Kamerkoor El Grillo

Eternal Lamentation: passiemuziek voor de Tudors
za 3
maart
  • za 3 mrt
    20:00
    Sint-Machariuskerk
    €15.00
    Geweest

Programma

Dit concert vindt plaats in de Sint-Machariuskerk. Klik hier voor alle info

 

20:00 - Aanvang

21:00 - Einde (zonder pauze)

 

William Byrd | Emendemus in melius Ι a5

Thomas Tallis | Lamentations of Jeremiah I & II a5 

Robert White | Christe qui lux es IV a5

William Cornysh | Woefully arrayed a4

John Sheppard | In manus tuas a3

Thomas Tallis : Christ rising again Ι a5

John Sheppard : In pace in idipsum Ι a4

 

download liedteksten

Het Kamerkoor El Grillo is een vaste waarde in het Gentse. Hun hoogstaande uitvoeringen van oude muziek dwingt alom bewondering af. De Bijloke presenteert El Grillo in de Machariuskerk, hun thuisbasis en een plek waar deze muziek prachtig tot haar recht komt.

Als geen ander belichaamt Thomas Tallis (ca. 1505-1585) de evoluties en schittering van de polyfonie tijdens de Tudor-dynastie. Katholiek of Anglicaan, heel wat Engelse componisten schreven hun mooiste bladzijden voor de diensten van de Goede Week. Dit programma brengt u een bedwelmende bloemlezing van de allermooiste passiemuziek van William Cornysh tot William Byrd met als absoluut hoogtepunt de Lamentations of Jeremiah, Tallis’ geniale klaagzangen!

Uitvoerders

Kamerkoor El Grillo
Inge Bollaert, muzikale leiding

Eternal Lamentation

 

Het was de slag van Bosworth Field nabij Leicester die in 1485 een einde maakte aan de Rozenoorlogen, de bittere binnenlandse strijd tussen het huis van York en dat van Lancaster. De regerende vorst Richard III wordt er verslagen door Hendrik Tudor, die als koning Hendrik VII de basis legde voor de macht, welvaart en culturele suprematie van de Tudordynastie met als hoogtepunt de lange regeerperiode van Elisabeth I (1558-1603). Ondanks deze gestage opgang van Engeland als hoofdrolspeler op het Europese politieke toneel was het land gedurende de hele 16e eeuw in de ban van felle religieuze tegenstellingen. Hendrik VIII (koning van 1509-1547) stond aanvankelijk bekend als fidei defensor, verdediger van het ware Roomse geloof, maar brak in 1534 met de katholieke kerk omwille van huwelijksperikelen. Zijn opvolger Edward VI (koning van 1547-1553) nam onder invloed van zijn vaders raadgevers zoals de aartsbisschop van Canterbury, Thomas Cranmer, het protestantse geloof over, maar stierf jong. Daarop volgen vijf bloedige jaren van katholieke repressie onder Mary Tudor, ‘Bloody Mary’. Het aantreden van haar halfzus, Elisabeth I, die zich in 1559 door het parlement laat benoemen als Supreme Gouvernor of the Church of Engeland, brengt uiteindelijk – zij het met veel diplomatie en een harde hand - religieuze uniformiteit en politieke stabiliteit.

 

Het spreekt voor zich dat dit moeilijke tijden waren voor componisten van religieuze muziek, actief in abdijkerken, kathedralen of aan de hofkapel, de Chapel Royal. De eigen overtuiging volgen én loyaal zijn aan ‘vorst en vaderland’ was dikwijls een hachelijke onderneming, zoals William Byrd (1543-1623) als katholiek onder Elisabeth I meermaals mocht ondervinden. Anderen waren minder beginselvast maar slaagden erin vanuit de luwte toch hun weg te maken.

 

Thomas Tallis (ca.1505-1585) is in dat opzicht exemplarisch. Ingezworen als Gentleman of the Chapel Royal in 1543 diende hij niet minder dan vier opeenvolgde koningen als organist en componist en werd zo één van de meest gerespecteerde musici van zijn tijd. Altijd de controverse vermijdend, voegde hij zich als onopvallende maar zeer getalenteerde vakman met succes naar de heersende stijl. Breedvoerige Maria-antifonen, eenvoudige Engelse anthems (meestal vierstemmig, maar soms, zoals in het tweedelige Christ rising again, voor vijf stemmen) of gestroomlijnde Latijnse motetten geven een feilloos beeld van het tijdvak waarin ze werden geschreven. Dat is niet anders voor de Lamentations of Jeremiah, Tallis’ beroemdste composities die waarschijnlijk ontstonden in de jaren 1560. Deze twee sublieme vijfstemmige zettingen van de Klaagzangen van Jeremias, spreken sterk tot de verbeelding omwille van hun dramatische inhoud (de ondergang van Jeruzalem en de Babylonische ballingschap van het Joodse volk) die zoveel componisten uit de renaissance heeft geïnspireerd. Door zijn perfecte compositietechniek en zin voor vocale melodie zijn ze op een ongeëvenaarde manier verklankt. Eenvoud, puurheid en ingehouden pathos spreken uit elk deel van de muziek en brengen de toehoorder zonder enige moeite in het passende emotionele register van de dagen voor Pasen. Een heel opvallend element in beide composities is het contrast tussen de rijk gevarieerde verzen (die syllabisch zijn getoonzet) en de melismatisch uitgewerkte Hebreeuwse letters die elk vers voorafgaan.

