Van Kopatchinskaja over Queyras & Tharaud tot Khalife: grote namen in onze zalen in januari en februari

Ontdek hier wat onze recensenten op papier zetten na (of zelfs al tijdens) de concerten!


Eerdere bijdragen van onze recensenten zijn hier te vinden.

Een zondagse Christina tussen drie generaties kinderen en ouders

7 januari, Concertzaal

Naar het voorbeeld van de KIDconcerten van Antwerp Symphony Orchestra waagde ook het Symfonieorkest Vlaanderen zich begin januari aan een concert voor het hele gezin. Daar waar de KIDconcerten draaien om de combinatie tussen muziek en theater, bestond het familieconcert 'Het is roodgeelblauw en het klinkt als wauw?' vooral uit kleuren en beelden, en veel muziek uiteraard. Vooraf konden kinderen met de nodige vormen en kleuren opwarmen in onze foyers, om zich daarna volledig te laten onderdompelen in een magische wereld van klank en kleur in onze concertzaal. Christina Vanderhaeghe beschrijft haar kijk op dit alles in onderstaand verslag.

*  *  *

Zondag, familiedag. Het is anders binnenkomen in de Bijloke.
Kleurrijke langwerpige planken, net hoog genoeg om er kinderen aan het tekenen te zetten, kleuren, kijken naar grote broer of zus. Sommigen leggen er zich bij neer, ergens in de inkomhal en gaan ernstig aan het werk. Papa’s en mama’s in de buurt, jasjes en rugzakjes bij de hand. Oma wordt naar het toilet meegesleurd, terwijl mama zich over de baby ontfermt. Ondertussen gebeurt er van alles in de vele gangen en hoeken van De Bijloke. Er wordt gezongen, gedanst. Heel wat vrijwilligers leiden alles in goede banen, terwijl ze geruisloos op de achtergrond van het decor blijven.

Nergens getrek of geschreeuw. Iedereen is vriendelijk. De equipe achter de bar, in het zwart, vrolijk aan het bedienen. Zoveel mensen bijeen, zoveel rust. Kinderen herleiden mijn gejaagdheid tot een zondags ritme, gewichtigheid tot een gezellig bijeenzijn. Geen uitgesproken regels, noch wetten. En toch, alles verloopt hier vlekkeloos. Behalve wat gekleurde vlekjes die op de grond zijn achtergelaten. Op zondag mag er al eens buiten de lijntjes worden gekleurd.

En dan komt de muziek. Trompetten vanop het balkon in de foyer. We zijn paraat om onze oren en ogen niet te geloven. Muziek heeft altijd een mysterieuze impact op mensen. Kinderen gaan er in op, bewegen zich gemakkelijker met hun hele lichaam, hoeven niet over ritme en maat na te denken. Zijn wij, grote mensen, dat verleerd? Te lang op de schoolbanken gezeten?

Ondertussen is het Symfonieorkest Vlaanderen het podium in de grote zaal aan het bezetten. Ook hier kleurrijke zitbankjes, zitbollen, decors en… plezier. De zaal loopt vol. Het orkest heeft er zin in. Het mag wat losser, wat vrijer, zolang het samenspelen fantastisch goed klinkt. De orkestleider, Steven Verhaert, houdt de touwtjes dan ook in strakke handen.

De ernst die klassieke muziek eigen is, smelt in een kroes van speelsheid. Kleuren worden klanken. Vier ‘voorgangers’ brengen de zaal aan het zingen. Jammer dat iedereen in de stoel ‘moet’ blijven zitten, terwijl het podium vooraan heerlijk mag dansen. Het kijken naar deze mensen die instrumenten bespelen, het horen van dit orkest, het zien van videobeelden op de achtergrond: het is spannend, het is feestelijk, het is vergeten dat het tijdelijk is.

Een baby in een wiegje in de gang huilt niet, roept niet, slaapt de hele tijd verder. Muziek voor het slapen, muziek voor het luisterplezier, muziek om meer licht en kleur aan het leven te geven. Een zondag in januari leent er zich uitstekend voor.

Gejoel volgt als er grote bollen over de hoofden in de zaal worden gedropt. Iedereen wil graag meedoen: drie generaties mensen duwen eenzelfde bal voorwaarts, achterwaarts, zijwaarts. Ze vinden mekaar, willen eventjes de bal hebben aangeraakt. Meedoen. De muziek gaat verder. Een jongen krijgt snoep. Deelt niet met z’n zus die aan het huilen gaat. Een korte knip in het plezier. Gaat wel weer over.

Het feest is voorbij. De laatste klanken blijven nog een tijdje hangen. Het applaus is hartelijk en jeugdig. Iedereen staat recht, kleurrijke lichten, vriendelijke medewerkers voeren ons terug naar de uitgang.

Dank u, allen die erbij waren.

 

Volgens Willem kan muziek klinken als champagne, maar ook als siroop

13 januari, Concertzaal

Het tweede concert van het jaar was er ééntje met twee sterren op het podium. De ene stond - blootvoets - viool te spelen in de spotlight, de andere hield - met de rug naar het publiek - het orkest op het rechte pad. Willem Erauw houdt ervan om zijn verhaal in detail neer te pennen, vol nuance en achtergrondinformatie. Hieronder leest u hoe hij dit concert ervaren heeft.

*  *  *

De Bijlokeconcertzaal op een winterse zaterdagavond: Mozart, Schumann en César Franck in een schijnbaar traditioneel samengesteld programma. Een Mozartsymfonie als opener, een concerto met een beroemde solist en na de pauze een diepzinnige romantische symfonie. Schijnbaar, want het vioolconcerto van Schumann is een buitenbeentje naast het ijzeren vioolrepertoire van de overbekende romantische concerti - Sibelius, Brahms of Tschaikovsky - waarmee grote vioolvirtuozen de wereld rondtrekken. Ook de symfonie van Franck is lang niet zo bekend, muziek met een dikke laag stof erop.

Champagne en bronwater

Op vier volle pagina’s, bij de balie beschikbaar, staat de muziek meer dan uitgebreid beschreven. Ik ben niet voor de geschreven woorden gekomen, maar voor de klinkende noten, dus laat ik me verrassen door de heldere klank van het Antwerp Symphony Orchestra en Philippe Herreweghe. Verrassend pittig klinkt het. Mozart schreef de symfonie voor het Parijse publiek. Sprankelend, champagne voor de oren. De strijkers spelen met een zuinige vibrato, waardoor melodische lijnen soms ietwat ijzig klinken. Het is tenslotte winter, ook in Parijs.

