November en december 2017 waren goed voor meer dan 20 concerten. Ontdek hoe onze recensenten ze beleefd hebben!

We verstopten enkele woord- en beeldend kunstenaars in de zaal, met als opdracht een persoonlijk verslag te maken...

Hoe beleefde Carlo Siau de babyvoorstelling CABAN?

4 & 5 november, Kraakhuis

In het eerste weekend van november werden bij ons de allerkleinsten in de watten gelegd. Theater De Spiegel bracht dan vier keer 'Caban', prikkelend belevingstheater voor baby's en peuters. Op maat van kinderen vanaf 3 maanden werd het Kraakhuis omgetoverd tot een gezellige en veilige hut, waarin geëperimenteerd werd met vormen, texturen, klanken en woorden. Zonder schoenen en zich klein makend bewoog Carlo Siau mee door de ruimte, op het ritme van de allerkleinsten. Zijn poëtische impressies zijn hieronder te lezen. 

*  *  *

hutregels

dit zijn de regels

op kousenvoeten
zet muziek haar eerste stapjes
op het ritme van een kind

waar trillingen zijn, daar verschijnt leven
een vogel klinkt hol in de boom
het regent zeeën, niemand in natte kleren

kijk naar de maan, allemaal
krul je tenen en vingers
mondjes open, verbaas de ruimte

op deze planeet staat er veel op het klarinet-en-cellospel
de lokroep van melodieën uit andere werelddelen
een herinnering aan Sjostakovitsj uit andere concerten

uitverkorenen in de krater horen nog niet
net als de peuterende percussionist
en de volgers van de ruisende ring

wij zijn de klanken.
hier worden wakkere mensen geschapen
volgens de regels van de hut

Bill Frisell als een visueel patroon: Mike Carremans

8 november, Concertzaal

In november was snarenkoning Bill Frisell te gast; een doordeweekse woensdagavond, maar onze concertzaal was goed gevuld. Bij beeldend kunstenaar Mike Carremans vielen vooral de vele herhalingen van en variaties op bepaalde thema's op, de welke hij heeft getransponeerd in onderstaand werk. Hiervoor heeft Mike enkele handgemaakte silhouettekeningen gedigitaliseerd en verwerkt tot een patroon. Net zoals de avontuurlijke doch toegankelijke gelaagdheid van Frisell's muziek heeft hij getracht om een, op het eerste zicht, abstract beeld toch een herkenbare inslag te geven. 



Mike titelde het werk: 'There's something happening here...but what it is ain't exactly clear', verwijzend naar Frisell's uitvoering van Buffalo Springfield's For what's it worth.

Timo ging voor de violen van het Antwerp Symphony Orchestra, niet voor de sopraan

9 november, Concertzaal

Wagner, Strauss en Schumann: een avond vol Germaanse romantiek, energiek maar zonder veel bombast. Antwerp Symphony Orchestra stond onder leiding van Philippe Herreweghe, en de Noorse sopraan Marita Sølberg zorgde voor een sprankelende afwerking van het lyrische geheel. Onze artistieke man in de zaal liet zijn oog niet vallen op de soliste, maar op de strijkers. Timo Meireman creëerde twee beelden, die beiden een soort collage zijn van verschillende visuele indrukken.



Hoe zag Frederik zijn dochtertje op het Big Bang Festival?

12 november, Bijlokesite

Na twee jaar in de Handelsbeurs en de Vlaamse Opera te gast geweest te zijn, streek het Big Bang Festival dit jaar neer in Muziekcentrum De Bijloke. Big Bang, da's een avontuurlijk muziekfestival voor een jong publiek. Prikkelende concerten en interactieve installaties (om nog maar te zwijgen van de ballonnen) namen al onze ruimten en enkele omliggende studio's in. De honderden aanwezige kinderen ondergingen dit alles vol verwondering en plezier. Zo ook Marilou, dochter van fotograaf Frederik Mouton. Hij documenteerde, in de rauwe stijl die we van hem gewoon zijn, hoe zijn dochter het festival ervaarde. 

Ook Anaïs Van Goethem was aanwezig op het festival, en werd vooral geraakt en verrast door de voorstelling Klopotec. Langs weerszijden van de verduisterde ruimte troonden verschillende houten windmolens, met allerhande afvalmateriaal ruw in elkaar geknutseld. De gitarist en percussionist lieten de molens draaien om zo te experimenteren met de ratels, beats en trillingen die deze produceerden. Door de belichting van de molens ontstond er een ritmisch en dramatisch schaduwspel op twee witte wanden. Anaïs zette haar impressies om in een inktschets op papier. 

