Tõnu Kõrvits Kreek’s Notebook 

Waldo Geuns

Als je aan een Est vraagt om de koormuziek van zijn of haar land te beschrijven, dan mag je je verwachten aan een pleidooi vol trots en bezieling. Want het samen zingen, dat staat voor de Esten gelijk met plezier maken én hun cultuur eren. Tijdens de jarenlange Sovjetoverheersing was het de enige manier om zich te emanciperen. Sinds hun onafhankelijkheid in 1991 zijn veel Estse componisten beginnen graven in het oorspronkelijke repertoire van hun vaderland, wat juweeltjes oplevert zoals Kreek’s Notebookvan Tõnu Kõrvits uit 2007. “Kreek” staat voor Cyrillus Kreek (1889-1962), de componist en dirigent die eigenhandig een enorme verzameling authentieke Estse volksmelodieën aanlegde. Een verzameling die voor Kõrvits, “perfect de aard van ons Scandinavische land en de ziel van de Esten weerspiegelt” en dus de ideale inspiratiebron vormt voor zijn koorwerk.

0:00

Pak er maar een landkaart bij, want Kreek's Notebook is als een reisgids doorheen Estland.  Elk van de acht delen van het werk is gebaseerd op een religieuze volkshymne afkomstig uit een ander landsgedeelte. In het openingsdeel kiest Kõrvits voor Nüüd ole, Jeesus, kiidetud (‘Moge Jezus nu geprezen worden’) dat Kreek optekende op het eilandje Kihnu in de Golf van Riga aan de zuidwestkust. Een prachtige plek om de rondreis door Estland aan te vangen, want het eilandleven van Kihnu is zo uniek dat het erkend is op de UNESCO-lijst van immaterieel cultureel erfgoed. Het staat bekend als het “vrouweneiland”. Terwijl de mannen maandenlang op zee zijn om te vissen hebben de vrouwen het voor het zeggen op dit eiland. Dit vrolijke openingsdeel is dan ook volledig gereserveerd voor vrouwenstemmen en orkest.

8:25

Een eerste deel voor de vrouwen, een tweede deel voor de mannen,… Het derde deel Ma kiitlen ükspäinis neist verisist haavust (‘Ik beroem me alleen op de bloedige wonden’) schrijft Kõrvits enkel voor de strijkers die in pizzicato (al tokkelend) spelen. Voor de onderliggende hymne trekken we naar Pärnu-Jaagupi, een dorp in het westen van Estland dat alleen al een bezoekje waard is voor zijn 16de-eeuwse gotische kerk. De hymne werd gecomponeerd door een priester van de kerk, de Duitser Johann Scheffler. Hij was een van de vele lutherse missionarissen die in de 16de eeuw het protestantisme in Estland installeerden. De aanvankelijk Duitstalige hymnes werden doorheen de jaren vertaald naar het Ests, en sindsdien zijn ze als religieuze volksliederen onlosmakelijk verbonden met de Estste cultuur. Nu, enkele eeuwen later, steekt Kõrvits die oude liederen in een subtiel - en harmonisch heel kleurrijk - hedendaags jasje.

13:49

Su hooleks ennast annan ma (‘Ik heb alles wat mij aangaat aan God overgelaten’) gaat de Bach-liefhebbers misschien bekend in de oren klinken. Johann Sebastian Bach gebruikte de hymnemelodie tot vijf keer toe, zoals in het tweede deel van zijn Cantate BWV 106 ‘Gottes Zeit ist die allerbeste Zeit’. Onze Estland-reis brengt ons naar het kustdorp Mustjala op het grootste eiland Saaremaa. In de uitgestrekte sfeervolle klanklandschappen die het koor zingt, hoor je als het ware de uitgestrekte zee. Daarboven zingt de sopraansoliste een improvisatorisch aandoende melodie. Nostalgie troef, ook in de daaropvolgende ingetogen tweede helft van het deel enkel gereserveerd voor de strijkers. 

20:13

De voorlaatste halte is de landelijke kustparochie Lääne-Nigula, kort bij Haapsalu. We komen thuis bij Cyrillus Kreek die het grootste deel van zijn leven in Haapsalu woonde. Het is hier dat hij de bekende melodie Minu hing, oh ole rõõmus (‘Mijn Ziel, oh wees Vreugdevol’) in zijn verzameling opnam. De Duitse versie Freu dich sehr van de melodie duikt op in acht Bach-cantates, net als in de muziek van Johann Pachelbel, Georg Friedrich Telemann of Max Reger om er enkelen op te noemen. Voelt Kõrvits de hete adem van die grote voorgangers in zijn nek waardoor hij in dit a capella koordeel zich van zijn meest persoonlijke kant toont? De verrassende en gedurfde harmonieën zijn de grootste uitdaging voor de uitvoerders van Kreek's Notebook. De harmonische complexiteit lost geleidelijk aan op, als sneeuw voor de zon, in het jubelende slotdeel Ma vaatan üles mäele (‘Ik kijk omhoog naar de berg’) dat onze rondreis afsluit terug op het wondermooie eiland Saaremaa.

Dit artikel verscheen eerder in het Symfozine van Symfonieorkest Vlaanderen. Wil je dit driemaandelijks magazine gratis thuis ontvangen? Schrijf je hier in.