Antwerp Symphony Orchestra, Capuçon & Thibaudet

Uit de Nieuwe Wereld
za 17
november

Programma

John Adams | The chairman dances

Richard Dubugnon | Concerto voor cello, piano en orkest 'Eros Athanatos'

Antonin Dvořák | Symfonie nr. 9 in e, opus 95 ‘Uit de nieuwe wereld’

 

De titel liegt er niet om: voor oren uit het oude Europa moest Dvořáks laatste symfonie aantonen hoe een werk uit de Nieuwe Wereld zou kunnen klinken.

 

Capuçon en Thibaudet: wereldsterren

 

De Boheemse nationalist was in 1892 naar New York getrokken om een autonome, Amerikaanse muziekcultuur uit de grond te stampen. Hij liet transcripties maken van indianenmelodieën, bestudeerde negrospirituals en gaf zelf het goede voorbeeld door in zijn negende symfonie Afro-Amerikaanse en Indiaanse invloeden te verwerken.

 

Jonge belofte Jamie Phillips trekt de Americana van Dvořák door tot de minimal music van John Adams. Met als bonus een bont en fascinerend dubbelconcerto van de Zwitserse componist Richard Dubugnon, met de wereldsterren Gauthier Capuçon en Jean-Yves Thibaudet.

 
 

Download de programmatoelichting

Uitvoerders

Antwerp Symphony Orchestra

Jamie Phillips, muzikale leiding

Gauthier Capuçon, cello

Jean-Yves Thibaudet, piano

 

Programmatoelichting

Mao danst (Adams)

De Amerikaan John Adams is zo’n hedendaagse componist wiens werk nog lang zal gespeeld worden. Bijzonder krachtige en solide orkestwerken als 'Short ride in a fast machine' en 'The chairman dances' en opera’s als 'Nixon in China' en 'Doctor Atomic' rijgen de successen al tientallen jaren aan elkaar en maken Adams tot een van de meest gespeelde levende componisten. Volkomen bewust van de wereld rondom hem zoekt hij een muziektaal op maat van de moderne concertbezoeker. Hij verzandt noch in kleffe postromantiek, noch in hypercomplexe klankraadsels, maar slaagt erin om met welluidende harmonieën en door minimalisme geïnspireerde spaarzaamheid van materiaal de luisteraar te boeien. Net als Gustav Mahler die met zijn werk de muziek richting 20e eeuw begeleidde doet Adams hetzelfde richting 21e eeuw in een heus componeerhok tussen de bomen. Zowel de Oostenrijkse symfonicus als ook Jean Sibelius gingen Adams voor in het onthaast componeren in de natuur, al doet deze laatste het met een computer en een keyboard in plaats van met muziekpapier en een piano.

 

‘Mocht Barack Obama zich hebben laten ontvallen dat hij van Beethoven hield, zouden zijn populariteitscijfers de dieperik induiken.’ John Adams weet met bovenstaande zin een lach te ontlokken van de toeschouwers tijdens een interview. Hij beschrijft met humor het belang van de eigen populaire cultuur voor de doorsnee Amerikaan ten koste van ‘ernstige’ genres. Dat hij zich daarvan bewust is klinkt door in zijn hippe invulling van klassieke muziek die zich niet zelden bedient van jazz- en rockmuziek, die hij ‘als een stroom bekende geluiden op een ongebruikelijke wijze arrangeert’, aldus musicoloog Alex Ross. Sibelius en Mahler gaan bij hem in zee met The Beatles en Pink Floyd en komen er als eigentijdse minimal kunstwerkjes weer uit. Trance-opwekkende herhalingen, uiteenrafelende begeleidingsfiguren en haast onmerkbare verschuivingen doen zijn muziek aansluiten bij die van Steve Reich en Philip Glass, maar tegelijkertijd behoedt Adams zich voor wat hij noemt de ‘oversimplificatie’ van muziek. Adams ‘eist meer van de muzikale ervaring’ en laat harmonieën en ritmes vaker met elkaar botsen en kiest voor meer verschillende kleuren in eenzelfde compositie in vergelijking met zijn Amerikaanse collega’s uit de oorspronkelijke minimal music van de jaren 1960 en ‘70.

