Van Bach naar Debussy en Chopin

Van Bach naar Debussy en Chopin: traditie, vernieuwing en de mogelijkheden van de piano

Dit recital omspant ruim twee eeuwen pianomuziek en brengt drie componisten samen die elk op hun eigen manier de mogelijkheden van het klavier hebben verruimd. Johann Sebastian Bach, Claude Debussy en Frédéric Chopin staan in verschillende muzikale werelden, maar delen een uitzonderlijk gevoel voor klank, structuur en de expressieve kracht van de pianist.

Het programma opent met Johann Sebastian Bachs Franse Suite nr. 2 in c, BWV 813, ontstaan omstreeks 1722/23. De suite maakt deel uit van een verzameling van zes Franse suites voor klavier. De benaming ‘Frans’ is overigens niet van Bach zelf afkomstig: de term werd pas na zijn dood gebruikt. De suites zijn geen letterlijke navolgingen van de Franse muziek, maar vormen een typisch Bacheske synthese van verschillende Europese stijlen.

De 'Suite nr. 2' begint, zoals de Franse suites doorgaans, zonder prelude en voert de luisteraar meteen binnen in een reeks dansvormen: 'Allemande', 'Courante', 'Sarabande', 'Air', 'Menuet' en 'Gigue'. Vooral bijzonder is de ontstaansgeschiedenis van dit werk. Van de 'Allemande' en 'Courante' bestaan meerdere versies, waaruit blijkt dat Bach zijn composities herhaaldelijk herzag en verfijnde. De suite is daarmee niet alleen een voorbeeld van barokke vormbeheersing, maar ook van Bachs voortdurende zoektocht naar de meest overtuigende muzikale formulering.

Na Bach volgt Claude Debussy, met het eerste boek van zijn 'Douze Études', gecomponeerd in 1915. Een kleine toelichting bij de programmatitel is hier op zijn plaats: de 'Douze Études' bestaan uit twee boeken van elk zes études. Boek 1 omvat dus de eerste zes van de twaalf études.

Debussy schreef de études als een eerbetoon aan Frédéric Chopin, aan wiens nagedachtenis de volledige cyclus is opgedragen. Tegelijkertijd geeft hij het traditionele genre een geheel nieuwe betekenis. De titels verwijzen naar concrete pianistische problemen: 'Pour les cinq doigts', 'Pour les tierces', 'Pour les quartes', 'Pour les sixtes', 'Pour les octaves' en 'Pour les huit doigts'. Maar bij Debussy is virtuositeit nooit louter een vingeroefening. Techniek wordt een middel om nieuwe klankkleuren, texturen en muzikale bewegingen te ontdekken. De 'Études' behoren daardoor tot de belangrijkste en meest vernieuwende pianowerken van het begin van de twintigste eeuw. Ze werden in 1915 gecomponeerd en het eerste boek werd in 1916 voor het eerst uitgevoerd, in Parijs door Walter Rummel.

Na de pauze klinkt uitsluitend muziek van Chopin, waarmee het recital terugkeert naar de componist die Debussy voor zijn études als voorbeeld nam. De twee 'Nocturnes' uit het opus 48 dateren uit 1841. Het eerste, in c, begint ingetogen en krijgt gaandeweg een dramatische intensiteit: een breed uitgewerkte middensectie in C mondt uit in een virtuoze, geagiteerde passage. De tweede 'Nocturne', in fis, behoort eveneens tot opus 48 en werd, samen met het eerste, in 1841 in Parijs uitgegeven.

Tussen beide 'Nocturnes' staat de 'Ballade nr. 2' in F, opus 38, voltooid in 1839. Chopin droeg het werk op aan Robert Schumann. De 'Ballade' verenigt contrasterende werelden: lyrische, bijna pastorale passages staan tegenover onstuimige en dramatische episodes. Het werk ontstond in een periode waarin Chopin onder meer op Mallorca verbleef; zijn verblijf daar viel samen met een bijzonder vruchtbare fase waarin ook het 'Scherzo nr. 3' en andere belangrijke werken ontstonden.

Het recital besluit met Chopins 'Scherzo nr. 3 in cis', opus 39. Het werk behoort eveneens tot de composities uit deze productieve periode rond 1838–1839. Het woord scherzo betekent ‘grap’ of ‘scherts’, maar Chopins scherzi hebben weinig gemeen met een luchtige grap: virtuositeit, contrast en dramatische spanning staan centraal. Zo eindigt het programma met een werk waarin de pianist niet alleen technisch, maar ook expressief tot het uiterste wordt uitgedaagd.

Zo ontstaat een muzikale boog van de dansvormen van Bach, via Debussy's zoektocht naar nieuwe pianistische klankwerelden, naar Chopins synthese van lyriek, dramatiek en virtuositeit. De piano verschijnt daarbij telkens opnieuw als hetzelfde instrument — maar met telkens andere mogelijkheden.

Deze tekst is tot stand gekomen met behulp van A.I. en werd inhoudelijk geredigeerd en musicologisch geverifieerd

Put me on the waiting list

Wish list

Added:

To wishlist

Subscribe to the newsletter