Antwerp Symphony Orchestra & Collegium Vocale Gent

Verdi’s Requiem
za 14
april
  • za 14 apr
    20:00 - 21:25
    Inleiding om 19:15
    Concertzaal
    Eindtijd 21:25
    Geweest

Programma

Giuseppe Verdi (1813 – 1901) | Messa da Requiem (1874)


1. Requiem

  • Introïtus: Requiem aeternam (koor)
  • Kyrie (koor, solisten)

2. Sequentia: Dies irae (koor, solisten)

3. Offertorio: Domine Jesu Christe (solisten)4. Sanctus (koor)
5. Agnus Dei (sopraan, alt, koor)
6. Communio: Lux aeterna (alt, tenor, bas)
7. Responsorium: Libera me (sopraan, koor)

Een verbluffende partituur

Giuseppe Verdi griezelde van de kerk, maar aan zijn religieuze muziek is dat afgrijzen niet te horen. Zijn religieuze muziek is zielroerend en opwindend zoals het een operacomponist betaamt.

 

Verdi’s magistrale Requiem schroeft de klassieke begrafenistekst op met striemende koren, temmende fluisterzangen, meerstemmige bibberaties en ijzingwekkende smeekbedes. Philippe Herreweghe heeft een zwak voor Verdi’s clair-obcureffecten en diept alle finesses op uit deze verbluffende partituur.

Uitvoerders

Antwerp Symphony Orchestra (voorheen deFilharmonie)
Collegium Vocale Gent
Philippe Herreweghe, muzikale leiding

Eleanor Lyons, sopraan

Gerhild Romberger, alt

Mario Zeffiri, tenor

Luca Pisaroni, bas

 

Programmatoelichting: Verdi’s Theatrum Mundi

 

Tijdens zijn lange leven is Verdi bevoorrechte getuige van de opeenvolgende revolutiegolven die de staat Italië progressief haar definitieve vorm bezorgt. Hij droomt de jeugdige, enthousiaste droom van vaderland, gelijkheid en vrijheid. Een droom die om instant realisatie vraagt. Het romantisch melodrama van Verdi heeft daar de juiste operataal voor in huis. Verdi schildert in zijn eerste periode grootse fresco’s waarin krachtige, contrastrijke conflictsituaties met veel bravoure, brede streken en clair-obscur worden vormgegeven. Een paar maatschappelijke omwentelingen en politieke ontgoochelingen/inzichten later beleeft hij een andere realiteit. Hij leeft nu in een werkelijkheid waarin de tijd trager loopt. Voor een vlugge realisatie zitten verregaande compromissen in de weg. De droom komt verhakkeld uit het tijdsgewricht. Het strijdvaardige en het jeugdig enthousiasme van het ‘Risorgimento’ hebben plaatsgemaakt voor een kritische kijk op de machtspolen die in het jonge Italië de dienst uitmaken: de koning en de paus. Kerk en staat. Deze visie vraagt om een nieuw soort opera. Opera waar het spektakel van het maatschappelijk conflict organisch verweven wordt met het drama van de individuele passie. Verdi hanteert hiervoor een unieke kruisbestuiving van de Franse ‘grand opéra’, groot gemaakt door Giacomo Meyerbeer en het Italiaans melodrama. De grand opéra met haar grootse historische taferelen, indrukwekkende massascènes en balletnummers. Het Italiaans melodrama dat in zijn zangnummers aandacht besteedt aan de in detail uitgetekende gevoelens van de personages. Uwe Schweikert formuleert het zo: “De geschiedenis is bij Verdi een systeem vol tragische voorbestemming, als de eeuwigdurende herhaling van hetzelfde dat de onverbiddelijke gang ervan bepaalt.” Op het einde van zijn loopbaan verlaat Verdi het wereldtheater, de grote geschiedenis met haar “onverbiddelijke gang” om zich onder te dompelen in de donkere psyche van het individu. Er worden niet langer meeslepende verhalen verteld en grootse dromen gedroomd. De mens staat nu alleen, is enkeling in een dreigende kosmos geworden. De mens verliest zichzelf in ziekelijke waan om zich op het einde terug te vinden … in een laatste kus.

 

Over revolutionaire dromen, personages als vertolkers en slachtoffers van maatschappelijke conflicten en over de diepste diepten van de menselijke psychè, daarover heeft Verdi het in zijn muziekdrama. Zijn ‘Theatrum Mundi’ waar de tijd maalt, soms vlug en overweldigend, soms tergend traag en vlijmscherp. De tijd met als unieke tegenspeler diegene waarover het bij Verdi altijd opnieuw gaat: DE MENS. De mens als individu, de mens als onderdeel van een groter geheel, de mens als vertolker van een alomvattend ideeëngoed, de mens als actor en de mens als slachtoffer van de gebeurtenissen of van zijn eigen duistere denken.