 

'The chairman dances' werd gelijktijdig gecomponeerd met John Adams’ eerste opera, 'Nixon in China'. Volgens de componist leverde het orkestwerk de basis voor de derde akte, maar moeten geen verdere verbanden gezocht worden met zijn opera, waarvan de stijl en instrumentatie inderdaad anders is. In het voorwoord van de partituur doet Adams de verklankte scène uit de doeken die voorzien is van een stevige portie surrealisme. Het start bij Jiang Qing, de latere mevrouw Mao, die in een presidentieel banket verzeild raakt. Na eerst enkele minuten onhandig in de weg te staan van haastige kelners haalt ze een doos papieren lampionnen boven en begint ze de zaal te versieren. Ze ontkleedt zich tot op een cheongsam, een strak kleedje van enkel tot nek, en vraagt het orkest te spelen. Ze begint te dansen en de Mao Zedong van het portret dat er aan de muur hangt raakt opgewonden. Hij stapt uit het schilderij en danst samen met haar de foxtrot terwijl ze herinneringen ophalen aan hun danspasjes op muziek van een grammofoonplaat. De ondertitel 'foxtrot for orchestra' wijst vooruit naar die dansachtige passages die het energieke werk, in twee gedeeld door een tragere romantische episode, doorspekken.

 

Oerkracht (Dubugnon)

Bij maar weinig mensen liggen namen van Zwitserse componisten op het tipje van hun tong. Het gebeurde dan ook vaak dat componisten die in Zwitserland geboren zijn hun carrière elders hebben opgebouwd. Arthur Honegger, Ernest Bloch, Joachim Raff,… Allemaal hebben ze Zwitsers bloed door de aderen stromen, maar hadden ze Franse of Duitse leermeesters. Ook Richard Dubugnon vertrok al voor hogere studies uit zijn Zwitserse geboortestad Lausanne richting Montpellier om geschiedenis te studeren. Op twintigjarige leeftijd werd hij toegelaten in het conservatorium van Parijs en van Frankrijk ging het naar Groot-Brittannië waar hij aan de Londense Royal Academy of Music compositie studeerde. Met creaties door toporkesten als Orchestre de Paris, Los Angeles Philharmonic en het Verbier Festival Orchestra verkeerde zijn muziek in goede handen. Vanavond wordt het Antwerp Symphony Orchestra, dat de schouders mee onder de compositieopdracht voor 'Eros athanatos' zette, aan het lijstje toegevoegd.

 

Goede componisten trekken goede solisten aan. Janine Jansen is bijvoorbeeld al jaren een overtuigende pleitbezorger van Dubugnons muziek en haar cd 'Beau Soir', met drie speciaal voor haar geschreven werken, scheerde hoge toppen bij onze noorderburen. Ook voor 'Eros athanatos' kan Dubugnon rekenen op de neusjes van de zalmen in de klassieke muziek. Cellist Gautier Capuçon en pianist Jean-Yves Thibaudet bundelen de krachten voor het nieuwe werk dat als ondertitel Concertante fantasie voor cello, piano en orkest meekreeg. De zelden gehoorde combinatie brengt beide solisten en de componist voor het eerst samen. Capuçon en Thibaudet werkten onderling al samen met de componist, maar nog nooit beten ze zich met hun drieën in zo’n groots project vast. Net als vanouds schrijft Dubugnon volgens Capuçon ‘simpelweg muziek van onze tijd voor solisten van onze tijd, net als Mozart en Beethoven dat al deden’. ‘Het heeft melodie, ritmische drive en een verhaal’, vertelde de cellist naar aanleiding van de wereldpremière in Australië eerder dit jaar.

 

Het verhaal dat 'Eros athanatos' (letterlijk: ‘onsterfelijke Eros’) vertelt, grijpt terug naar de Oude Grieken en hun allereerste goddelijkheid, Eros. Nog voor er sprake was van oppergod Zeus, berg Olympus of met de drietand gewapende Poseidon was er deze oerkracht die de wereld domineerde en het leven creëerde. De componist zelf omschrijft het werk als ‘een vrije en jubelende lofzang voor het grootste mysterie, ons bestaan’. 'Eros athanatos' bevat zeven aan elkaar geklonken delen die onderling verschillen van tempo en sfeer. Kamermuzikale intimiteit, ‘elektronische ritmes’ (dixit de componist), chirurgisch samenspel en een uitdagende solo voor cello passeren de revue. Goed wetende voor wie hij het werk schreef, voorzag Dubugnon het concerto van ‘Franse kleuren, transparantie en ritmische subtiliteiten om zo tegemoet te komen aan de exquise Gallische smaak van de twee solisten’.