Na het applaus voor Mozart komt het moment waarvoor iedereen is gekomen, we wachten vol spanning op de ster van de avond. Violiste Patricia Kopatchinskaja is één van de vioolgodinnen van de laatste tien jaar. Beroemd en berucht om haar eigenzinnigheid en expressie. Op de grote podia in de hele wereld heeft ze getoond hoe viool spelen uit een soort oerkracht en aardse energie kan komen. Natuurlijk hebben ook managers hun deel erin gehad om een vurig imago ‘in de markt’ te zetten, zoals dat heet. Ze is bovendien afkomstig uit Moldavië, het armste land van Europa - dat helpt altijd.

Waarom in Godsnaam dat rare vioolconcerto van Schumann, vraag ik me opnieuw af. Als violist op retour ken ik het stuk maar al te goed, want ik koos het om er ruim dertig jaar geleden mijn Eerste Prijs mee te halen, zoals de Master toen nog heette. Het stuk is vaak geassocieerd geworden met Schumanns waanzin in zijn late jaren, is pas in de tweede helft van de twintigste eeuw herontdekt en pas sinds enkele decennia zie je het af en toe op concertprogramma’s. Behalve de weemoed en de melancholie klinkt er ook vaak hoop en verwachting in door. Het blijft muziek uit een verfrissende en zuivere bron, zonder de zwaarwichtigheid en virtuoze bravoure van menig ander romantisch vioolconcerto.

Energie uit de aarde

Er wordt een rode mat naast de lessenaar van de dirigent gelegd. Pas later weten we waarom. Dan komt Kopatchinkaja op, Herreweghe achter haar aan. Een bruid, denk ik, in haar witte lange kleed en de viool als een bruidsboeket boven haar hoofd geheven. Wit, luchtig en wat frommelig: meer japon dan jurk. Ze gaat op de mat staan en tijdens de lange intro van het orkest zie je hoe haar hoofd doordrongen wordt van de muziek. Het is alsof er twee dirigenten voor het orkest staan: Herreweghe met zijn handen en zij met haar hoofd.

Typerend voor het stuk, voor alles van Schumann, is de afwisseling van zachte, lyrische en dromerige passages met heftige, opzwepende forte-fragmenten. Een tweespalt dat wordt weerspiegeld in Kopatchinskaja’s spel. Soms speelt ze met een engelenstem, dan weer verrast ze ons als een duiveltje-uit-een-doosje. Vanaf de eerste noot heeft ze de zaal in haar ban. Opvallend hoe zacht, soms ijl, en hoe teruggetrokken ze de dromerige zinnen speelt, alsof ze met haar viool wil verdwijnen in de zuchtende orkestklank. Ze speelt onwerelds, sprookjesachtig. Hoe ze er daarna terug bovenop en bovenuit komt, hoe ze in een forte-trek uit het niets weer opvlamt, tot leven gewekt door musici rondom haar - Sneeuwwitje op de planken.

Zou ze beseffen hoezeer ze flirt met publiek en orkest? Na een tijdje valt iets op wanneer ze bij sommige passages licht opveert. Van onder het lange kleed komen enkele tenen tevoorschijn. Tenen en voeten zonder schoenen. Dat verklaart meteen ook de mat. Ik herinner me dat ze erom bekend staat blootsvoets te spelen. Door het lange kleed viel het eerst niet op, en wellicht hebben velen het niet eens opgemerkt. Met haar voeten wil ze contact met de grond, wil ze de energie uit de aarde halen, vertelt ze in interviews. Het draagt bij tot haar imago van vulkanische violiste.

Na het lankmoedige slotakkoord moet ik diep nadenken om mezelf een oordeel te vormen. Een fenomeen, iemand van een andere planeet; je moet durf hebben om zo, weg van de wereld, te spelen. Durf en lef op de rand van de waanzin: je krijgt er geen vat op, op deze Patricia, de Pipi Langkous van het concertpodium. Een muziekstuk van een gek op een gekke manier gespeeld, denk ik uiteindelijk, dus het klopt.

Sirop de Liège

We verdienen een lange pauze om zelf terug met beide benen op begane grond terecht te komen. Deze winterse zaterdagavond valt in het weekend voor Blue Monday: de derde maandag van januari, volgens de statistieken de meest troosteloze en deprimerende dag van het jaar.

Geen kwaad woord over de symfonie van César Franck, maar in zekere zin vormt ze een gepaste voorbode voor Blue Monday. Geen muziek om vrolijk van te worden dus, een cocktail van Franse sérieux en Duitse zwaarmoedigheid. Omdat hij in Luik geboren is wordt zijn werk soms als Belgisch geduid, beïnvloed door zowel Duitse als Franse tradities, tegelijk Germaans en Romaans. Franck is bekend gebleven voor orgel-, piano- en kamermuziek, en nog bekender omwille van zijn volumineuze bakkebaarden. Zijn werk heeft vaak ook iets volumineus, overvloedigs en overmatigs, iets stroperig. Na de champagne van Mozart en het bronwater van Schumann, zijn we bij Francks perenstroop, sirop de Liège, aanbeland. Muziek met bakkebaarden. Er zit iets Wagneriaans in, maar dan met Franse snit.

Herreweghe en zijn troepen leveren een lange strijd. Omdat hij geen dirigeerstok in de hand heeft, beweegt zijn lichaam op een ietwat andere manier dan bij vele andere dirigenten. Bij Herreweghe beweegt het hele bovenlichaam op de muziek, met zijn zwarte loshangende overhemd eroverheen. Licht voorovergebogen is het soms alsof hij aan een kar trekt, soms alsof hij in de pot roert, de pot met de dikke sirop de Liège. Ik ben opgelucht en voldaan wanneer de veertig minuten Franck achter de rug zijn.

Na de symfonie denk ik opnieuw aan Patricia Kopatchinskaja en hoe ze ons vanavond heeft betoverd en behekst. Zó kan je dus ook musiceren. Het kan altijd anders, je kan altijd iets nieuws vinden, je kan altijd verrassen, als je maar naar jezelf op zoek gaat en je energie vindt. Alsof ze met haar viool wilde uitroepen: zoek jezelf, verlaat de drukke snelweg waarop iedereen in dezelfde richting raast en sla een onbekend pad in, de weg naar je ziel. Een hoopvolle boodschap om de Blue Monday te overleven.
 

