B'Rock Orchestra & René Jacobs

Schuberts kleine symfonie in C
za 10
maart
  • za 10 mrt
    20:00
    Concertzaal
    Geweest

Programma

19:15 - Indleiding (Auditorium)

20:00 - Aanvang

20:55 - Pauze

21:55 - Einde

 

Wolfgang Amadeus Mozart (1756 – 1791)

1. aria « Ah se in ciel, benigne stelle », KV 538 (op tekst van Pietro Metastasio « L’eroe Cinese », Act I, 2)
2. recitatief « Ah, lo previdi ! », aria « Ah, t’invola » en cavatine « Deh, non varcar », KV 272 (op tekst van Amadeo Cigni-Santi « Andromeda », Act III, 10)

 

-pauze-

 

Mozart
1. recitatief « Misera, dove son ! » en aria « Ah, non son io che parlo » KV 369 (1781). (op tekst van Pietro Metastasio « Ezio », Act III, 12)2. Aria van Ilia « se il padre perdei » uit « Idomeneo » KV 366 (op tekst van Giambattuista Varesco)
 
Schubert
Symfonie in C nr. 6, D 589

Schubert werd als orkestman ondergesneeuwd door Beethoven, maar is dat wel terecht?

Werken vol jeugdige vitaliteit en frisse ideeën

Terwijl Beethoven op zijn 21ste nog geen symfonie op zijn naam had staan, had Schubert er al zes. Het zijn prachtige werken vol jeugdige vitaliteit en frisse ideeën. Ze zijn weliswaar schatplichtig aan de classicistische traditie, en dat maakt het succesduo René Jacobs met B’Rock de uitvoerders bij uitstek.

Mozarts concertaria's waren meestal bedoeld voor welbepaalde zangers om hun vocale mogelijkheden tot hun recht te laten komen op een concert, of als alternatief voor een aria in een van zijn opera's. Meestal ging het om sopranen, een paar keer om een castraat. Die aria’s waren ,,precies op maat van de zangers gesneden, net zoals een goed ontworpen jurk”, zoals Mozart zelf noteerde in een brief van 1778. Concertaria’s waren enorm geliefd bij het achttiende-eeuwse concertpubliek.

Uitvoerders

B’Rock Orchestra

René Jacobs, muzikale leiding

Robin Johannsen - sopraan

Mozart

Door zijn Italiaanse reizen was de Italiaanse opera Mozart niet vreemd. Bovendien stond Wenen in de achttiende eeuw sterk onder invloed van de Italiaanse opera. Mozart had er wel Salieri als geduchte concurrent, maar was genialer en beschikte met Da Ponte over de best denkbare librettoschrijver. Maar ook andere steden zoals Dresden, Londen, Praag, … waren in de ban van de Italiaanse opera.


Voor Salzburg componeerde Mozart La finta semplice (1769), voor München de opera buffa La finta giardiniera (1775) en de ‘opera seria’ Idomeneo (1781), voor Milaan Mitridate (1770), Ascanio in Alba (1771) en Lucio Silla (1772), voor Praag het ‘drama giocosa’ Don Giovanni (1787), voor Wenen de ‘opera buffa’ Le nozze di Figaro (1786) en Così fan tutte (1790). 

De opera seria werd in hoge mate ‘geproclameerd’ door de Italiaan Pietro Metastasio. De ondergang van de opera seria als dominant dramatisch genre in het Wenen van de achttiende eeuw voltrok zich rond 1770, nadat in 1769 de eerste opera buffa, getiteld ‘opera seria’ als scherpe parodie op de opera seria in het Burgtheater in Wenen werd vertoond en onmiddellijk heel populair werd. Tussen haakjes, dat was ook Händel als componist van opera’s seria een dikke 40 jaar eerder in Londen overkomen, op dusdanige manier dat het het einde betekende van zijn operagezelschap en Londen storm liep voor de vormen van de lichtvoetige, komische opera waar het over herkenbare mensen ging en niet over mythologische en keizerlijke onderwerpen zoals in de opera seria.

