Jean-Guihen Queyras & Alexandre Tharaud

Koningskoppel op cello en piano
vr 2
februari
  • vr 2 feb
    20:00
    Kraakhuis
    €24.00
    Geweest

Programma

20:00 - Aanvang concert

20:50 - Pauze

21:50 - Einde

 

Johann Sebastian Bach | Sonate voor klavier en gamba nr. 2 in D, BWV 1028

György Kurtag | ‘Signs, Games and Messages’ voor solo cello 

Dmitri Sjostakovitsj | Sonate voor cello en piano in d, opus 40

Bach | Adagio BWV 480 (solo piano naar Marcello)

Alban Berg | Vier Stücke voor klarinet en piano, opus 5 (in de bewerking voor cello en piano)

Johannes Brahms | Sonate voor cello en piano in F, opus 99

Met een koningskoppel als Tharaud-Queyras kun je je aan een fijnmazige en diepzinnige uitvoering verwachten.

Eigen aan hen is dat ze in kamermuziekverband intelligent ineengestoken programma’s voorstellen die verschillende periodes overspannen. Vertrekkend van de 18e-eeuwse Bach over Brahms, een grootmeester van de 19de eeuw, monden ze uit in het begin van de 20e eeuw met een jonge Berg. Ze schuiven op naar de jaren 1930 met Sjostakovitsj en raken een Kurtagfragmentje aan dat in 1989 is gepubliceerd.

 

Moet kunnen.

Uitvoerders

Alexandre Tharaud, piano

Jean-Guihen Queyras, cello

Programmatoelichting 

Bach

De muziek van Bach wordt ervaren als zo geniaal en universeel, dat die ook met succes wordt uitgevoerd op instrumenten die hij nog niet kende, zoals de piano en de ‘moderne’ viool. Het aantal bewerkingen en aanpassingen is groot. Daarbij is het welslagen natuurlijk steeds afhankelijk van de smaak en integriteit van de uitvoerders. In de sonate voor gamba en klavecimbel van dit concert wordt de gamba vervangen door de cello.
Bachs sonates voor viola da gamba en klavecimbel – geschreven in de vroege jaren 1740 – staan in een lange traditie van Duitse kamermuziek, waarin voor dit instrument een centrale rol was weggelegd. Bovendien stonden zijn sonates voor viola da gamba model voor een genre dat een rijke toekomst zou kennen - dat van sonate voor solo-instrument en obligate klavecimbel, waarin het klavier een volwaardige solistische rol krijgt toebedeeld. Bachs voorliefde voor de milde en geschakeerde klankkleur van de viola da gamba blijkt duidelijk uit enkele grandioze passages in zijn oeuvre die hij aan dit instrument heeft toebedeeld… Denk aan het sublieme ‘Es ist volbracht’ uit de Johannespassie of naar de aria ‘Komm, süßes Kreuz’ uit de Mattheüspassie.
Anderzijds waren de hoogdagen van het instrument geteld – Bach moet zich daarvan bewust geweest zijn – en waren op dat moment nieuwe, jonge gambaspecialisten met een vergrootglas te zoeken. Dit is des te opvallender, omdat de tweede sonate net uiterst virtuositeit uitgewerkt is, voor klavecimbel èn gamba, zeker wat de finale betreft. Kenmerkend is ook dat Bach de twee instrumenten als partners benaderd, elk heeft zijn deel in de ontwikkeling van het materiaal.

 

BWV 480 is origineel een geestelijk gezang: ‘Kommt wieder aus der finstern Gruft’.
Het is opgenomen in het Musicalisches Gesang-Buch, samengesteld door Georg Christian Schemelli.  Bach werkte er aan mee. Het gezangboek verscheen in Leipzig in 1736. Het bevat 954 geestelijke gezangen, waarvan er 69 in notenbeeld zijn afgedrukt. Hierbij werd dan een melodielijn en baslijn met akkoordbecijferingen genoteerd. De teksten zijn vermoedelijk bedoeld voor muzikale begeleiding van gebeurtenissen in huiselijke kring. Veel van de liederen hebben het karakter van een eenvoudige aria. Alessandro maakte een arrangement voor de piano van die ‘Kommt wieder aus der finstern Gruft’.

