Le Banquet Céleste & Damien Guillon

Acis and Galathea
za 27
januari
  • za 27 jan
    20:00
    Concertzaal
    Geweest

Programma

19:15 - Inleiding (Kraakhuis)

20:00 - Aanvang

20:45 - Pauze

21:55 - Einde

 


Georg Friederich Händel (1685-1759) | Acis and Galatea, HWV 49

Libretto: John Gay

In twee actes, met pauze 

De voorstelling wordt voorzien van boventiteling

Damien Guillon is een oude bekende in De Bijloke. Als contratenor was hij hier al vaak te gast met Philippe Herreweghe. Nu komt hij voor het eerst met zijn eigen ensemble Le Banquet Céleste voor een vertolking van Händels Acis and Galatea.

Händels populairste opera

Dit hoogtepunt van de Engelse masque vertelt het tragische liefdesverhaal van Acis en Galatea naar Ovidius’ Metamorfosen. De relatie tussen de halfgoddelijke nimf en de herder is onverteerbaar voor de jaloerse reus Polyphemus. Zijn dodelijke slag maakt een einde aan hun gelukzalige liefde.

 

De vertolking door dit jonge ensemble van Händels pastorale opera werd met lovende kritieken onthaald. Onder de deskundige leiding van Damien Guillon brengt het de eerste Engelse versie uit 1718.

 

Een gelauwerde cast brengt u passie, woede, hartstocht en smart, verlicht met een portie humor in Händels populairste pastorale opera.

Uitvoerders

Le Banquet Céleste

Damien Guillon, muzikale leiding

Katherine Crompton, Galatea (sopraan)
Cyril Auvity, Acis (tenor)
Rupert Charlesworth, Damon (tenor)
Edward Grint, Polyphemus (bas)
Mélodie Ruvio, Coridon (alt)

 

 

 

Programmatoelichting

Geraakt door de ontroerende liefdesgeschiedenis van de herder Acis en de nimf Galatea, componeerde Georg Friedrich Händel (of zoals hij in Engeland genoemd werd: George Frideric Hándel), in 1718 ‘Acis and Galatea’. Het werd zijn lievelingsopera, hij liet het bij leven tientallen keren uitvoeren. Hoe we het werk moeten catalogeren is niet helemaal duidelijk: als opera, ‘kleine opera of little opera’, pastorale, pastorale opera, masque, of zelfs oratorium, het zijn de benamingen die in de loop der jaren gehanteerd werden. Maakt eigenlijk niet uit, het is een schitterend staaltje dramatisch-theatraal geconcipieerde muziek voor klein ensemble en 4 zangsolisten, die ook nog als koor fungeren. Er is nog een bijkomend rolletje (Coridon) dat aan een altstem toebedeeld wordt en enkel in koorpassages deelneemt. Let wel: het koor speelt een belangrijke rol, het tekent de scène uit, het observeert en commentarieert, en neemt soms deel aan de actie. Aangezien het hier om de versie uit 1718 gaat, is er een klein ensemble van instrumenten op basis van het instrumentarium waarover het ensemble van de graaf van Carnarvon beschikte.

 

Händel, die geboren was in het Noord-Duitse Halle, ontpopte zich als knaap als een getalenteerd organist (Telemann kwam naar hem luisteren), en kreeg aldus een betrekking als organist in de gereformeerde kerk van Halle. Dat hield niet veel in, en in 1703 gaf hij zijn studie (Rechten) en muziekbaantje op, en trok naar Hamburg. Daar leerde hij onder meer als tweede violist en klavecinist van de stedelijke opera op enkele jaren tijd de knepen van de Italiaanse opera kennen, wat hem enorm van pas kwam in zijn latere carrière. In 1707 werd hij uitgenodigd om naar Italië te gaan en zo componeerde hij gedurende een 3-tal jaren voor kunstminnende kerkelijke en wereldlijke leiders in Rome, Firenze, Napels en Venetië (kamer)cantates, al eens een operaatje, orgelwerk, concerti, serenata’s, oratoria.

