Antwerp Symphony Orchestra & Louise Alder

Revolutie door de ogen van Rossini & Beethoven
vr 23
februari
  • vr 23 feb
    20:00
    Concertzaal
    Geweest

Programma

19:15 - Inleiding (Kraakhuis)

20:00 - Aanvang

20:45 - Pauze

21:55 - Einde

 

Gioachino Rossini | Guillaume Tell (ouverture), Sopraanaria's uit diverse opera's, Semiramide (ouverture)

Ludwig van Beethoven | Symfonie nr. 3 in Es, opus 55, 'Eroica'

Met slechts negen symfonieën veroorzaakte Beethoven een revolutie in de orkestwereld.  Van alle klassieke symfonieën is de derde van Beethoven zonder tegenspraak de meest heroïsche.

Een heldhaftig programma

Met zijn symfonieën hielp Beethoven de symfonische vorm met grote schreden verder. Ze behoren dan ook zonder uitzondering tot het ijzeren repertoire. Van alle klassieke symfonieën is de derde van Beethoven de meest heroïsche. Daarop wijzen niet alleen de titel en de misplaatste opdracht aan Napoleon, maar ook de stampende openingsakkoorden, de ronkende melodieën, de majesteitelijke begrafenismars en de razend opwindende finale.

Op de eerste helft van dit heldhaftige programma plaatst Richard Egarr Beethovens ‘alter ego’ Rossini, wiens sprankelende opera’s minstens zo revolutionaire geluiden laten horen.

Rossini zou een groot componist geworden zijn als zijn leraar hem wat meer slaag zou hebben gegeven
Beethoven over Rossini

Uitvoerders

Antwerp Symphony Orchestra (voorheen deFilharmonie) | Richard Egarr, muzikale leiding | Louise Alder, sopraan

Toelichting (tekst: Anne-Mie Lobbestael)

Grensverleggers

Hun geboortejaren liggen 22 jaar uit elkaar. Ze opereren vanuit andere muzikale centra (Milaan – Napels versus Bonn – Wenen) en hun naam is in de eerste plaats verbonden met sterk verschillende muzikale genres. Beethoven excelleert vooral in alles wat instrumentale muziek is en Rossini is dé operaberoemdheid van zijn tijd. Ook hun persoonlijkheden liggen ver uiteen. De Italiaan racet lichtvoetig door het leven, de Duitser plaatst overal zware uitroep- en vraagtekens. Als overtuigd verdediger van ‘vrijheid en gelijkheid voor iedereen’ doorstreept hij resoluut de oorspronkelijke opdracht aan Napoleon van zijn Derde Symfonie. Rossini daarentegen voelt zich niet te beroerd om een gelegenheidsopera te componeren ter ere van de kroning van de Franse restauratiekoning Charles X. En toch geven ze allebei muzikaal vorm aan datzelfde tijdsgewricht van ingrijpende revoluties en socio-politieke aardverschuivingen die het toenmalige Europa een nieuwe manier van voelen en handelen aanmeet. Dat alles vraagt om een ander soort muziek. Het is met een ongeziene geestdrift en talent dat beide heren aan deze onontgonnen weg timmeren.

 

Beethoven (1770-1827) werkt vanuit de erfenis van de Weense klassieke traditie (Mozart en Haydn). Reeds in de jaren 1795-96 toetst hij die aan de noden van zijn tijd en van zijn persoonlijke artistieke taal. Zijn sonates, concertaria’s en concerti zijn niet langer formeel onderhoudend, maar hebben het over drama en hoogstpersoonlijke emoties. Weliswaar nog discreet en aftastend krijgen Beethovens jonge muzikale ideeën voor het eerst vorm. Hij heeft het over het ‘nieuwe pad’ dat hij is ingeslagen. Na 1802 slaat hij echter resoluut de weg van de grote monumentale werken in. De weg van de dramatische composities met extra-muzikale ideeën als fundament: de symfonieën. Zijn Derde symfonie, ‘Eroica’, niet toevallig in dezelfde periode ontstaan als de eerste aanzetten van zijn enige opera Fidelio, is een turning point in de geschiedenis van de moderne muziek. Alles in dit werk reikt naar de toekomst: de nieuwe harmonische taal, het imploderen van de klassieke stijl, de persoonlijke toetsen en de dramatische vormgeving van de muzikale thema’s. Dat alles zet een rechte, vernieuwende lijn uit naar zijn Vijfde, Zesde, Zevende en Negende symfonie, naar composities die de wissel op de toekomst trekken.

