Opera21

Impressions de Pelléas

À la recherche de Claude Debussy
wo 18
april
  • wo 18 apr
    20:00 - 21:35
    zonder pauze
    Concertzaal
    Eindtijd 21:35
    €20.00
    Geweest

Programma

Marius Constant | Naar "Pelléas et Mélisande" van Claude Debussy en Maurice Maeterlinck

Een kamermuziekversie die de luisteraar én uitvoerder onwillekeurig meesleept naar de essentie van Debussy’s meesterwerk.

 2 piano's en 6 zangers

Sinds de creatie in 1902 van de enige opera van Claude Debussy - ‘Pelléas et Mélisande’ - zijn reeds tonnen inkt gevloeid over dit meesterwerk. Debussy vond dat de opera ingekort kon worden in drie i.p.v. vijf actes. Marius Constant – intiem vertrouwd met het werk van Debussy – ging nog een stap verder. In 1992 publiceerde hij ‘Impressions de Pelléas’: een ingekorte versie van de volledige opera, gebracht door zes zangers en twee pianisten.

 

De vijf actes heeft Constant met grote finesse samengebald tot één intense stroom. In deze kamermuziekversie worden wij als luisteraar én uitvoerder onwillekeurig sterk meegesleept naar de oorsprong en de essentie van Debussy’s meesterwerk : een ‘musique de l’âme’ waarin we allemaal onze eigen Mélisande, Pelléas, Arkel, Geneviève, Yniold én Golaud kunnen herkennen.

Uitvoerders

Inge Spinette & Jan Michiels (YINYANG) - 2 piano's

Lore Binon, sopraan (Mélisande)

Yves Saelens, tenor (Pelléas)

Arnaud Richard, bariton (Golaud)

Tijl Faveyts, bas (Arkel)

Angélique Noldus, mezzosopraan (Geneviève)

Camille Bauer, sopraan (Yniold)

Pieter Bergé, dramaturgie

Klaas Verpoest, video

 

De piano's zijn twee rechtsnarige Chris Maene piano's.

Programmatoelichting

tekst: Jan Michiels

 


Sinds de creatie in 1902 van de enige opera van Claude Debussy - 'Pelléas et Mélisande' - zijn reeds tonnen inkt gevloeid over dit meesterwerk. Maar zei Debussy zelf niet: "La beauté d'une oeuvre d'art restera toujours mystérieuse, c'est à dire qu'on ne pourra jamais exactement vérifier 'comment cela est fait' "?
Met woorden kunnen we misschien wel het toneelstuk omschrijven dat Debussy inspireerde: 'Pelléas et Mélisande' van Maurice Maeterlinck werd gecreëerd in 1892 en is één van zijn symbolistische stukken, die hij zelf omschreef als een 'théâtre de l'âme'. Maeterlinck zocht een waarheid áchter het zintuiglijk zichtbare, en schilderde daarvoor menselijke voorgevoelens en mysterieuze natuurkrachten tegen een legendarische achtergrond (in 'Pelléas' is dat het koninkrijk 'Allemonde'). Deze natuurkrachten (zoals de liefde en de dood) worden in zijn tekst gesuggereerd door symbolische beelden als bijvoorbeeld een woud of een fontein. De auteur zocht hiermee naar een uitdrukking van de 'menselijke essentie'.

 

In 'Pelléas en Mélisande' wordt er een liefdesdriehoek op het toneel gebracht - een korte inhoud :
 

Het verhaal over Pelléas en Mélisande speelt zich af in een atmosfeer, met vage middeleeuwse kastelen, fonteinen, meren, en wouden, in het denkbeeldige koninkrijk van Allemonde. Prins Golaud van Allemonde vindt de mysterieuze jonge vrouw Mélisande, verdwaald in een woud en gevlucht van diegenen die haar veel kwaad hebben gedaan. Hij huwt haar en brengt ze naar het kasteel van zijn grootvader, koning Arkel. Mélisande ontmoet ook de moeder van Golaud, Geneviève maar wordt ook meer en meer aangetrokken door de jongere halfbroer van Golaud - Pelléas. Pelléas die ook verliefd is op Mélisande. Dit wekt grote jaloezie op bij Golaud, die obsessief te weten wil komen wat er precies gaande is tussen Pelléas en Mélisande, zelfs door zijn eigen kind Yniold te forceren om beiden te bespioneren. Pelléas beslist uiteindelijk om het kasteel van Allemonde te verlaten maar slaagt er in om Mélisande een laatste keer te ontmoeten. Dan bekennen ze elkaar hun liefde. De afluisterende Golaud stort dit tafereel binnen en doodt Pelléas. Mélisande sterft kort daarna - Golaud vraagt haar tot het bittere eind om de 'waarheid'...

 

Debussy was na de première van het toneelstuk onmiddellijk gefascineerd door het onderwerp, wat vanzelfsprekend wordt als we hem horen spreken over muziek én natuur : "La musique est une mathématique mystérieuse dont les éléments participent à l'infini. Elle est responsable du jeu des courbes qui décrivent les brises changeantes; rien n'est plus musical qu'un coucher de soleil. Pour celui qui sait regarder avec émotion, c'est la plus belle leçon de développement écrite dans ce livre pas assez fréquenté par les musiciens, je veux dire: la nature.  (...) La musique commence là où la parole est impuissante à exprimer, elle est écrite pour l'inexprimable. Je voudrais qu'elle eût l'air de sortir de l'ombre et que, par instants, elle y rentrât, que toujours elle fût discrète personne."