 

Het Requiem

Verdi componeert zijn ‘Messa da Requiem’ ter gelegenheid van de eerste verjaardag van de dood van Manzoni. Verdi neemt het initiatief voor de realisatie van deze dodenmis. Hij had een enorme achting voor de auteur, zo sterk zelfs dat hij hem lange tijd niet persoonlijk durfde te benaderen. Pas in 1868 brengt hij hem een bezoek. “Wat kan ik over Manzoni zeggen? Hoe die wonderschone, ondefinieerbare nieuwe ervaring beschrijven die de aanwezigheid van deze ‘heilige’, zoals ik hem noem, in mij teweeg bracht?” (Verdi aan gravin Maffei) De ‘Messa da Requiem’ is niet geconcipieerd als een liturgische dodenmis maar wel als een concertcompositie. De compositie bestaat uit zeven delen: Kyrie, Dies Irae, Offertorio, Sanctus, Agnus Dei, Lux aeterna en Libera me.

Het gaat er bij Verdi om de emotionele betekenis van de liturgische tekst uit te drukken. De inhoud, de betekenis van ieder woord, van elke literaire situatie wordt door de zanglijnen, de inzet van het orkest, de afzonderlijke instrumenten duidelijk gemaakt. Het primitieve beeld van de Latijnse tekst uit de middeleeuwen wordt als het ware gefilterd door Verdi’s humanistische visie. De compositie die verondersteld wordt de dood te celebreren, is bij Verdi muziek voor de levenden geworden. Ook in zijn dodenmis gaat het bij Verdi in de eerste plaats om de mens, om de lijdende mensheid. Deze ‘Messa da Requiem’ confronteert de mens met zichzelf en zijn eindigheid. Het is een soort grenservaring van het individu tegenover het absolute. De mens oog in oog met zijn levensbalans.

 

George Bernard Shaw beschreef Verdi’s ‘Messa da Requiem’ als zijn “grootste opera”. Feit is dat hij instinctief het ‘drama’ van deze tekst begrijpt en muzikaal vorm geeft. De emotionele, dreigende en hoopvolle woorden krijgen een muzikale vertaling met een dwingende kracht. Hij doet dat op de meest vanzelfsprekende manier: de zanglijn en tekst brengt hij samen tot een geheel. Spraak- en toonbeweging vormen een eenheid. De expressie van de zanglijnen gaat van lichte, verstilde passages tot diepe dramatische uithalen. Het geheel is een spel van grote contrasten. Verdi laat het koor roepen, zuchten en fluisteren. Het innige gebed ‘Ricordare’ (gedenk, o lieve Jesus) zweeft in de solistische vrouwenstemmen door de ruimte. In het ‘Agnus Dei’ zingen de soli a capella en het ‘mors stupebit’ dat over de verstarring van dood en natuur gaat, sterft uit bij de bassen zodat het enkel rust achter laat. Het ‘Libera me’ waarmee de mis eindigt, krijgt een even indringende vormgeving door de herhaling van de opgewonden, gestamelde, tenslotte slechts gemurmelde bede tot verlossing. De klankentaal van de instrumenten is even dramatisch. Hij gebruikt instrumenten solo om het juiste effect te scoren (vb. de doffe slagen van de grote trom in het ‘Dies irae’). Op andere plaatsen laat hij enkele instrumenten in dialoog treden met de zangstem of laat hij ze bidden, klagen of zinderen van ontzag. Het meest pakkende orkestrale effect in de partituur van de ‘Messa da Requiem’ is de interventie van de blazers die op de dag van het laatste oordeel de doden oproept om voor het eeuwige gerecht te verschijnen. Hij werkt hier met een ruimtewerking van de klank. Door de aangroeiende volheid en sterkte ervan ontstaat er een aanzwellend gevoel van dreiging. Er is geen uitweg voor de verdoemden die op de jongste dag voor de eeuwige rechter moeten verschijnen.

 

De Italiaanse componist Ildebrando Pizzetti heeft in 1941 in zijn voorwoord bij de facsimile van Verdi’s partituur-handschrift deze dodenbezwering vergeleken met Michelangelo’s Laatste Oordeel in de Sixtijnse kapel. Verdi gebruikt zowel de strakke polyfonie (‘Sanctus’ fuga voor dubbelkoor) als een vrije, declamatorische stijl in de sopraanpartij van ‘Libera me’. Dit alles met dat ene doel voor ogen: waarachtigheid van het discours. De waarachtigheid die de mens ruimte schenkt voor zijn rouwen en angsten. Want zo stelt Uwe Schweikert: “Aan het einde van de dodenmis krijgen we geen verlossende heilsbelofte, enkel onzekerheid, geen geloofszekerheid, enkel krachteloze, toonloze vertwijfeling. Verdi’s muziek brengt geen licht in de duisternis, strooit geen lichtgevend Amen over de troosteloosheid van de dood. God zwijgt in een wereld van onzekerheid en duisternis.” Gelukkig blijft er nog de mens, de vrije mens die in staat is te denken en te handelen naar zijn eigen waarden. Als niets of niemand de mens nog kan redden, dan ligt zijn lot in eigen handen.

 

Tekst naar Anne-Mie Lobbestael

Privacy en Cookies

Deze website gebruikt cookies om het gebruik van de webshop mogelijk te maken. U kunt cookies uitzetten, maar bepaalde delen van de website zullen niet langer werken. Muziekcentrum De Bijloke verwerkt en gebruikt persoonsgegevens bij ticketaankopen. Alle info in onze privacyverklaring: debijloke.be/privacy

Meer informatie