 

Keren we even terug naar de Weense klassieke stijl. Ook Rossini (1792-1868) maakt er, tijdens zijn studiejaren, kennis mee en zal die nooit meer vergeten. Zijn opera-ouvertures worden zijn symfonieën. Maar er is meer. Het orkest introduceert hij meer en meer als volwaardig dramatisch actor in zijn operacomposities. Hij gaat symfonisch componeren, ook bij de zangnummers. De zangstem treedt in dialoog met de instrumenten en gaat op deze manier de traditionele structuur, met een begrenzing van de aria en van het recitatief, doorbreken. Er ontstaan complexe ensembles die ruimte geven aan een gelaagd, rijk emotioneel muzikaal discours. Rossini combineert zo op meesterlijke wijze het evocerende karakter van het orkest met de expressiviteit van de zangstem. Hij is de componist die de zanger laat musiceren met zijn stem. Hij gebruikt de menselijke stem als middel om emoties over te brengen. Het Rossiniaans ‘belcanto’ is dan ook veel meer dan enkel mooi zingen. Het gaat om een bepaalde creatieve ingesteldheid. Men voelt zich als zanger vrij om te gaan improviseren. De variaties, versieringen komen vanuit de persoonlijkheid van de zanger, niet vanuit de partituur. Het is de uitvoerder die de inhoud, de zin van de muziek bepaalt, niet de componist. Eenzelfde muzikale zin kan bij Rossini zowel plezierig als droevig klinken. Dat hangt volledig af van de invulling door de uitvoerder. En dan is er nog een ander belangrijk element bij Rossini: het ritme. Het is namelijk het ritme dat de eigenheid van een Rossinipartituur bepaalt. Het ritme is bij Rossini creatieve energie, fantasie en motoriek; het is het kloppende hart van de melodie. Het ondersteunt, geeft leven en zin aan wat er op de scène gebeurt. Hij exploreert in de ernstige opera’s de evocatie van intieme emoties in dramatische situaties.
Zo zet hij de deur open voor het vroeg-romantisch melodrama van Donizetti, Bellini en de jonge Verdi. Zijn testamentopera Guillaume Tell die hij voor Parijs componeert opent een ook voor Rossini onbekende wereld. De ouverture viert met een totaal nieuw palet aan muzikale middelen, een weidse, rustig bucolische wereld. Deze vierdelige ouverture zet in met een etherische cellosolo. Een nooit eerder gehoorde meesterzet. Er volgt een al even verbluffende onweersscène met daarna een heuse herdersscène met de beroemde ‘ranz-des-vaches’. Berlioz schrijft over deze ouverture: ‘deze suggereert de kalmte van een diepe eenzaamheid, de gewijde stilte van de natuur wanneer de elementen en de menselijke passies zwijgen.’ Klinkt als een label voor een van Beethovens symfonieën. Rossini’s laatste opera die mee aan de wieg staat van de Franse ‘grand opéra’ is evenzeer een eresaluut aan de erfenis van de grootste vernieuwer van de symfonische muziek. Een eresaluut getekend Il Tedesco (= de Duitser).

 

Beethoven (met dank aan Koen Uvin)

Beethoven zag in Napoleon de belichaming van de idealen van de Franse Revolutie, en zoals dat een echte Romanticus betaamt zwijmelde hij met zijn helden. De Derde Symfonie is oorspronkelijk opgedragen geweest aan Napoleon met de ondertitel “Sinfonia Grande, intitolata Bonaparte”. Maar op het moment dat duidelijk werd dat Napoleon een autocratische alleenheerser was (inclusief dynastie), verscheurde Beethoven woedend zijn opdracht en maakte ervan: “Sinfonia Eroica, composta per festeggiare il sovvenire di un grand’ Uomo” (Heroische symfonie, gecomponeerd om de herinnering te vieren aan een groot Man). De Symfonie is daarmee opgedragen aan de Ideale Held - een waarachtig Romantisch Idee.