Nicole zet de schoonheid van het Cecilia String Quartet over op papier

15 november, Concertzaal

Het tweede concert in onze reeks Kamermuziek - strijkkwartetten was een voltreffer die we hadden zien aankomen. Het sprankelende Cecilia String Quartet (Canada) bracht pure schoonheid in onze zaal. Twee klassieke werken van Mozart en Mendelssohn werden perfect aangevuld met een heel recent werk uit deze eeuw: 'Isabella Blow at Somerset House' van de eveneens Canadese componiste Nicole Lizée (2015). Onze eigenste Nicole Halsberghe had nog maar net de zaal betreden en ze begon al een kunstwerk te scheppen, getuige onderstaande combinatie van foto en tekening. Daarnaast belichtte ze nog twee van de vier muzikanten. 

Koerians scherpe pen over de matinee met Trio Amethys

16 november, Kraakhuis

Het Waalse Trio Amethys verzorgde in ons Kraakhuis het tweede matineeconcert van dit seizoen, met muziek van Bach, Schubert en Ernst von Dohnányi. De matinee, dat is natuurlijk een aparte formule, heel anders van sfeer dan een concertavond. Dit heeft onze jonge man in de zaal, Koerian Verbesselt, aan den lijve ondervonden. In onderstaande recensie geeft hij alweer zijn ongezouten kijk op hoe hij het concert ervaarde. 

*  *  *

Milde moodswings en gereserveerde trio's

Zoals jullie in één van mijn vorige belevingsverslagen konden lezen, ben ik niet meteen een kenner van de wereld van de klassieke muziek. Mijn verbazing was dan ook groot dat er klassieke concerten plaatsvinden op doordeweekse namiddagen, uren waarop ondergetekende vaak nog maar half uit bed is. Matineeconcert, het heeft zelfs een chique naam.

In het kraakhuis speelde die donderdagmiddag Amethys trio, een klassiek strijktrio (viool, viola, cello) dat stukken uit een wijde variatie aan stijlperiodes brengt. Op Wikipedia wordt het strijktrio, het Andorra van de kamermuziek, schraal van klank genoemd. Reden genoeg voor Camille Babut du Marès, Clément Holvoet en Kacper Nowak om de herwaardering van het strijktrio op de agenda te plaatsen. Wat een mission statement.

Schuberts Strijktrio nr.2 in Bes werd eerlijk aangekondigd als “niet één van zijn meest diepgravende werken” en dat was het dan ook niet. Speels, leuke sprongen, maar niet meteen hartverzwelgend. Op rechts was er al iemand in slaap gevallen, te weinig ochtendkoffie. Niets dan de statig beleefde droefheid van Bachs Sarabande (cello suite nr. 2) om je wakker te schudden. Wij waren als Sarabandefans helemaal mee, al had een iets avontuurlijker keuze als opvolger voor Schubert wel gemogen. Volgende stuk was een uittreksel uit de eerste suite voor altviool van Max Reger, die zijn tristesse wat openlijker beleeft. Genoeg weemoed om op te bouwen naar Obsession van Eugène Ysaye, een Belgisch componist. Babut du Marès scheurde (zoals dat in de zwaardere varianten van de lichte muziek heet) virtuoos op haar viool en liet geen spaander heel van de reserve die Holvoet en Nowak aan de dag legden.

U zag het goed: drie solostukken volgden Schuberts trio. De drie zijn fantastische solisten, maar het doet toch een beetje af aan hun mission statement. Afsluiten deden de drie samen met een serenade van Ernst von Dohnanyi, waarvoor statigheid en reserve weer uit de kast werden gehaald. De liefde van Dohnanyi was blijkbaar niet zo passioneel (nochtans bracht ze wel een zoon voort die Hitler heeft proberen ombrengen).

Over het algemeen behield de muziek een gevoelsmatige afstand. De programmakeuze voor de middag zette de doelstelling van de drie geen kracht bij. Wie met Der Töd und das Mädchen van Schubert (voor strijkkwartet) in zijn of haar hoofd zat tijdens Strijktrio nr. 2 in Bes kon enkel het gevoel krijgen dat een trio inderdaad minder spannend is dan een kwartet. Waarom niet openen met pakweg Sibelius' trio in G mineur, een binnenkomer van formaat. Gelukkig was er Obsession om wat leven in de middag te brengen, maar dat is dan weer een solostuk. Milde moodswings waren the name of the game. Misschien is de middag gewoon geen tijdstip voor passionele trio's, en bewaart men die doelbewust voor 's avonds. Na zo'n Matinee moet je immers nog een halve dag verder.

Voor de roddelkaternen: terwijl Holvoet en Babut du Marès lachjes en tedere blikken uitwisselden, keek Nowak toch wel bijzonder sip voor zich uit. Three's a crowd zeker?