Bij uitvoeringen van al eerder gecomponeerde opera’s van andere componisten schrapte Mozart hele delen muziek en/of (stukken van) aria’s, net zoals hij zonder blikken of blozen aria’s kon toevoegen om de sterzanger(es) te plezieren of beter tot zijn/haar recht te laten komen. Een niet ongebruikelijk gegeven in die tijd. Naast dergelijke geïnterpoleerde stukken, componeerde hij ook aria’s om als losse stukken op een concert te worden uitgevoerd. Mozart heeft, naast 10 geïnterpoleerde aria’s, 35 zuivere concertaria’s geschreven. Zijn concertaria's waren meestal bedoeld voor welbepaalde zangers om hun vocale mogelijkheden tot hun recht te laten komen op een concert, of als alternatief voor een aria in een van zijn opera's. Meestal ging het om sopranen, een paar keer om een castraat. Bijgevolg waren die aria’s “precies op maat van de zangers gesneden, net zoals een goed ontworpen jurk”, zoals Mozart zelf noteerde in een brief van 1778. Concertaria’s waren enorm geliefd bij het achttiende-eeuwse concertpubliek. Ook Mozart hield van het genre, hij kon er bij het grote publiek op een zeer directe en overtuigende manier zijn talent voor dramatische muziek mee bewijzen.

Concertaria’s waren per definitie zeer virtuoos en boden aan een primo uomo of prima donna de kans hun vocale kunsten of dramatische kwaliteiten uitgebreid tentoon te spreiden. Toch heeft Mozart nooit de stem verkracht, hij hield het altijd zingbaar. De bekendste zijn geschreven voor zangeressen als Aloysia Weber, Nancy Storace, Josefa Dussek. In enkele van deze concertaria’s verwerkte Mozart prachtige instrumentale soli, onder meer voor hobo, piano en zelfs contrabas.


Schubert

Franz Schubert was een man van vele talenten. Alhoewel hij op vroege leeftijd is gestorven - hij was amper 31 jaar – slaagde hij er in om in die tijd een enorm oeuvre op de bouwen. Het oeuvre van Schubert, dat meer dan 1000 werken telt is vooral bekend om zijn kamermuziek, zijn sonates en zeker om zijn liederen.
Schubert als symfonicus wordt helaas vaak vergeten. Dit is jammer. Schubert is al op vroege leeftijd begonnen met het componeren van symfonieën en had er duidelijke een bepaalde affiniteit voor.

Over de symfonieën van Schubert heersen er verschillende opinies. Zijn eerste worden vaak als immatuur beschouwd, jeugdige experimenten en ontdekkingen. Zijn latere - en dan vooral de zogenaamde "onafgewerkte" en de 9de symfonie ‘’grote’’- worden als echte meesterwerken gezien. Al bij al wordt Schuberts bijdrage tot het symfonisch genre vaak onderschat. Schuberts symfonisch oeuvre valt echter ook nog op een andere manier te lezen: het product van de overgang van het classicisme naar de romantiek. Vanuit deze optiek neemt Schubert dus een onvervangbare plaats in tijdens deze overgangsperiode. Een plaats die pas de laatste jaar echt wordt gewaardeerd. Een andere factor die de erkenning van Schuberts symfonieën tegenwerkte was de enorme schaduw die Beethoven over het symfonisch genre in zijn tijd wierp. Het duurde tot de komst van Bruckner en Brahms alvorens de symfonie uit de schaduw van Beethoven trad.

Hoe is de muzikale carrière van Schubert eigenlijk begonnen?
Zijn vader, Franz Theodor Schubert, was een vrij bekende leerkracht. Alhoewel hij nooit een muzikale opleiding had doorlopen gaf hij zijn leerlingen - alsook de jonge Schubert - toch een muzikale basis mee. Vanaf zijn 6de levensjaar kreeg Schubert dus muziekles. Zo leerde hij van zijn vader de basis voor vioolspelen en van zijn broer Ignaz kreeg hij piano lessen. Ook kreeg hij de mogelijkheid om op betere instrumenten te oefenen in de plaatselijke parochiekerk. Verder speelde hij ook altviool in het familie strijkkwartet – dit bestond uit zijn vader, de jonge Schubert en zijn broers Ferdinand en Ignaz. Van in zijn vroege jaren was het leven van Schubert dus doorspekt met muziek.