 

De Eroica is langer, luider en rijker aan muzikale ideeën en emoties dan enige andere symfonie uit die tijd. Ze werd opgedragen aan vorst Franz Joseph Maximilian von Lobkowitz en terecht omschreven als de eerste "romantische" symfonie. Het is zeker niet overdreven om de Eroica als een nieuwe mijlpaal in de muzikale expressie te beschouwen. Zowel door zijn aard en strekking als door zijn tijdsduur (rond de 50 minuten, toen een ongehoorde lengte voor een symfonie) was het niet minder dan een uniek markeringspunt op de drempel van de negentiende eeuw. 
Bij de eerste uitvoering op 7 april 1805 in Wenen onder leiding van de componist was het publiek van bij de aanvangsmaten verbaasd. De symfonie begint met twee volle orkestakkoorden, dan volgt een cantabile melodie die zichzelf meteen harmonisch in vraag stelt. Dat zijn drie krachtige muzikale ideeën in amper zeven seconden, abrupter kon de breuk met het verleden niet zijn. Ook formeel is dit eerste deel een heuse krachttoer waarin Beethoven de onderdelen van de sonatevorm uitbreidt en de doorwerking monumentale afmetingen krijgt.


Wat evolutie in emoties betreft zijn Beethoven orkestrale werken vaak een reis van donker naar licht. In de ‘marcia funèbre’ heerst de complete droefheid van een donker c klein. Ondanks een korte passage in C groot en een snellere, ronduit sublieme fuga kan hoop nooit doordringen. In al zijn droefheid is deze marcia een voorafbeelding van Mahlers ‘marcia funebre’, niet toevallig ook in diens derde symfonie.
In de tweede symfonie had Beethoven het menuet vervangen door een scherzo. In de Derde evolueert dat scherzo van een onschuldig rustpunt naar een essentieel onderdeel van de symfonie. Het uitgesproken nerveuze karakter en het onbehaaglijk snel tempo reduceren het dansante karakter van de melodie. In het trio laat Beethoven drie solohoorns een koraalachtige melodie spelen en emancipeert de hoorn hiermee meteen tot volwaardig orkestinstrument.
 

Het laatste deel is een exuberante finale met als kern een triomfantelijk motief dat in crescendo door de strijkers vanuit een pizzicato wordt opgebouwd. Uiteindelijk zal het dienst doen als een thema voor een indrukwekkende reeks variaties, waaronder, opnieuw, twee fuga's. Deze ‘Finale. allegro molto’ is tegelijk een variatiereeks, een rondo en een uitgebreide sonate... tekenend voor de componist die zich nooit door louter formele conventies aan banden liet leggen.
 

Na de eerste uitvoering spraken critici over "zeer gedurfde ideeën... die zeer krachtig uitgevoerd werden" maar vooral over "de ongewone lengte" en "de bijzonder moeilijke uitvoering". De algemene teneur was dat, als Beethoven deze weg bleef inslaan, collega's en publiek zich binnen de kortste keren tegen hem zouden keren. De geschiedenis heeft de critici ongelijk gegeven, de ‘Eroica’ is niet alleen een van de meest invloedrijke muzikale werken ooit maar ze bleef tot op de dag van vandaag een monument uit het orkestrepertoire.

Privacy en Cookies

Deze website gebruikt cookies om het gebruik van de webshop mogelijk te maken. U kunt cookies uitzetten, maar bepaalde delen van de website zullen niet langer werken. Muziekcentrum De Bijloke verwerkt en gebruikt persoonsgegevens bij ticketaankopen. Alle info in onze privacyverklaring: debijloke.be/privacy

Meer informatie