Koerian observeerde de musicerende lichamen van het Meccore String Quartet

18 januari, Concertzaal

Het was een stormachtige avond met ontweer toen het Poolse Meccore String Quartet ons podium besteeg. Het programma was al even bewogen, en zo ook de uitvoering. Lees hieronder verder wat onze recensent Koerian Verbesselt opviel tijdens het concert!

*  *  *

Donderdag 18 januari kwam Meccore String Kwartet naar De Bijloke. Aangekondigd als Poolse klassebakken bestegen ze het podium van een zaal waarin onweer galmde. Een beetje een bombastische intro, maar dat mocht ook wel. Als strijkkwartet twintigste eeuwse muziek brengen, en dat ook nog eens onversterkt doen in zo’n grote zaal: geen makkie. Indien de populariteit van Arvo Pärt een maatstaf mag zijn is twintigste eeuwse klassieke muziek heel erg trendy en sexy, maar het moeilijk verteerbare aura blijft soms onverdiend hangen, zoals blijkt uit de vele lege stoelen in de zaal.

Maar bon, het stormde dus buiten, het zal de opnames die er werden gemaakt enkel sfeervoller hebben doen klinken. Ook het programma van Meccore was stormachtig: van de springerige micropolyfonie van Ligeti, over het revolutionaire eclecticisme van Sjostakovitsj, naar het religieus geïnspireerde minimalisme van Gorecki - een muzikale rollercoaster. Het was voor ondergetekende dan ook vaak een opgave om te wennen aan de steeds wisselende toon van de programmatie.

Als dit voor iemand uit het publiek al het geval was, hoe moeten de muzikanten zich dan gevoeld hebben? Welk een mate van concentratie en focus vergt het om op een oprechte manier stukken te brengen die mijlenver uiteen liggen? Ik ging het voor u na.

De grimassen van Karol Marianowski, cellist van dienst, deinden geconcentreerd mee met de muziek. Wisselvallig en gefronst bij Ligeti, energiek maar nog steeds gefronst bij Sjostakovitsj, en contemplatief en, wel ja, gefronst, bij Gorecki. De man heeft indrukwekkende focusrimpels en wist die feilloos aan te wenden om ons een inkijk te gunnen in wat het eclectisch avondrepertoire van een muzikant vergt. Het is me nog steeds een raadsel hoe Karol zijn gezicht tijdens Ligeti's eerste strijkkwartet in zo veel bochten tegelijk wist te wringen, het was een waar spektakel. Elk Italiaans partituurbijschrift viel op 's mans gezicht af te lezen. Hij zocht in zijn emotionele buien ook nu en dan contact en bevestiging bij zijn collega’s – voelen jullie dit ook? Zijn ogen schoten heen en weer tussen de violisten en de viola, helaas zonder resultaat. Karol bleef eenzaam zijn gevoelswereld belijden, zonder bevestiging van zijn kompanen.

Michal Bryla, violaspeler (violast, violanist?), konden we het bezwaarlijk kwalijk nemen dat hij de aandachtshunkering van Karol niet beantwoordde. Hij had het namelijk te druk met rockster spelen. Geen grootse emoties bij Bryla, wel hoofdknikken en wijde poses. Hoe krachtiger de muziek, hoe wijder de benen en feller de hoofdknikken. Misschien wilde Michal ooi een ruige metalgod worden, maar moest hij van zijn ouders richting de klassieke muziekschool, of wie weet is hij wel een stiekeme luchtgitaarheld? Van gebrek aan empathie konden we Bryla dan weer niet beschuldigen, als de partituur zijn viola niet vereiste zette hij zijn bewegingen voort op de tonen van de anderen. Een heel lichamelijke muziekbeleving dus, die vooral tijdens Sjostakovitsj tot zijn recht kwam.

Jarosław Nadrzycki en Wojciech Koprowski , de twee violisten, stonden er relatief stijfjes bij. Nochtans bewijzen beelden op Youtube dat ze wel degelijk in staat zijn tot emoties en voorzichtige danspasjes. In De Bijloke hield Jaroslaw het bij een strenge blik en Wojciech bij een vloeiend hoofdwiegen. Iemand moet het doen, het cliché van de stijve klassieke muzikant bevestigen. Elke klassieke combinatie heeft nood aan minstens één persoon die het aura van Spartaanse beroepsernst (boven spelplezier) in ere houdt. Mensen betalen nu eenmaal nog liever voor iemand die al op prille leeftijd zijn vingers brak op ijzeren discipline dan voor een olijkerd die zijn passie tentoon spreidt.

De concertbeleving van de vier muzikanten leek in contrast te staan: cellist en violast lieten zich meeslepen door de noten die hun instrumenten verlieten, de violisten bleven beheerst om de juiste noten uit hun instrumenten te krijgen. Ik genoot overigens ook van de muziek; Meccore wordt terecht bij de beste jonge kwartetten van Europa gerekend.

Beethoven in bewerking door Caine in bewerking door Cools

19 januari, Concertzaal

Samen met Brussels Philharmonic bracht pianist en componist Uri Caine een prikkelend tweeledig programma in onze concertzaal. Voor de pauze brachten zij, zoals voorzien, een eigenzinnige bewerking van Beethovens Diabelli-variaties. Nadien volgde een gloednieuwe compositie: 'Agent Orange', alluderend op de Amerikaanse president Trump. Tekenaar Leonard Cools geeft hieronder zijn soort transcriptie van de avond. In een aantal tekeningen probeerde hij Uri Caines onconventionele manier van spelen te vangen. Leonard was, naar eigen zeggen, een heel grote fan van de georchestreerde chaos die Caine samen met het Brussels Philharmonic uitlokte. "Die funky, schijnbaar wanordelijke sfeer, de grote dosis humor, scherpzinnigheid en zelfrelativering heb ik in mijn tekeningen proberen vangen", aldus Cools.