 

De vele kamercantates uit die jaren hebben meestal pastorale onderwerpen, een beperkte bezetting van sopraan en basso continuo en bevatten doorgaans maar enkele recitatieven en aria’s. Maar het was wel bij uitstek de speeltuin van Händel om te experimenteren. In de meer dramatisch cantates met uitgebreidere bezetting – op historische of mythologische thema’s – kon hij dan weer zijn talent voor karakterisering volop uitleven.

 

Toen hij in 1710 aangesteld werd als Kapelmeester aan het Hof van Hannover van keurvorst Georg Ludwig, vroeg hij meteen twaalf maanden verlof om Engeland te bezoeken, wat hem probleemloos werd toegestaan. In Londen werd hij met open armen ontvangen aan het Hof van koningin Anne en kon hij profiteren van het succes van zijn eerste Italiaanse opera ‘Rinaldo’ die hij voor het nieuwe Queen’s Theatre in de Haymarket componeerde. Na opnieuw een kort verblijf in Duitsland keerde hij in de herfst van 1712 terug naar Londen – op voorwaarde dat hij daar ‘only’a reasonable time’ zou verblijven. In 1714 overleed Anne en ging de troon over op Händels werkgever uit Hannover: nu King George I. Händel zou tot aan zijn dood verder werken en leven in Londen …

 

In de zomer van 1717 kwam Händel in dienst van James Brydges, de graaf van Carnarvon (die de Hertog van Chandos werd in 1719) in Cannons, het nieuwe paleis in Edgware, juist ten noorden van Londen. De schatrijke graaf beschikte over een ensemble van musici en zangers, had een muziekmeester (Pepusch) en met Händel nu ook een hofcomponist. In 1718 componeerde hij dan ‘Acis and Galatea’, zijn eerste ‘opera’ in het Engels. Het werd een van zijn meest populaire werken die tientallen keren tijdens zijn leven tot aan het midden van de 18e eeuw – weliswaar in verschillende aangepaste versies – werd opgevoerd. Het was ook een van zijn weinige grotere theatrale werken die na zijn dood nog werd opgevoerd. Mozart herokestreerde de compositie in 1788 voor de luisterrijke concerten georganiseerd door baron von Swieten; Mendelssohn presenteerde een opvoering in 1828 en Meyerbeer plande een theaterversie in 1857.

 

‘Acis and Galathea’ is een charmante en perfecte pastorale met humor en tragiek, uitermate geschikt om zijn muziek te leren kennen. De muziek van de eerste acte is elegant en sensueel, conform het idyllische Arcadië. De tweede acte verkrijgt een meer klaaglijke en melancholische toon.

Het verhaal is gebaseerd op een vertaling van Dryden van het dertiende boek van de Metamorfoses van Ovidius, een mythe verbonden aan het eiland Sicilië. Als librettist wordt veelal John Gay vermeld. Sommige Händelspecialisten vermelden dat ook anderen er hebben aan gewerkt, zoals Alexander Pope en John Hughes. Het gegeven dat verscheidene dichters aan één libretto werkten, was niet ongebruikelijk in die tijd. Opvallend is bij de muzikale uitwerking dat van de vier karakters, de monsterlijke cycloop Polyphemus het meest complex is, want we worden in het ongewisse gelaten of we hem al dan niet serieus moeten nemen.

 

Het verhaal.

De herder Acis is verliefd op de nimf Galatea. De liefde is wederzijds, maar Acis heeft een rivaal, de cycloop Polyphemus, wiens klungelige pogingen om Galatea het hof te maken op niets stranden. Uit woede en jaloezie bedelft hij Acis onder een rots. De treurende Galatea verandert tot slot haar geliefde in een bron.

Privacy en Cookies

Deze website gebruikt cookies om het gebruik van de webshop mogelijk te maken. U kunt cookies uitzetten, maar bepaalde delen van de website zullen niet langer werken. Muziekcentrum De Bijloke verwerkt en gebruikt persoonsgegevens bij ticketaankopen. Alle info in onze privacyverklaring: debijloke.be/privacy

Meer informatie