Bernard Martinez

Flammes de magiciennes

Patricia Petibon & Ensemble Amarillis
do 24 november 20:00 - 21:15
Concertzaal

Programma

Aria's en instrumentale muziek van Jean-Baptiste Lully, Marc-Antoine Charpentier, Marain Marais, Jean-Marie Leclair & Jean-Philippe Rameau
Het korset mag op ‘vrij’ voor deze wilde rit met onversaagde barokheldinnen
Hysterische meiden, dodelijke sirenen, afzichtelijke toverkollen en klauwende feeksen: aan stereotypen geen gebrek in de Franse barokopera. Componisten grepen mythes rond femmes fatales als Medea en Circe aan om alle uithoeken van hun muzikale verbeelding te verkennen. Met briesende aria’s, wulpse dansen en pronte ouvertures van Lully, Charpentier, Marais, Leclair en Rameau loopt de grandioze Patricia Petibon door een pantheon van onvergetelijke vrouwen.

De antiheldin (ba)rockt

De antiheld is hot, en niet alleen bij millennials. En dus kruipt sopraan Patricia Petibon in de huid van afzichtelijke toverkollen en hysterische feeksen uit de barokopera in ‘Flammes de magiciennes’…

Uitvoerders

Patricia Petibon, sopraan

Ensemble Amarillis
Brice Sailly, klavecimbel
Héloïse Gaillard, muzikale leiding

Programmatoelichting

Flammes de magiciennes

door Héloïse Gaillard

 

Met ‘Flammes de magiciennes’ wilden we samen met Patricia Petibon een programma voorstellen rond heldinnen die getekend en gebrandmerkt zijn door hun daden. In zeventiende- en achttiende-eeuwse verhalen werden misdaad en vervloeking vaak met elkaar geassocieerd. Zo is Medea een mythisch, complex en veelzijdig personage: ze is verliefd en gepassioneerd, maar ook wreed en wraakzuchtig wanneer andere mensen, en dan in het bijzonder haar geliefde Jason, zich tegen haar keren en haar verraden.

 

Medea vormt een rode draad doorheen de ganse operageschiedenis, maar het zijn ongetwijfeld Marc-Antoine Charpentier en zijn librettist Thomas Corneille die in hun tragédie lyrique uit 1693 een van de levendigste portretten schetsten van deze koningin, kleindochter van de zonnegod en zus van Circe. Charpentier en Corneille selecteerden hiervoor de mythes die zich afspelen in Korinthe. Medea vluchtte met Jason nadat ze haar vader had verraden en doodde haar broer omwille van de liefde van Jason. De geliefden vinden hun toevlucht in Korinthe maar Jason, verraderlijk en ondankbaar, keert haar zijn rug na de geboorte van hun twee kinderen. De Korinthische koning Kreon schenkt zijn dochter Creüsa aan Jason, wat Medea’s woede en verlangen naar wraak ontlokt. 

Een andere, magische figuur die bedrogen werd door haar geliefde is Circe. Zij komt voor in de ‘Metamorfosen’ van de Latijnse dichter Ovidius en in het zeventiende-eeuwse toneelstuk ‘Circe’ van Thomas Corneille uit 1675. Circe slaagde er niet in de liefde van de god Glaucus te winnen omdat die verlangde naar de nimf Scylla. Circe veranderde Scylla daarop in een half-vrouwelijk, half-hondachtig wezen, een zeemonster dat geassocieerd werd met een rotsformatie (Kaap Skilla in het noordwesten van Griekenland). Toen Jean-Marie Leclair en zijn librettist, een zekere Albaret, het onderwerp in 1746 behandelden, componeerden zij een meesterwerk. Danser, vioolvirtuoos en bedreven componist Leclair doordrenkt zijn tragedie met een meesterlijke beheersing van de taal en prosodie. Hij combineert de traditie van Lully met een moderne insteek in zijn instrumentale muziek. De door ons geselecteerde aria’s zijn beladen met een krachtige dramatische adem en omarmen op prachtige wijze de verschillende gemoedstoestanden van Circe, waarbij we worden meegesleept door zowel sensuele en poëtische wellust als woede-uitbarstingen, alvorens te besluiten in de opmerkelijke emotionele en dramatische kracht van ‘L'invocation de Circé’.

Het laatste deel van dit programma is gewijd aan Jean-Philippe Rameau, die pas als vijftiger voor opera componeerde met verliefde, door passie verscheurde personages die worstelen met emoties en hartstochten. Deze theoreticus met een liefde voor cartesiaanse denkwijze liet zijn gevoeligheid de vrije loop en werd een dichter in de muziek van zijn tragedies. Nu kan een reis beginnen naar de verschillende facetten van de liefde via de emoties die zij oproept en uitlokt. 

Zo ondergaan zijn held(inn)en tal van beproevingen, overweldigende dilemma’s en de wanhoop van de menselijke passies, zoals te horen in de aria ‘Tristes apprêts’ uit ‘Castor et Pollux’. Toch laat Rameau nooit toe dat vreugde veroorzaakt door liefde overschaduwd wordt door verlies en dood. In plaats daarvan kiest hij ervoor Plato’s gedachte te herhalen: ‘Eros bâtit sa demeure dans le coeur des hommes mais non dans tous les coeurs, car où il y a dureté, il s'éloigne...Celui qui est touché par l'amour ne marche jamais dans l'ombre.’ Dit blijkt uit de briljante muziek van de aria uit Platée, die eer bewijst aan de liefde en haar verheerlijkt door haar op te dragen om om haar pijlen op onze ziel te richten. Laten we niet vergeten dat het karakter van de Dwaasheid, de vreemde en verontrustende dubbelganger van de componist, ons waarschuwt voor de wraak van de Liefde wanneer deze wordt verwaarloosd of buitengesloten: ‘Que l'Amour est cruel, quand il est outragé!’ 

Rameau, de muzikant waarvan ons wordt verteld dat hij er vaag en mager uitzag, geheimzinnig en niet erg sociaal was, stelde de liefde centraal in zijn tragedies. Zijn muziek, met haar verfijnde sensualiteit, brengt de emoties die op het spel staan tot leven door de weelderige en kleurrijke combinaties van de klankkleuren van de verschillende instrumenten. Dit deed ons ertoe besluiten om dit programma te beginnen met een eveneens absoluut verbazingwekkende compositie. Jean-Féry Rebel demonstreert in zijn ballet Les éléments een uiterst gedurfde en persoonlijke harmonische taal, waarvan de inventieve orkestratie nog steeds bewondering afdwingt. Deze woordeloze muziek slaagt erin de verwarring van de kosmos over te brengen. Ze representeert zowel de wanorde van de natuur als Medea’s ontreddering in de liefde. Aangevuld wordt dit programma met dansen, zoals de chaconne, gavotte en andere rigaudons: muziek die het gemoed van deze nu eens tedere, dan weer hartstochtelijke ‘magiciennes’ in vuur en vlam zal zetten.