Timo tussen de Gentenaars: het nieuwjaarsconcert onder leiding van Dirk Brossé

21 januari, Concertzaal

Het nieuwjaarsconcert van Stad Gent, dat staat garant voor een volle zaal, en een programma om de vingers van af te likken. Dit jaar stond het concert in het teken van Leonard Bernstein, de Amerikaanse opera- en musicalcomponist die honder jaar geleden het levenslicht zag. Naast een greep uit Bernsteins bekende oeuvre, stonden ook enkele Broadway-walsen en werken van dirigent-componist Dirk Brossé op het programma. Timo Meireman nam plaats tussen alle genodigden en documenteerde enkele indrukken van muzikanten van Symfonieorkest Vlaanderen, en hun instrumenten.

Julie kijkt meerlagig naar Acis & Galatea

27 januari, Concertzaal

Le Banquet Céleste maakte de zaal af en toe aan het gniffelen met hun speelse en uitmuntende interpretatie van Händels pastorale opera Acis & Galatea. Het was dan wel een concertante versie van dit topwerk uit de Barok, ook zonder kostuums en pruiken zorgde dit Franse ensemble, en vooral de vier zangers, voor tragikomisch theater op het podium. Julie Daems, filmstudente bij de buren van het KASK, nam plaats in de zaal en sprokkelde beelden waarmee ze onderstaande collage maakte.


Frederik laat zijn licht schijnen op twee jonge meesters - of was het omgekeerd?

28 januari, Kraakhuis

Het derde concert in onze reeks Young Masters was er ééntje met zang en piano. Zeer expressieve zang, getuige onderstaande foto's van Frederik Mouton. Sopraan Naomi Beeldens gaf zich helemaal over aan Britten, Schönberg, Poulenc en anderen. Haar steun achter de piano was Thomas Eeckhout, die op het laatste moment nog insprong voor Isaak Duerinck, die helaas zijn hand brak. Met één hand piano spelen zou iets te minimalistisch geweest zijn voor deze lyrische zondagochtend...

Nicole reduceert Tamar Halperin tot enkele pennenstreken

1 februari, Kraakhuis

Eén klavecimbel, één vrouw om hem te bespelen en ons te betoveren met de muzikale eeuwige kracht van Bach. De Israëlische Tamar Halperin stond - of beter zat - solo in ons Kraakhuis, met naast muziek van Bach ook nieuwe muziek, gecreëerd door haarzelf en bevriende componisten. Een andere sterke vrouw in de zaal was Nicole Halsberghe. Zij was gewillig deel van het publiek en leverde alweer een prachtig en puur portret af. Met enkele pennenstreken weet Nicole steeds de essentie van een mens te vatten. Daarnaast bracht ze een andere tekening en een foto samen in een ietwat bevreemdende collage.



Carlo denkt in mooie metaforen terug aan Queyras & Tharaud

2 februari, Kraakhuis

Een vol Kraakhuis wachtte in spanning op de komst van Jean-Guihen Queyras en Alexandre Tharaud, koningskoppel op cello en piano. Met een gevarieerd klassiek programma namen ze het publiek mee op sleeptouw door drie eeuwen muziekgeschiedenis. Ze voelden elkaar daarbij perfect aan, als een match made in heaven. Beiden kunnen evenwaardig tot snarenkoning gekroond worden... Hun concert inspireerde onze man in de zaal, Carlo Siau, tot een kort maar sterk staaltje poëzie.

*  *  *

we spannen een snaar
geen touwgetrek over jaren heen
dat we eenstemmig ja en nee
op een akkoord gooien

mijn brieven met geurende hars gladgestreken
jouw letters gehamerd of zuinig getypt
niemand die twijfelt over wat ons verbindt

dreigt afstand ons te strekken
ontvouwen we doorweekte stadskaarten
met een vette bol geverfd op plaatsen
waar
we zullen samenspannen

Stef analyseert de kwaliteit en populaireit van avant-garde klassiek

3 februari, Concertzaal

Begin februari stond het Spectra Ensemble op de planken van onze concertzaal, met twee recente avant-garde werken: 'Sur Incices' van Boulez uit het einde van vorige eeuw, en 'Bereshit' van Pintscher, pas enkele jaren geleden gecomponeerd. Dit concert inspireerde harpstudent Stef Van Vynckt tot een kritische analyse van de kwaliteit en populaireit van twintigste eeuwse avant-garde klassiek, waarin hij argumenten wikt en weegt maar uiteindelijk tot een duidelijke conclusie komt. De lectuur zeker waard!

*  *  *

Lucien Goethals, één van de pioniers van de elektronische muziek in België, verfoeide het gegeven dat vernieuwde kunstmuziek met termen als elitarisme en pretentie geassocieerd werd. Dat dergelijke muziek dermate geraffineerd is, is geen tekort maar een kwaliteit en bijgevolg niet iets wat gemeden moet worden. Goethals beweerde dat het grote publiek wenst dat het diepzinnige zich manifesteert zoals het oppervlakkige, waaraan hij toevoegde dat dit simpelweg onhaalbaar is. Het is echter de vraag of zijn opvattingen ooit ten volle gewaardeerd zullen worden. Dat klassieke muziek met termen als elitarisme geassocieerd wordt, is na dergelijke uitspraken bijna onoverkomelijk.

De hedendaagse klassieke muziek wordt gekenmerkt door onbegrip en vertwijfeling bij zijn publiek. Waar deze muziek aanving met de emancipatie van de dissonant, mondde deze ondertussen uit in een zootje ongeregeld - of zo wordt de muziek toch door velen gepercipieerd. Melodie werd door vele twintigste-eeuwse componisten overboord gegooid. Melodie maakte noodgedwongen plaats voor onder andere Stravinsky’s concept, waarbij niet de melodie of de harmonie, maar de ritmische vitaliteit de stuwende kracht van het werk was, en Schöbergs ontwerp, waarbij de individuele tonen als uitgangspunt functioneren.

Onder invloed van deze nieuwe inzichten onderging de luisterervaring ingrijpende veranderingen. De opschudding die ‘schandaalwerken’ als Le Sacre du Printemps teweegbrachten, is daar dan ook het uitvloeisel van. Vandaag de dag wordt die muziek anders benaderd: er wordt in stilte geluisterd. Het is zelfs zo dat moderne en ongebruikelijke werken een intensievere stilte teweegbrengen dan wereldwijd onbetwiste muzikale wonderen, zoals bijvoorbeeld Mozarts ‘Koningin van de Nacht’, Dvořáks Symfonie ‘Uit de Nieuwe Wereld’ en Beethovens Vijfde symfonie.