I Solisti draait vierkant bij Deborah Vanden Brande

17 november, Concertzaal

Pianoconcerto's waaraan geen enkele strijker te pas komt? Klinkt surreëel op het eerste zicht. Maar in onze Concertzaal klonk het vooral vernieuwend en opwindend, en dat was uiteraard grotendeels te wijten aan I Solisti, een veelkoppig orkest van blazers. Op het programma stonden een neoklassiek pianoconcerto van Igor Stravinski en een werk van Karel Goeyvaerts, getiteld Avontuur. Daarnaast werden ook nog twee hedendaagse composities van Daan Janssens en Bram Van Camp uitgevoerd. Het strakke maar toch warme beeld hieronder is van de hand van Deborah Vanden Brande.

Jade kwam te laat voor Ensemble Mare Nostrum

23 november, Concertzaal

Het was een hele boterham die avond in onze concertzaal: de integrale uitvoering van de serenata 'La Forza delle Stelle' van Alessandro Stradella. Dit pareltje uit de Italiaanse barok werd door het Italiaanse Ensemble Mare Nostrum terecht van onder het stof gehaald. Onze vrouw in de zaal, Jade Kerremans, arriveerde helaas net te laat om het concert te beleven van op de voor haar voorziene plaats parterre - laatkomers sturen wij steevast naar het balkon... Toch slaagde ze erin twee pure portretten te tekenen. 

Klassiek meets Jazz: Koerians relaas over een avond van leven en dood

24 november, Concertzaal

Een symfonieorkest en een jazztrio samen op een podium? Dat moest en zou een speciale avond worden. De opzet was simpel: Gents stadscomponist Fulco Ottervanger creërde een muzikale tegenhanger van Rachmaninovs 'The Isle of the Dead'. Met 'The Isle of Life' celebreert hij het leven(seiland) als een baken van hoop in een barre wereld. Ottervanger bracht de andere leden van het avontuurlijke trio De Beren Gieren mee, voor een opmerkelijke interdisciplinaire passage tussen twee klassieke symfonische werken. Onze jonge man in de zaal, Koerian Verbesselt, geeft hieronder alweer zijn kritische maar genuanceerde visie op deze samenvloeiing van klassiek en hedendaagse jazz.

*  *  *

Orkestcatatonie of opperste concentratie? Of nog iets anders?


Als antwoord op The Isle of the Dead van Sergej Rachmaninov schreef Fulco Ottervanger van jazztrio De Beren Gieren The Isle of Life. Beiden waren vrijdag rug-aan-rug te horen in De Bijloke, met na de pauze een selectie uit Die Geschöpfe des Prometheus (op. 43) van Beethoven als toemaatje.

Het moet wat zijn om als jazzpianist ineens het podium te mogen delen met een symfonisch orkest
, het Symfonieorkest Vlaanderen nog wel, en om een horde topmuzikanten jouw compositie te horen spelen. Ik weet niet wat er door Fulco's hoofd ging toen The Isle of Life werd ingezet, maar het zal alleszins niet al te negatief zijn geweest. Ottervanger had er duidelijk zin in, hoofd en voeten gingen op-en-neer. Zo ook bij zijn kompanen Lieven Van Pée en Simon Segers.

Wat er echter door het hoofd van de symfonieorkesters ging zal ons een raadsel wezen. Terwijl dirigent Jan Latham-Koenig tijdens Rachmaninovs deel nog op en neer danste alsof een nest horzels de weg naar zijn oksels had gevonden, bleef hij tijdens Fulco's stuk opvallend statisch. Ook de muzikanten gaven geen krimp, geen tikkend voetje wanneer De Beren Gieren het overnam, geen empathische hoofdbewegingen tijdens de eigen partijen. Hun gemoed was precies op het eiland van de doden achtergebleven. Tijdens Beethovens stuk konden we duidelijk verifiëren dat de muzikanten in kwestie geen collectieve whiplash hadden opgelopen op de bus richting Gent: ze wiegden gedurig mee op de muziek.

Wat dachten die in zwart pak gehulde muziekprofessionals? Waren ze kwaad dat een stelletje tripletspelende langharige hippies hun show kwam stelen? Dat speelt hier en daar een jazzoptreden, en dat denkt meteen met een orkest het podium op te mogen. Vonden ze het hele opzet misschien maar niets? Als klassiek muzikant heb je weinig ruimte voor een eigen mening, lijkt mij. Of je een stuk nu fantastisch of absolute bagger vindt, spelen zal je het. Wil je gewoon brood op de plank brengen met een beroep dat je enigszins graag doet, moet je ineens je vingers en hersenen breken op die postmoderne maalstroom uit Fulco's pen.

De Beren Gieren kampen niet met dat probleem, die spelen altijd waar ze zin in hebben. Zij hoeven niet te zuchten omdat ze weer maar eens iets van die dove Duitser moeten spelen. Wie weet was dat het net, waren de klassieke heren en dames jaloers op de vrijheid van hun swingende kompanen. Alhoewel ze dan wel duidelijk weer meer plezier hadden op de veilige grond van die ongekamde Duits-Oostenrijkse componist.