 

De personages in 'Pelléas' komen inderdaad over als mysterieuze schaduwen  -  het zijn ongrijpbare, haast spookachtige individuen: de mysterieuze, schuchtere Mélisande ('Ne me touchez pas' zijn haar eerste woorden), de naïeve en passionele Pelléas, de berustende Geneviève, de wijze Arkel, de arme Yniold... Enkel Golaud is een een min of meer grijpbaar menselijk personage, gedreven door een haast hysterische jaloezie.
Olivier Messiaen vatte dit alles mooi samen : " 'Pelléas' est le plus grand chef-d'oeuvre de la musique française (...) par la profondeur du sentiment humaine qui s'en dégage et par le fait que, pour la première fois, le domaine du subconscient se trouve exploité par la musique."

 

'Musique  française'... : Debussy bleef inderdaad tot op het einde van zijn leven een vurig voorvechter van le 'génie français' - zich afzettend tegen allerhande buitenlandse (vooral Duitse of Italiaanse) invloeden. Laten we zijn virtuoze pen maar nogmaals aan het woord : "On peut regretter tout de même que la musique française ait suivi, pendant trop longtemps, des chemins qui l'éloignaient perfidement de cette clarté dans l'expression, ce précis et ce ramassé dans la forme."  'Pelléas' werd bij de creatie inderdaad bekritiseerd omwille van deze 'clarté dans l'expression': Debussy volgt in zijn opera de natuurlijke prosodie van de tekst op de voet en schrijft bijvoorbeeld ook nooit duo's, om de verstaanbaarheid van de tekst en de natuurlijkheid van de handeling niet in de weg te staan: "J'ai voulu en effet que l'action ne s'arrêtât jamais, qu'elle fût continue, ininterrompue. J'ai voulu me passer des phrases musicales parasites. À l'audition d'une oeuvre, le spectateur est accoutumé à éprouver deux sortes d'émotions bien distinctes : l'émotion musicale d'une part, l'émotion du personnage de l'autre ; généralement il les ressent successivement. J'ai essayé que ces deux émotions fussent parfaitement fondues et simultanées. La mélodie, si je puis dire, est presque anti-lyrique. Elle est impuissante à traduire la mobilité des âmes et de la vie. Elle convient essentiellement à la chanson qui confirme un sentiment fixe." Het was Debussy dus niet te doen om één allesoverheersend gevoel te schetsen - daarvoor was zijn innerlijk leven te rijk : "Je vis dans un monde imaginaire (...) J'éprouve une joie exquise à fouiller profondément en moi-même et si quelque chose d'original doit sortir de moi, ce ne peut être de cette manière."

 

'Pelléas et Mélisande' maakte Debussy op slag beroemd. Maar hij wou zichzelf als operacomponist niet herhalen - in 1908 schreef hij : "À présent je m'intéresse à des formes condensées d'opéra (...) Je suis en train de composer deux nouveaux opéras, tous tirés de brefs contes d'Edgar Allan Poe." 'La chute de la maison d'Usher' et 'le Diable dans le beffroi' heeft hij helaas nooit voltooid. Daarenboven schreef hij in 1907 aan de directeur van de Muntschouwburg in Brussel : "J'avoue que les cinq actes de Pelléas auraient gagné à être resserrés en trois actes seulement."...

 

Marius Constant - intiem vertrouwd met het werk van Debussy en tevens de opvolger van Olivier Messiaen in de 'Académie des Beaux Arts' -  ging nog een stap verder. In 1983 schreef hij een 'Pelléas et Mélisande Symphonie' van een klein half uur, waarin Debussy's orkestrale interludes ingenieus aaneengeschakeld worden. En in 1992 publiceerde hij 'Impressions de Pelléas': een ingekorte versie  (95' ipv 150') van de volledige opera, gebracht door zes zangers en twee pianisten. De vijf actes heeft Constant met grote finesse samengebald tot één intense stroom muziek - door het schrappen van enkele scènes, een flink aantal coupures en enkele minimale verschuivingen van muzikaal materiaal. Als scènebeeld suggereerde hij het volgende: "On est dans un salon 'début de siècle' (...) C'est l'image proustienne de la célèbre photographie qui montre Debussy au piano, entouré de ces amis." Debussy speelde inderdaad tijdens de ontstaansperiode van 'Pelléas' regelmatig fragmenten voor zijn vriendenkring.

 

In deze kamermuzikale versie worden wij als luisteraar én uitvoerder onwillekeurig sterk meegesleept naar de oorsprong en de essentie van Debussy's meesterwerk: een 'musique de l'âme' waarin we allemaal onze eigen Mélsande, Pelléas, Arkel, Geneviève, Yniold én Golaud kunnen herkennen.Constant eindigt in zijn versie met deze woorden van Arkel:
‘’Mais la tristesse, Golaud... Mais la tristesse de tout ce que l'on voit...’’ Dezelfde wijze koning zong daarvoor al over Mélisande: ‘’Et c'est toi maintenant, qui vas ouvrir la porte de l'ère nouvelle que j'entrevois...’’

 

Het zijn deze horizonten die Debussy verkende. Hij zag dingen die niemand anders ooit heeft gezien, hij hoorde klanken die niemand anders ooit heeft gehoord. 'Pelléas et Mélisande' opende het venster naar de twintigste eeuw - en in het begin van de éénentwintigste eeuw blijft de fascinatie voor Debussy's profetische vergezichten gloeiend intens.

Privacy en Cookies

Deze website gebruikt cookies om het gebruik van de webshop mogelijk te maken. U kunt cookies uitzetten, maar bepaalde delen van de website zullen niet langer werken. Muziekcentrum De Bijloke verwerkt en gebruikt persoonsgegevens bij ticketaankopen. Alle info in onze privacyverklaring: debijloke.be/privacy

Meer informatie