De reden tot het anders reageren op die muziek vind ik op zijn minst fascinerend. Het is muziek waarin de complexiteit een hoogtepunt bereikt. Het is namelijk nagenoeg onmogelijk om als luisteraar enige vorm van structuur te ontwaren bij werken uit stromingen als het serialisme, spectralisme en indeterminate music. Toch is het muziek die zijn publiek stil krijgt. Waaraan toegevoegd moet worden dat we er hoogstwaarschijnlijk wel van kunnen uitgaan dat we het over luisteraars hebben die dergelijke concerten bewust opzoeken en er dus een voorliefde hebben. Voor de meesten, zelfs geoefende luisteraars en ook professionele muzikanten, blijft het ontoegankelijke muziek.

Xenakis, Lachenmann, Kagel, Stockhausen, Cage en andere modernisten ontbreken nog steeds in hitlijsten. Debussy, Satie en zowaar Stravinsky blijken ondertussen wel al op appreciatie bij een breder publiek te kunnen rekenen. Hieraan moet onmiddellijk toegevoegd worden dat ik eerder sceptisch sta tegenover het idee dat ook de muziek van de avant-garde deze ontwikkeling zal ondergaan. Ik volg Pierre Boulez, die zei dat hij met zijn muziek in een doodlopend straatje terechtgekomen was. Sommige muziek is nu eenmaal net die brug te ver. Het achterliggende filosofische idee is vaak heel boeiend en de notatie van de partituur opent nieuwe deuren, maar de muziek op zich is moeilijk genietbaar.

Wel zullen vele componisten stellen dat hun muziek beleefd moet worden. Het is muziek die thuishoort in het concertgebeuren, omdat enkel op die manier de volledige boodschap en het volledige concept overgeleverd kan worden. Je luistert nu eenmaal nooit snel even naar Mauricio Kagels Match, laat staan John Cages 4’33’’. Het zijn werken die wat betreft boodschap tot niets herleid worden wanneer ze door een luidspreker gestuurd worden.

Het Spectra Ensemble voerde ‘Sur incises’, één van Boulez’ laatste werken, uit in De Bijloke. Drie piano’s, drie harpen en drie percussionisten. Pierre Boulez identificeer ik als één van de meest toonaangevende hedendaagse componisten. Als componist, dirigent en cultuurbeleidsmaker drukte de Fransman een enorme stempel op de muziek en het muziekleven van na WOII. Serialist van het eerste uur, boegbeeld van de naoorlogse avant-garde, oprichter van onder meer het prestigieuze elektronische muziekinstituut IRCAM en het Ensemble InterContemporain: de nalatenschap van Pierre Boulez is overduidelijk groot en kleurrijk.

Boulez’ werk wordt gekenmerkt door een doordachte structuur waarbij alle prameters - melodie, harmonie, interval, ritme, accent, timbre en dynamiek - helder en precies zijn gedefinieerd. Elk gevoelselement wordt zo zorgvuldig gemeden. Emotie is een zaak van elke individuele toehoorder. Ik werd alvast overdonderd, zat tot op het puntje van mijn stoel, voelde adrenaline pompen. De muziek die zo uitermate gedetailleerd complex is, slaagde er met zijn pure, bitsige klankvirtuositeit in om ontroerende muziek te zijn - iets wat ik niet voor mogelijk hield. Hoewel ik het eerder al mocht ervaren wanneer ik zelf dergelijk repertoire uitvoerde. Hoe paradoxaal dit ook moge klinken: in die werken zitten, ondanks de minutieus vastgelegde parameters, de grootste muzikale expressiemogelijkheden. Ik ervaar het als uitvoerder vaak als muziek die hartverscheurend kan zijn, meer nog dan Romantiek dat zo vaak is.

Bij de uiteindelijke impact en betekenis van de twintigste-eeuwse klassieke muziek heb ik soms mijn reservaties. Ze zocht extremen op, kleurde buiten de lijntjes, verlegde grenzen, maar als we naar de klassieke muziek kijken die vandaag populair is - ik denk daarbij voornamelijk aan filmmuziek - keert deze net terug naar waarden die voordien van kracht waren. Melodie en harmonie zijn opnieuw toonaangevend en grote romantici vormen de voornaamste inspiratiebron. De wellicht wat vergezochte muziek die door de twintigste eeuwse avant-garde gepropageerd werd, is er tot dusver niet in geslaagd het kunstlandschap in te nemen en stand te houden. Daarbij moeten we ons misschien de vraag stellen of dat ook de bedoeling hoort te zijn van muziek. Zijn populariteit en succes parameters van kwaliteit?

Bram steekt zijn enthousiasme over onze KIDconcerten niet onder stoelen of banken

4 februari, Concertzaal

Het tweede KIDconcert dit seizoen bracht niet alleen kinderharten in vervoering. Ook onze man in de zaal, Bram Verlinde, kon deze muzikale versie van 'De drie musketiers' wel smaken. De combinatie van een sterk verhaal, gebracht door enkele ervaren acteurs, met gevarieerde en prikkelende muziek, in een uitmuntende uitvoering door Antwerp Symphony Orchestra, blijkt nog steeds een voltreffer - tot ieders vreugde! Ook volgend seizoen staan er weer enkele KIDconcerten op het programma, en Bram blijft welkom...

*  *  *

En garde!


Voor de Franse koning Lodewijk XIII en hun eigenste vaderland bekampten Athos, Aramis en Porthos, samen de welgekende drie musketiers, vriend en vooral vijand met hun degens. Althans toch volgens de legende, zo uitgeschreven door de Franse schrijver Alexandre Davy de la Palleterie Dumas die we beter en afgekort kennen als Alexandre Dumas père. Vader Dumas baseerde zich voor dit geweld(dad)ige verhaal op de schrijfsels van ene Gatien de Courtilz de Sandras die de memoires van een vierde, en zowaar de meest bekende, musketier D’Artagnan had opgetekend. Midden negentiende eeuw had de nog levende Dumas zo’n succes met deze historische roman dat een toneelversie niet lang kon uitblijven. Hierna volgden nog meerdere films (goede en minder goede), televisieseries en, jawel, musicals, waardoor dit verhaal vandaag nog steeds zowel jong als oud aanspreekt.