 

Als bekroning van zijn lange carrière verleent Elisabeth I hem samen met zijn jonge collega William Byrd in 1575 het monopolie op de muziekdruk in Engeland, een privilege dat beide musici direct te gelde willen maken door de publicatie de Cantiones sacrae, een gezamenlijke bundel met 34 Latijnse motetten opgedragen aan de koningin zelf. Het openingsstuk (en het allereerste gedrukte werk van Byrd) is een vijfstemmige responsorium voor de eerste zondag van de Vasten, Emendemus in melius. Net als één van Byrds vroegste composities, Christe qui lux es, ademt dit meesterwerkje een grote directheid uit door de bijzonder expressieve akkoordische declamatie. Bovendien staat het dramatisch gehalte van de tekst, die in het tweede deel van het motet naar een climax groeit op de woorden ‘libera nos’ (bevrijd ons) voorop.

Dat Tallis en Byrd in grote mate de Engelse muziek van de zestiende eeuw gestalte hebben gegeven, is zeker juist. Toch waren in hun schaduw heel wat minder bekende componisten actief. Ook zij waren meestal lid van de Chapel Royal en lieten een minstens even verbluffend repertoire na. Zonder twijfel één van de meest inventieve componisten van de hele Tudorperiode was John Sheppard (ca.1515-1558), die vooral bekend is voor de rijke sonoriteit van zijn expansieve motetten, waaronder zijn magnum opus de antifoon Media vita. Veel intiemer zijn enkele responsoria in alternatimstijl voor de passietijd zoals het vierstemmige In pace in idipsum of de drie zettingen van de tekst In manus tuas, waarvan hier de bedwelmende driestemmige versie op het programma staat. Net als Sheppard schreef ook Robert White (ca.1538-1574) heel wat psalmzettingen die nauw verwant zijn aan de stijl van de beginjaren van de eeuw en ook twee sets Lamentations die evenzeer als Tallis’ versies een hoogtepunt in de Elisabethaanse muziek vormen. Uit zijn jeugdjaren dateren enkele zettingen van de hymne voor de completen tijdens de Vasten, Christe qui lux es (die later ook Byrd zouden inspireren). De vierde versie die hier gebracht wordt is net als de andere een alternatimwerk met een afwisseling tussen gregoriaans en vijfstemmige passages opgebouwd rondom de baritonpartij die als cantus firmus dient.

De oudste muziek in dit passieprogramma is van de hand van William Cornysh (1465-1523). Cornysh was tegelijk acteur, dichter, zakenman en musicus en die veelzijdigheid maakte hem tot één van de eerste renaissancekunstenaars in Engeland. In 1509 wordt hij Master of the Children of the Chapel Royal en beleeft de troonopvolging tussen Hendrik VII en Hendrik VIII. In het gevolg van die laatste steekt hij in 1520 ook het kanaal over voor de historische ontmoeting in 1520 met Frans I van Frankrijk en is hij te gast in Rijsel en Doornik. Muzikaal gezien staat Cornysh op het kruispunt van twee wegen. Aan de ene kant is hij samen met collega’s als John Browne, Robert Fayrfax of Walter Lambe doordrongen van de laat-middeleeuwse florid style zoals die voorkomt in de motetten uit het beroemde Eton Choirbook. Anderzijds gaat Cornysh bewust op zoek naar vernieuwing en een meer eenvoudige, heldere muziektaal waarin voor het eerst (net als bij zijn tijdgenoot Josquin Desprez) het belang van de tekstinhoud wordt onderkend. Op de grens tussen beide stijlen ligt het aangrijpende Woefully arrayed, één van de vroegste religieuze Engelstalige anthems. Dit werk is als het ware een mini-passie waarin het lijdensverhaal van Christus in een afwisseling van enkele strofen en een refrein (of burden) de luisteraars bijna fysiek naar de keel grijpt.

 

Jens van Durme, februari 2018
 

Privacy en Cookies

Deze website gebruikt cookies om het gebruik van de webshop mogelijk te maken. U kunt cookies uitzetten, maar bepaalde delen van de website zullen niet langer werken. Muziekcentrum De Bijloke verwerkt en gebruikt persoonsgegevens bij ticketaankopen. Alle info in onze privacyverklaring: debijloke.be/privacy

Meer informatie