Aleppo

Willem Bruls

In de verbeelding is Aleppo er altijd geweest, in onze herinnering niet of nauwelijks. William Shakespeare noemt de stad twee keer: in 'Macbeth' in de heksenscène en in 'Othello' als de titelfiguur zichzelf aan het slot doodsteekt nadat hij uit jaloezie zijn geliefde Desdemona heeft vermoord. Geen fraaie omgeving voor zo’n mooie stad. Het onheil lijkt echter te zijn ingebakken in de materialen waarmee Aleppo is gebouwd.

Bijna niemand kende de stad toen ik er een kwart eeuw geleden voor het eerst kwam. Misschien riep de naam ergens een associatie op. Syrië ja, Damascus ja, maar Aleppo...? Ik ontdekte op die eerste reis de magie van een historische oriëntaalse stad, maar ook van een multiculturele melting pot, en de magie van dat wat de hoofdstad van de Arabische muziek wordt genoemd.

In 2000 wandelde ik door de middeleeuwse christelijke wijk. Het was toeval dat het bijna Pasen was. Zelfs als ik dat al had gepland, zou ik door een gelaagde werkelijkheid zijn ingehaald: het orthodoxe paasfeest valt namelijk op andere dagen dan het westerse katholieke. In de oude Armeense kerk woon ik de mis bij en luister ik gefascineerd naar de koorzangen. Iets verderop ligt de Syrisch-orthodoxe kerk, waar een muziek wordt gezongen die nog archaïscher klinkt. De wortels van deze koorzang reiken tot in de derde eeuw van onze jaartelling.

Terug in de islamitische binnenstad passeer ik de op een hoge heuvel gelegen citadel, die op een onontkoombare wijze alles domineert. In de wirwar van steegjes daaromheen ligt de soek, de overdekte markt met de talloze winkeltjes en kraampjes. De geuren van kruiden waaien me tegemoet. Een verkoper vertelt me dat in Aleppo alles samenkomt: vanuit de Zijderoute, het Arabisch schiereiland, Noord-Afrika en Europa.

Als ik verder het labyrint van de wijk inloop hoor ik ritmisch gezang, sonoor en repetitief. Een vriendelijke buurtgenoot raadt mijn nieuwsgierigheid en troont me mee naar binnen. Zonder het te beseffen ben ik in de vrijdagmiddag-bijeenkomst van een soefi-broederschap terechtgekomen. Soefisme is het vriendelijke, humanistische gezicht van alle islamitische stromingen samen. Binnen zitten mannen in een kleine ruimte en ze reciteren in een eindeloze herhaling de naam van Allah, steeds sneller en intenser. Ze bewegen daarbij obsessief het bovenlichaam. Solo-zangers en een paar koorzangers zingen daar lyrische poëzie overheen. Het wordt één groot polyfoon klankveld.

De sjeik van de broederschap vertelt met dat dit de oudste in noten genoteerde Arabische muziek is. Ook daarom is Aleppo de hoofdstad van de muziek.

Bijna vijfentwintig jaar later wandel ik weer door de nu beschadigde binnenstad. Er was een meervoudige catastrofe - armoede, burgeroorlog, aardbeving - voor nodig om Aleppo weer in ons collectieve geheugen terug te laten keren. Ik zou willen dat zij voor eeuwig was vergeten.

Willem Bruls is auteur van het boek 'Een zucht van Aleppo: leven en overleven met muziek'.