Voor het concert op zondag 4 februari in Muziekcentrum De Bijloke, met dit roemrijke verhaal als insteek, werden de ervaren mannen van theatergroep Lazarus opgetrommeld. Dit theatergezelschap staat gekend voor hun gedegen aanpassing van een klassiek stuk naar kindermaat. Acteur Joris Van den Brande stond in voor deze herwerking en maakte er een ingekorte doch straffe tekst van, met een eerder humoristische inslag, waardoor het wonderwel werkte voor zowel kind als ouder.

De drie acteurs - Joris van den brande (Aramis), Günther Lesage (D’Artagnan) en Pieter Genard (Athos) - pletwalsten in een klein uurtje doorheen het ganse verhaal, zonder daarbij de vele essentiële inhoudelijke details uit het oog te verliezen en de gekende klassieker ‘Eén voor allen, allen voor één’ luidkeels met degens te bezegelen. Back to the basics als het ware: geen langdradig verhaal, geen al te groot decor, geen filmprojectie, geen figuranten. Die keuze, uit praktische of artistieke overwegingen, maakte van deze voorstelling voor mij werkelijk een aangenaam schouwspektakel.

De KIDconcerten van het Antwerp Symphony Orchestra vormen een ware verademing in het culturele Vlaamse landschap, omdat ze keer op keer bewijzen dat mooie klassieke muziek en een sterk romantisch verhaal de perfecte combo vormen om kinderen te laten kennismaken met wervelende klassieke muziek. Zo ook tijdens deze voorstelling waar de vertelling van De Drie Musketiers werd afgewisseld met muziek van de Engelse componist Malcolm Arnold. Deze muziek paste perfect bij het eerder lichtvoetige verhaal en zorgde voor een uitstekende balans met het ludieke theaterspel. Dirigent (en Gentenaar) Dirk Brossé hield het Antwerp Symphony Orchestra strak in het gareel en verzorgde een glansrijke uitvoering met muziek die je achteraf nog meermaals deed verblijden.

Guy heeft weinig lijnen nodig om de muzikanten van Ensemble Isabella, met zijn dochter Marie, tot leven te wekken

8 februari, Kraakhuis

Ons Kraakhuis liep helemaal vol voor de muziek van laat-middeleeuwse componisten als Guillaume Dufay, Gilles Binchois en Pierre Fontaine. Ensemble Isabella bracht dit programma van Bourgondische chansons via rijk gevarieerde combinaties van vocale en instrumentale kleuren, met harp, draailier, vedel, organetto en blokfluit. Guy Verstraete, vader van Marie uit het ensemble, sloeg dit alles gade, met potlood en fototoestel in de aanslag. De tekeningen en foto's hieronder vormen dan ook een mooie collectie concertportretten.

Elina liet zich onderdompelen in een strijkersbad en genoot van de energie van live muziek

10 februari, Concertzaal

Tabula Rasa van Arvo Pärt en het Adagio for Strings van Samuel Barber: kippenvel was gegarandeerd in onze concertzaal. De strijkers van het Symfonieorkest Vlaanderen zorgden samen met de vioolsolisten voor een geweldige live performance, waar ook Elina Spura van genoot - getuige onderstaand relaas, waarin ze echter ook een kritische noot plaatst. Elina hield het meest van de nieuwe creatie van Joris Blanckaert. Zelf creëerde ze een korte en naïeve video, waarin ze de spanning van een live concert probeert te vatten in enkele seconden.

*  *  *

Adagio for memories

Symfonieorkest Vlaanderen, onder leiding van Karel Deseure, presenteerde een prachtig concert. Het programma omvatte Samuel Barbers "Adagio for strings", Edward Elgars "Serenade for Strings", Joris Blanckaerts "Moments Before” en Arvo Pärts “Tabula Rasa". Ik heb genoten van de schoonheid van de stukken en de opmerkelijke prestaties geleverd door het orkest en vioolsolisten Wilbert Aerts en Gordan Nikolitch. Componist Joris Blanckaert, het brein achter het hele concertidee, was ook aanwezig bij het evenement en zat bij de andere gasten. Op zaterdag 10 februari organiseerde De Bijloke dit concert; veel enthousiaste mensen konden van deze muzikale ervaring genieten.

Ik moet toegeven dat ik nog nooit naar een concert voor snaarinstrumenten was geweest, wel naar orgel- en kamermuziekconcerten. Ik was onder de indruk van de energie van die twee violisten, van het gevoel van wanhoop en onheil. Hoelang zachte muziek je aandacht kan vasthouden en hoeveel emoties ze kan losweken. Ik kreeg een lawine aan emoties te verwerken.

De meest intrigerende compositie vond ik die van Joris Blanckaert. Dit werk kun je (nog) niet vinden in een online versie dus dat is een van de vele goede redenen om een concert als dit niet nog een keer te missen. Het hele concert leek voor een groot stuk gedaan door een muzikale virtuoos, maar de eerste experimentele noten lieten me niet onbewogen. En inderdaad gaf componist Joris Blanckaert een frisse blik op voorgaande composities en was zijn werk een prachtige overgang naar het laatste muziekstuk van Pärt. Alles op de juiste plaats. Ik hield van de speelsheid van de harp, de lichte tintelingen van de percussie, gewoon op de juiste plek – de perfecte combinatie, zo'n zeldzame verrukking! Een absoluut fascinerend muzikaal werk.

Het leukste stuk was dat van Arvo Pärt: Tabula Rasa. De hele zaal was een oase aan emoties. Het geluid kwam in golven en veroorzaakte een gevoel van tragedie en dreiging dat je niet kon ontvluchten. Het voelde zo echt, bijna aanraakbaar. De hele lucht vervuld met violen; rusteloos lieten ze hun speelvaardigheden zien, maar het was ook een genot om te zien hoe muzikanten hun arme violen lieten huilen. De manier waarop de artiesten met de muziek dansten, gaf deze een extra gevoel van dreigend gevaar.

De lichttechnici leken oorlog met zichzelf te voeren. In sommige concerten is het gebruikelijk om dit slechts twee keer te doen, maar hier werd het licht in- en uitschakelen vaker gedaan. Natuurlijk waren er delen waar de muziek nauwelijks hoorbaar was, gezien de mysterieuze schemering ter plaatse. Het moment waarop het geluid, naar mijn mening, het dak raakt, zou de lichtschakelaar niet mogen worden aangeraakt en zouden de aanwezigen in de duisternis mogen blijven om volledig omringd te zijn door de kracht die uit het podium stroomt, zodat ze geraakt worden zonder te weten wie hen heeft geraakt.