Zijn muzikale opleiding kwam in een stroomversnelling toen hij Antonio Salieri ontmoette. Schubert kreeg een beurs voor het Stadtkonvikt (keizerlijk seminarie), kwam daar als tweede violist in aanraking met de werken van Haydn en Mozart en mocht nu en dan naar de opera. Dit alles legde de basis voor een brede muzikale opleiding. Schubert ontwikkelde zich op muzikaal vlak heel snel en het duurde niet lang alvorens Salieri hem privé lessen gaf in muziektheorie en compositie. Na zijn opleiding in het Stadtkonvikt ging Schubert lesgeven in zijn vaders school. Van 1814 tot 1817 zou Schubert zijn werk als hulponderwijzer combineren met de privé lessen van Salieri.

In 1816 werd Schubert uitgenodigd door Schober - een vriend van gegoede afkomst- om bij hem in te trekken. Voor Schubert was dit dé gelegenheid om zichzelf volledig te wijden aan het componeren. Hier schreef hij tal van werken: orkestwerken, maar ook werken voor koor en liederen. Schuberts manuscripten werden gekopieerd en circuleerden rond bij vrienden en bewonderaars maar veel van zijn werken zijn nooit gepubliceerd. Dit groepje vrienden en bewonderaars heeft doorheen de rest van Schuberts leven een enorme rol gespeeld bij het onderhoud van Schubert, maar ook als motivatie en steun. Na zijn dood in 1828 werden de manuscripten eerst bij vrienden en later bij zijn broer Ferdinand bewaard. Het is pas in 1835 door het bezoek van Robert Schumann dat vele van zijn manuscripten herontdekt en uitgegeven zijn.

Ook Schuberts 1ste symfonie was een onuitgegeven werk. In dit werk - dat pas laat 19de eeuw voor het eerst werd uitgegeven - kijkt Schubert terug op de 18de eeuw. Het is heel classicistisch van aard. Zo zitten er tal van verwijzingen in naar Haydn, Mozart en Beethoven. De lessen van Salieri over stijl en vorm komen er duidelijk in terug. Ondanks dat dit zijn eerste symfonie was, is het een indrukwekkend afgewerkte compositie. Dit mooi harmonisch werk wordt echter vaak vergeten en weinig gespeeld.

De 6de symfonie - gecomponeerd in 1818 - is het laatste werk in zijn classicistische stijl. De bezetting bestaat uit een voltallig classicistisch orkest. Het ontbreken van trombones zorgt voor het grote verschil in orkestratie met zijn later werk, de 9de symfonie die ook in C staat. In dit werk zijn er duidelijke Italiaanse invloeden. Dit is niet verwonderlijk. Nog geen jaar ervoor was Rossini de favoriet van het Weense publiek geworden. Wenen leefde dus volledig in Italiaanse sferen. Ook Schubert componeerde twee ouvertures in Italiaanse stijl. Het eerste deel van zijn symfonie kan gerust Italiaans van geest genoemd worden. Ook in de rest van het werk krijgen we Italiaanse insteken. Zo komen we onder andere in aanraking met het idee van een tarantella (een typische Italiaanse dans).
Verder is de 6de symfonie ook een echt pronkstuk op het gebied van harmonische variatie. Schubert begint met een eenvoudige dansvorm. In de finale van het werk gaat Schubert deze dansvorm met variaties volledig uitwerken tot een opeenvolging van thema’s met die zich elk afwisselend van voor- naar achtergrond verplaatsen. De finale is dus samengesteld als een divertissement waarin alledaagse muziek verwerkt wordt in een symfonie. Een heel gewaagde zet in Schuberts tijd waarbij de inspiratie en moed daarvoor hoogst waarschijnlijk door de invloed van Rossini kwam.

Zowel Schuberts 1ste als 6de symfonie geven een goed beeld van de jonge Schubert als componist en de maatschappelijke context waarin deze componeerde.

Tekst: Frank Pauwels & Bastiaan Degryse

Privacy en Cookies

Deze website gebruikt cookies om het gebruik van de webshop mogelijk te maken. U kunt cookies uitzetten, maar bepaalde delen van de website zullen niet langer werken. Muziekcentrum De Bijloke verwerkt en gebruikt persoonsgegevens bij ticketaankopen. Alle info in onze privacyverklaring: debijloke.be/privacy

Meer informatie