 

A new world (Dvorák)

Het professionele leven van de Tsjechische componist Antonín Dvořák leest als een succesverhaal. Als slagerszoon uit een bescheiden en vrome familie groeide hij uit tot een van de belangrijkste componisten van zijn eigen land, en later van de hele klassieke muziekwereld. Zijn weg richting de Verenigde Staten werd geplaveid door de New Yorkse pianiste Jeanette Thurber die er in 1885 het National Conservatory of Music oprichtte. Haar in die tijd baanbrekende opzet bestond erin om alle studenten, ongeacht hun afkomst, religie, huidskleur of geslacht, een kans op muziekonderwijs te geven tegen betaalbare prijzen. Daarnaast bood het instituut ook de kans om een eigen, Amerikaanse muziekstijl te ontwikkelen. In het epicentrum van de muziek dat Europa toen was, dacht Thurber hiervoor de geknipte directeur te vinden. Dvořák, die er feilloos in slaagde om de combinatie van vaderlandse volksmuziek en ‘klassieke’ muziek een stem te geven, kreeg het aanbod in 1891, aanvaardde, en stapte op de boot richting New York.

Pas aangekomen in de Verenigde Staten begon Dvořák aan een opera over Hiawatha met het lange gedicht van Henry Longfellow over de charismatische indianenleider als leidraad. Hoewel de vruchteloze zoektocht naar een geschikt libretto de opera de das omdeed, drongen twee ideeën door tot in zijn 'Negende symfonie', alias ‘Uit de nieuwe wereld’: de melancholisch-troostende melodie voor althobo uit het 'Largo' en de indianendans uit het 'Scherzo'. De Amerikaanse toets kan hiermee al deels verklaard worden, maar evengoed zijn er stemmen die vooral een Boheemse terugblik naar zijn thuisland in de symfonie horen. Dvořák zelf verklaarde de ondertitel ‘Uit de nieuwe wereld’ als het eenvoudig feit dat dit zijn eerste werk was dat hij in Amerika schreef, maar in een brief geeft hij duidelijk te kennen dat de Amerikaanse muziek er wel degelijk zijn stempel heeft op weten drukken (‘de invloed van Amerika moet gevoeld worden door iedereen die een neus heeft’). Waar de melodieën ook vandaan komen, ze zweven tot op vandaag rond in het geheugen van quasi elke muziekliefhebber. Dvořáks totaalpakket van melodisch vernuft, perfect op maat geschreven begeleidingen en vakkundig gebruik van het symfonisch orkest maakt van het werk al ruim een eeuw een publiekslieveling.

Ritmische vuistslagen door strijkers en pauken houden een mistige en ietwat treurige cellomelodie bruusk staande en leiden dwingend tot het 'Allegro molto' waarin schuchtere hoorns, kalme houtblazers en later een voorzichtig vrolijke fluit de thema’s voorstellen. De nadrukkelijke slotakkoorden van het eerste deel spreiden het bedje voor een geheimzinnig koperkoraal dat het tweede en wellicht bekendste deel inleidt. De althobo krijgt na een paukenroffel alle ruimte om de tijdloze melodie op te voeren onder begeleiding van spaarzame strijkers. Maar er zijn nog melodieën: een snellere middenpassage laat een smekend thema horen dat tevergeefs probeert zich een weg naar boven te banen. Daarna weet een verrassend exuberante hobo het orkest eenmalig op te jutten tot een climax waarna de althobo en de kopers het deel besluiten zoals het begonnen is. Meteen wordt de verkregen rust verdreven door het pittige 'Scherzo' dat op tafel klopt met een verwijzing naar Beethovens 'Negende symfonie'. Hoorns doorklieven de driekwartsmaat met accenten, het eerste thema uit het eerste deel komt piepen en wanneer de motor uiteindelijk lijkt stil te vallen deelt het orkest op de laatste seconde nog een mokerslag uit. De onvermoeibare finale schakelt tenslotte tussen strijdvaardigheid, dans en romantiek, en besluit na een laatste herinnering aan het eerste deel met een zonnig eindakkoord in de blazers.

 

Stijn Paredis (Antwerp Symphony Orchestra)

 

 
Privacy en Cookies

Deze website gebruikt cookies. U kan dit uitschakelen in uw browser, maar bepaalde delen van de website zullen niet langer werken. Muziekcentrum De Bijloke verwerkt en gebruikt persoonsgegevens bij ticketaankopen.

Alle info in onze privacyverklaring sluiten