Hoewel het idee zelf goed was, hield ik niet van de videoprojectie. Het was leuk voor de eerste tien minuten, maar daarna werd het saai. Het beeld kon zeker niet hetzelfde niveau bereiken als de muziek. Het voelde alsof de video probeerde een trein te halen. De zwart-wit videoprojectie op de achtergrond was een montage van zelfgemaakte video's uit het dagelijkse leven van mensen uit de jaren 1930 - en het samen vieren van dagen zonder iPhones. In het deel waar geluiden nauwelijks te bereiken waren door het menselijk oor, liet de video ons alleen met een witte achtergrond die me deed denken aan een vermoeide grootvader die voor de tv in slaap valt, een tv die na middernacht niets meer uitzendt. Of kan het zijn dat dit het licht is aan het einde van de tunnel, nadat de dood is bereikt? Met andere woorden, what thé f*ck "wit scherm"? Legt iemand dit maar eens uit want daar was werkelijk geen touw aan vast te knopen. Dit concert zou beter zijn geweest zonder videoprojectie.

Meestal reageert het publiek aan het einde van het concert als de laatste noot in de lucht stijgt. Maar deze keer was het vrij moeilijk om te onderscheiden van welke muziekstukken ze het meest hielden - het begin, het midden of het einde? Misschien zou ik de volgende keer een digitale geluidlezer moeten meenemen om te weten hoe hard mensen klappen. Het publiek hield van Joris Blanckaert en toen hij zijn stoel verliet om richting het podium te gaan, kreeg hij veel liefde van zijn fans!

Ik geloof dat het een van de grootste genoegens is om muzikanten te zien spelen. Het geeft dit parallelle verhaal: choreografie en visueel ritme. Muziek werd op hoog niveau gepresenteerd en ik kan zeggen dat de muzikanten samenwerkten alsof ze één eenheid waren. Ik hield van het concert! Het was niet te lang of te kort – net genoeg om de luisteraars nog steeds een beetje honger te geven.


 

De helft van het Quatuor Modigliani door de pen van Timo

15 februari, Concertzaal

Modigliani kent iedereen als een bijzonder getalenteerd Italiaans kunstenaar in het begin van de vorige eeuw. Een eeuw later brengt het Franse Quatuor Modigliani prachtige kamermuziek gecomponeerd in die periode, alsook uit de late negentiende eeuw. Het programma werd voortreffelijk uitgevoerd. Ondertussen is onze man in de zaal, Timo Meireman, er in geslaagd twee van de vier muzikanten op papier te portretterenn, in volle concentratie en devotie voor de muziek, en natuurlijk onafscheidelijk verbonden met hun dierbare instrument.

Bea werpt een poëtische én een schilderachtige blik op Ex Tempore

17 februari, Sint-Machariuskerk

Het eerste concert in onze reeks Machariusconcerten was er één met, toepasselijk, kerkmuziek. Niet zomaar kerkmuziek, wel prachtige - onbekende - barokmuziek, uitgevoerd door een Duits barokorkest en het vocaal ensemble Ex Tempore onder leiding van de Belg Florian Heyerick. Het concert, alsook de locatie waarin het gebracht werd, inspireerde Bea Vanelslander tot een stukje melancholische doch zalvende poëzie, maar ook tot een bijzonder kleurrijk, dromerig en zomers aquarel. 

*  *  *

Heldere engeltjes vullen de gewelven,
golven over vioolbogen
en smeren mijn hart met warmte in.
Zalven - zo voelt dat dus.

De dood dreunt overal doorheen.
Pijn eist zijn podium, en waarom niet hier?
Van mens tot mens tot mens.

Laat het leed zich uitspreiden
zacht als een duister deken.
Er is ruimte en licht genoeg.

We laten het dansen, dat grote lijden,
met de kleine zorgen van onze dag.
Samen worden ze draaglijk en vallen langzaam uiteen.

En hoor! Het leven wacht niet, maar stuwt onstopbaar
de brokstukken de lente in.
Hoe luchtig de vlinders, hoe krachtig de stammen
uit verteerde pijn ontkiemd.

Nu strelen strijkers en fluistert de fluit:
de dag was lang, slaap zacht.
Morgen groeien we nog eens, dus rust maar.
Slaap zacht, heel zachtjes en stil.

Een goedgemutste Leonard vult het oude Bijlokegeel alvast aan met een tintje roze

22 februari, Kraakhuis

Tekenaar Leonard Cools wandelde bijzonder goedgemutst ons Kraakhuis uit, met dank aan het enthousiasme van Criss Cross Europe en Sinister Sister. De ongelooflijk aanstekelijke slagwerkster Marilyn Mazur werkte één week lang samen met zes muzikanten uit evenveel verschillende landen ('Criss Cross Europe'). Het concert dat ze na afloop van die week gaven, was fris, opwindend en getuigde vooral van ontzettend veel plezier. Criss Cross Europe is een "Rolls Royce van een band" (om het met de woorden van zangeres Sarah Klenes te zeggen), die zonder pardon alle lands- en taalgrenzen oversteekt.

Voor Sinister Sister had Leonard alleen maar lovende woorden: "Mijn tekeningen zijn vooral gestoeld op het contrast tussen de geflipte, energieke muziek enerzijds en de hypergeconcentreerde houding van de muzikanten anderzijds. Hoe meer de instrumentalist achter zijn partituur verdween, hoe straffer de Bartókiaanse grooves uit zijn versterker knalden".

Hieronder vallen ook de sprekende foto's van onze fotograaf Geert Vandepoele te bewonderen.

Frederik houdt het simpel: focus op de dirigent en de solist

23 februari, Concertzaal

Het voorlaatste concert van Antwerp Symphony Orchestra dit seizoen had een revolutionair tintje. Op het programma stond de derde 'heroïsche' symfonie van Beethoven en sprankelend operawerk van Rossini. Fotograaf Frederik Mouton schoot enkele no-nonsense zwart-witfoto's, met een focus op de energie van de dirigent Richard Egarr en de sopraan Louise Alder.