 

Kurtag

Signs, games and messages  van de Hongaar György Kurtag bundelt drie werkbundels uit de jaren negentig, die samen het vertrouwde beeld van Kurtag-de-miniaturist bevestigen. In die kleinoden, soms extreem korte fragmenten, draait het om tekens als de essentie van de communicatie en spelletjes als velden waarin de tekens worden gemanipuleerd. De boodschappen laveren ergens tussenin. Maar het profetische van Kurtag is de uitdrukking van dit idee dat vandaag des te pregnanter speelt: onze communicatie verandert in een rap tempo. Sneller, korter en vluchtiger. Denk aan de sociale media. Hoe kunnen we blijven uitdrukken wat we willen zeggen?

 

Sjostakovtsj

Bij de première in december 1934 van de cellosonate van Sjostakovitsj, keken veel van zijn internationale collega’s op van wat zij ervoeren als de terugkeer naar een conservatieve taal van dit werk, met name naar de klassieke principes (eerste deel in sonatevorm bvb). Zijn imago van ‘enfant terrible’ was onaantastbaar, ook al had hij een jaar eerder in zijn opera Lady Macbeth al blijk gegeven van een meer toegankelijke universele muzikale taal. Rond die periode verdedigde Sjostakovitsj in meerdere artikels zijn zoektocht naar een meer eenvoudige, duidelijke en expressieve taal. De cellosonate is zeker een uiting van die trend. De sonate is geschreven in de stijl van zijn grote-schaal symfonische werken: vierdelig en bol van cynisme, wanhoop en spot.

 

Berg


Alban Bergs opus 5 is zoals zijn opus 4 ‘Altenberg Lieder’ een poging tot het implementeren van een ‘aforistische, geconcentreerde vorm’, zo karakteristiek voor Weberns atonale muziek en een procedé dat ook tijdelijk door Schönberg werd toegepast. Terwijl de Altenberg Lieder nog gebruik maken van thema’s en motieven, beperkt Berg zich in opus 5 tot cellen (korte gegevens, enkele tonen maar). De instrumente gebruiken de procedures van herhaling, symmetrische structuren, chromatische inflecties, en progressieve transformatiepatronen die als een normale harmonische continuïteit beschreven kan worden. Deze procedures geven elk van de vier stukken een buitengewone structurele coherentie, eenheid en richting.

 

Brahms

De Sonate voor cello nr 2 schreef Brahms op vraag van Robert Hausmann, de Duitse cellist die deel uitmaakte van het strijkkwartet van Joseph Joachim. Voor beide heren componeerde Brahms trouwens ook zijn Dubbelconcerto voor viool en cello. De Tweede Cellosonate dateert van 1886 en werd geschreven aan de oevers van het meer van Thun (Zwitserland), waar Brahms verschillende zomers al componerend doorbracht. Hoewel de publieke bijval voor zijn – twintig jaar eerder gecomponeerde – Eerste Sonate voor cello groter was, wordt de Tweede Cellosonate unaniem beschouwd als een rijper en evenwichtiger werk. De vierdeligheid geeft het werk symfonische proporties. In vergelijking met de 1e cellosonate is deze 2e sonate in meerdere opzichten avontuurlijk te noemen. De voorkeur voor hoge registers, het veelvuldige gebruik van pizzicatotechnieken en de allesbehalve conventionele tremolopassages illustreren dat Brahms helemaal geen behoudsgezind componist was. In de woorden van Arnold Schoenberg: “Brahms the Progressive!”
Brahms worstelde met de dynamische verhouding tussen een laag melodie-instrument en de piano en inventariseert de mogelijkheden. In het eerste deel verdelen cello en piano het thematisch materiaal onder elkaar en komt nu eens de cello, dan weer het klavier op de voorgrond. In het tweede deel, een charmant en lichtvoetig ‘menuetto’, voert de cello het hoge woord en houdt het klavier zich begeleidend op de achtergrond. In het derde deel wordt de cello haast compleet door de piano overheerst. Muzikale contrasten Dit slotdeel is een wervelende fuga met een hoofdthema ontleend aan de contrapuncti 4 en 13 van Die Kunst der Fuge van Johann Sebastian Bach. Maar ook Ludwig van Beethoven, wiens laatste cellosonate eveneens met een fuga eindigt, deelt in Brahms’ eerbetoon.

 

Privacy en Cookies

Deze website gebruikt cookies om het gebruik van de webshop mogelijk te maken. U kunt cookies uitzetten, maar bepaalde delen van de website zullen niet langer werken. Muziekcentrum De Bijloke verwerkt en gebruikt persoonsgegevens bij ticketaankopen. Alle info in onze privacyverklaring: debijloke.be/privacy

Meer informatie