeks en een festival duiken we een seizoen lang in de wereld van Iannis Xenakis. Wie was die fascinerende architect met zijn fascinerende muziek, die tegelijk uit een ver verleden en een verre toekomst lijkt te komen?
Bram Van Haelter
Iannis Xenakis (1922-2001) was geen componist die muziek schreef om gevoelens te illustreren. Hij wilde geen sentimentele ontboezemingen verklanken, geen romantische verhalen vertellen of troost bieden. Wat hem fascineerde, was iets veel fundamenteler: hoe geluid zich gedraagt als natuurkracht. Hoe duizenden afzonderlijke klanken kunnen samensmelten tot een kolkende massa, hoe muziek zich kan ontwikkelen zoals regen, een zwerm vogels of een politieke opstand.
Daarmee staat Xenakis vandaag klaarblijkelijk met één voet in onze tijd. Zijn werk klinkt beangstigend actueel: ecologisch, posthumanistisch, radicaal materialistisch. Terwijl veel twintigste-eeuwse componisten muziek bleven behandelen als een verfijnde menselijke taal, probeerde Xenakis net afstand te nemen van traditionele vormen van expressie. Hij wilde weg van het idee dat muziek in de eerste plaats gevoelens van een individu uitdrukt. In plaats daarvan dacht hij vanuit structuren, bewegingen, krachten en processen.
Verminkt gezicht
Dat radicale denken was geen louter esthetische keuze. Xenakis’ jonge leven werd getekend door oorlog en ballingschap. Hij werd in 1922 geboren in Roemenië, als zoon van Griekse ouders, en groeide op in Griekenland. Tijdens de Tweede Wereldoorlog sloot hij zich aan bij het verzet tegen de nazi’s; nadien vocht hij aan communistische zijde mee in de Griekse burgeroorlog. In die jaren kwam geweld letterlijk in zijn lichaam terecht: een Britse tankgranaat verminkte zijn gezicht en kostte hem een oog. Toen de rechtse regering uiteindelijk haar macht consolideerde, werden voormalige verzetsleden met een uitgesproken linkse oriëntatie vervolgd. Xenakis moest vluchten. Met een vals paspoort bereikte hij via Italië Frankrijk, waar hij een nieuw leven begon.
In Parijs kwam Xenakis – die onder architecten al enige roem genoot -- terecht bij de grote modernist Le Corbusier. Aanvankelijk werkte Xenakis daar als bouwkundig ingenieur, en in die hoedanigheid droeg hij zijn steentje bij aan iconische bouwwerken zoals de Unité d’Habitation in Marseille en het Philips-paviljoen op de wereldtentoonstelling in Brussel. In dat laatste vond een soort multimediale voorstelling plaats op muziek van avant-gardist Edgard Varèse, maar bij de in- en uitgang was Xenakis’ ‘Concret PH’ te horen.
Een jaar na de wereldtentoonstelling – het project had al voor wat wrevel tussen de beide gezorgd – wees Le Corbusier de 35 jaar jongere Xenakis (en alle andere medewerkers) de deur met een legendarisch geworden brief: “De moderne architectuur in Frankrijk heeft ge- zegevierd; ze is eindelijk aanvaard. Nu is het voor jullie mogelijk om nieuwe terreinen te vinden. Zo kunnen jullie toepassen wat jullie zelf hebben geleerd én wat jullie bij mij hebben geleerd.”
Stormen van geluid
Het ontslag betekende een kantelpunt voor Xenakis, want vanaf dan zou hij zich helemaal toeleggen op muziek. Toch is zijn architecturale achtergrond altijd een belangrijk deel van zijn leven en werk gebleven. Terwijl andere componisten vanuit harmonie of melodie dachten, dacht Xenakis in volumes, spanningen, lijnen en constructies. Muziek werd voor hem een ruimte die gebouwd én op- gebroken kon worden.
Dat is goed te horen in werken als ‘Metastaseis’ (1955), waarin strijkers geen melodieën spelen maar gigantische glijdende klankvlakken vormen. Het klinkt alsof een hele geluidsmassa langzaam van vorm verandert, als een natuurfenomeen dat zich ontvouwt. Xenakis gebruikte daarbij technieken uit de wiskunde en statistiek. Hij berekende kansen, dichtheden en bewegingen van klank zoals een wetenschapper gasmoleculen of wolkenformaties zou analyseren. Toch maakt die academische insteek zijn muziek niet koud of cerebraal, wel integendeel: ze bezit een bijna overweldigende fysieke intensiteit. Vaak voelen Xenakis’ composities aan als stormen van geluid: ruw en rauw, explosief en onvoorspelbaar.
Dat ruige modernisme maakte hem lang tot een buitenstaander binnen de Europese avant-garde. In de naoorlogse muziekwereld domineerden componisten als Pierre Boulez en Karlheinz Stockhausen, die muziek via het serialisme uiterst strikt en systematisch organiseerden. Xenakis bewonderde hun radicaliteit, maar verzette zich tegen hun obsessieve (en voor hem: onverdraaglijke) drang naar controle. Collega-componist en persoonlijke vriend Gérard Pape schreef daarover: “Elke dag van zijn leven probeerde Xenakis alles uit te wissen om opnieuw te beginnen alsof hij nog nooit had gecomponeerd, alsof niemand ooit had gecomponeerd, alsof elk nieuw stuk het allereerste muziekstuk was dat ooit was geschreven.” Voor Xenakis mocht muziek nooit steriel worden. Hij zocht juist naar chaos en onvoorspelbaarheid – naar processen die groter waren dan het vatbare, en zo de componist overstijgen.
Kunst, wetenschap en ritueel
In die beweging schuilt iets opvallend hedendaags. In tijden van klimaatcrisis en artificiële intelligentie klinkt Xenakis bijna visionair. Zijn muziek plaatst de mens niet centraal, maar toons ons als onderdeel van ruimere krachtvelden. Geluid wordt bij hem iets geologisch, biologisch, kosmisch, en zijn werk confronteert ons met een wereld die niet om menselijke emoties draait.
Tegelijk bleef Xenakis sterk verbonden met de Griekse oudheid. Niet vanuit nostalgie, maar omdat hij in de antieke cultuur een directe relatie zag tussen kunst, wetenschap en ritueel. Hij bewonderde de presoscratische filosofen, de mathematische helderheid van Pythagoras en de collectieve kracht van het Griekse theater. In veel van zijn werk hoor je echo's van archaïsche rituelen: massieve percussie, schreeuwende koren en primitieve energieën die eerder oeroud dan als toekomstmuziek klinken.
Misschien zit de blijvende aantrekkingskracht van Xenakis in de spanningsvelden die hij op een vernuftige manier weet te capteren. Zijn muziek lijkt tegelijk afkomstig uit een verre toekomst én uit een ver verleden. Ze combineert hypermoderne technologie met aardse lichamelijkheid. Ze is mathematisch én wild. Astract én intens fysiek.
Wie vandaag naar Xenakis luistert, hoort muziek die nog altijd gevaarlijk en ongeremd klinkt. Dat maakt haar soms confronterend, maar niettemin onweerstaanbaar levend.