Magalie reist op de warmte en weemoed van Marcel Khalife

24 februari, Concertzaal

Eind februari was een Arabische held te gast in onze concertzaal: de Libanese zanger, oedspeler en componist Marcel Khalife. Het werd een avond vol interactie, geklap en gezang, warmte en weemoed. Gezien de iconische status van Khalife zat de zaal uiteraard overvol - alle leeftijden, huidskleuren en religies vonden elkaar in een gemeenschappelijke devotie voor zijn muziek. Ook Magalie Lagae was onder de indruk. Zij schreef achteraf enkele impressies voor ons neer.

*  *  *
 
HABIBI

11 snaren, ze produceren geuren en kleuren.
Muziek die ruikt naar verse dadels, zinderende hitte, sumak
drukke straten met felle neonlichten.
Muziek die inkleurt wat anders zo wit blijft
grapjes in een andere taal die je niet begrijpt
maar je voelt: het gaat over dat wat geen taal behoeft
liefde & poëzie
en hoe die woorden eigenlijk hetzelfde betekenen.
De mannen nemen elkaar broederlijk vast en zingen mee
enkele vrouwen klappen elegant en fluisteren elk gezongen woord zachtjes na
een klein jongetje luistert twee uren stilzwijgend
een meisje legt haar hoofd op de schouder van haar habibi.
Grote families als klankkast waarin de
11 snaren trilllen
en een volksheld die
weemoed in een lied giet.

Christina, simpelweg ontroerd door een gedeelde muzikale schoonheid op zondagochtend

25 februari, Kraakhuis

Christina Vanderhaeghe, ondertussen een overtuigde Bijlokefan, maakt ook op zondagochtend tijd voor onze muziek. Ze kwam luisteren naar het vierde concert in de reeks Young Masters, waarbij drie muzikanten het beste van hunzelf gaven, en, in de ogen van Christina althans, voor veel schoonheid en ontroering zorgden. Haar poëtische observaties en warme gedachten bij dit concert zijn hieronder te lezen.

*  *  *

Veel volk op zondagmorgen in de Bijloke. We zijn er vroeg bij: een vriendin, en haar kinderen van 10 - met z’n vieren gaan we de mooie zaal ‘Kraakhuis’ binnen. Een vrouw met viool, haar geliefde aan de piano en een vriend van beiden zet zijn cello klaar. Ze hebben nog geen naam voor hun trio. Wil niet zeggen dat hun muziek niet uitstekend is.

Ze gaan van start met Rachmaninov. Een meisje op de eerste rij, misschien 11 jaar oud, zet zich schrap. Ze kijkt haar ogen uit op de muzikanten, hoort muziek die haar volle interesse wekt. Ze beweegt nauwelijks, vergeet waar ze was gebleven. Zou ze ook muzikante willen worden? In de lijn van Veronique De Raedemaecker, violiste? In de pauze verneem ik van haar moeder dat het meisje, 9 jaar, dagelijks piano speelt en van geen afwijken wil weten. Elke zondag naar een concert, elke weekdag zelf oefenen thuis en op de academie. Ze treedt reeds op, voor haar klas, voor haar familie. Niemand zal haar ambitie tegenhouden. Eens komt haar dag, zeker weten.

Zo inspireren deze drie jonge musici al een nieuwe generatie: geconcentreerd, perfect samenspel, ooit zelf geraakt door muziek. Rachmaninov zou het graag horen. Wat kan je beter wensen dan jonge musici die een componist alle eer aan doen, die een zaal in vervoering brengen met drie instrumenten die mekaar perfect ruimte geven, en tot een samenhorigheid komen waarvan we in het dagelijks leven niet zo veel merken.

Terwijl we verder naar Sjostakovitsj, pianotrio nr.2 in e (opus 67), luisteren, een man en een vrouw hand in hand, gaat de oorlog verder in Syrië, zijn miljoenen mannen, vrouwen en kinderen op de vlucht, dreigt er watertekort in Zuid-Afrika.

En toch, Sjostakovitsj, Russisch componist en pianist uit vorige eeuw, had verschillende aanvaringen met het centrale gezag in Moskou, kende de wreedheden van Stalin, maakte persoonlijke tragedies mee, én schreef oorlogssymfonieën. Hij bleef in Rusland wonen, zijn werken kenden een ongelooflijk succes in het buitenland. Geen overwinningsmuziek, geen nationalistisch eerbetoon, geen treurmarsen. Sombere muziek, een zwaarmoedige liederencyclus met de dood als centraal thema, na de dood van zijn geliefde eerste echtgenote in 1954. Muziek en tragiek, het kan, het moet, om te overleven in bange tijden.

De muziek die we in de Bijloke horen maakte hij nà de gruwelen van W.O. I en II: gestold lijden in een uitgepuurd optreden van drie jonge muzikanten. Vreemd hoe we deze zondagmorgen samen doorbrengen, mekaar niet kennen, en muziek beleven die ons ter harte gaat. Ieder van ons zit daar met een levensverhaal, vrolijk, droevig, met gesloten ogen, alleen. Het wordt achtergrond: we beleven hier muziek als een streven naar schoonheid, naar waarachtigheid, naar samenhorigheid. En de drie muzikanten slagen er bijzonder goed in: kinderen én volwassenen worden auditief aangesproken, gaan onder in het schone, geven een heel warm applaus aan de uitvoerders Veronique De Raedemaeker (viool), David Poskin (cello) en George Tyriard (piano). Zij worden hun instrument in hun laatste uitvoering voor vandaag: Brahms, Pianotrio nr.1 in B. Dit kan alleen maar goed aflopen.

En wat kan je beter doen nà zo’n beleving dan samen aan tafel gaan met je vrienden? We kiezen voor STAMcafé, waar het zonlicht en het water samen verder spelen. Muziek kan je op veel plaatsen horen. Muziek, de enige internationale taal waar we elkaar tot op zekere hoogte vinden: in de mogelijkheid van ontroering die schoonheid heet.

De muzikanten lopen verder school, in Bonn, in Keulen, in Amsterdam. Ze hebben leermeesters, ze houden van hun vak en weten dat het doorgaat, dat er hard gewerkt moet worden, dat ze goed onderweg zijn. Ook voor hen was het publiek in De Bijloke een dankbaar genoegen.