Ach, wie weet ligt het antwoord gewoon in de opperste staat van concentratie waarin de heren en dames classici moesten verkeren om de abrupte wendingen en bokkensprongen van De Beren Gieren bij te kunnen houden. Als je gewend bent aan een iet of wat gestructureerd geheel, moeten de jazzy escapades, bruggetjes en overgangen heel vreemd hebben aangevoeld. Het gaat hier natuurlijk wel om professionele muzikanten, die grootse concerto's gewend zijn; moeten die dat simpel jazzgeneuzel niet moeiteloos kunnen bijhouden?

Misschien was uw ervaringsverslagschrijver van dienst ook gewoon in een pilaarbijtende kommaneukbui en moet hij leren zich meer te laten meeslepen door de sfeer van een optreden. Dat terwijl het publiek wel enthousiast applaudisseerde en het grootste deel van de bonte mix kunstige hipsters en deftige lui (u kan al raden wie voor wat kwam) begeesterd leek door de muziek van de avond. Echter, De Bijloke had ons op het hart gedrukt dat we mochten focussen op details. Bij deze neem ik dus afstand van elke verantwoordelijkheid voor eventueel emotioneel leed (sorry, heren en dames muzikanten). Daarvoor kunt u zich steeds richting De Bijloke wenden. Lofbetuigingen mogen vanzelfsprekend wel mijn richting uit worden gestuurd.

Papa Guy schetst met potlood en licht

25 november, Kraakhuis

Il Nostrome del Sogno flirtte in ons Kraakhuis met de grens tussen concert en muziektheater. Met fragmenten uit de Servaeslegende van de Maaslandse dichter Henric van Veldeke en een reeks antifonene en responsoria van Hildegard von Bingen bracht het ensemble een mystieke en poëtische sfeer in de zaal. Guy Verstraete, vader van één van de muzikanten (Marie Verstraete, op vedel), schenkt ons onderstaande zwart-witfoto's en portretschetsen. 

Stef ambieert zelf een Young Master op harp te zijn

26 november, Kraakhuis

Het tweede concert in onze reeks 'Young Masters' betrof een speciale bezetting: twee harpistes (Mathilde & Emma Wauters) en een fluitiste (Elke Elsen). Onze man in de zaal, Stef Van Vynckt, heeft dit concert met gespitste oren gevolgd - hij studeert immers zelf harp aan het conservatorium. Zijn indrukken van wat er op het programma stond die ochtend heeft hij gebundeld in een eigen opname. Dit werk van Godefroid, waarvan hij vindt dat het zowat alle aspecten van het concert omvat, schoot hem achteraf te binnen. Barokke meerstemmigheid, Franse souplesse, Spaanse bravoure: we kunnen het allemaal ontwaren in dit repertoirestuk voor harp.
 

Net zoals Philippe heeft Willem oog voor detail (ofte: een uitgebreid verslag)

26 november, Concertzaal

Philippe Herreweghe op ons podium, dat geeft steeds vonken. Zo ook op een zondagnamiddag eind november, met zowel het Orchestre des Champs-Elysées als het Collegium Vocale Gent. Op het programma stonden verschillende minder bekende werken van Beethoven, van onder het stof gehaald en meesterlijk uitgevoerd. Dit alles viel zeer in de smaak bij onze man in de zaal, Willem Erauw. Hieronder is zijn lange maar verfijnde verslag te lezen. 

*  *  *

26 november, een grijze herfstige zondagnamiddag, het publiek schuift aan voor een Beethovenconcert in de Bijloke. ‘Beethoven!’ staat er op de affiche. Beethoven? Geen klassiek Beethovenmenu met ouverture, concerto met solist en symfonie. Neen, dit keer een zelden gespeelde en weinig bekende Beethoven op het bord. Muziek voor koor, orkest en solist, enkele liederen, een koorfantasie en een mis. Een katholieke mis van Beethoven in de concertzaal? Daarbij denkt iedereen aan de Missa Solemnis, een mis die meer wil zijn dan een mis, waarbij Beethoven de onderdelen van de mis heeft benut om een universele boodschap uit te dragen. Neen, geen lange Missa Solemnis, maar een oudere, kortere en zelden gespeelde mis.

Dresscode


Vanuit de stad en ver daarbuiten zijn de begoede burgers aangerukt, niet alleen voor Beethoven, maar ook om levende legende Philippe Herreweghe nog eens in levende lijve aan het werk te zien. De concert dresscode is verleden tijd. Tussen het geklede casual en enkele kostuums bemerk ik een jonge man in bermudabroek en Hard Rock Café-sweater, helemaal klaar voor de mis van Beethoven. Tussen het publiek herken ik ook enkele geleerde gezichten.

Bij de laatste binnenkomers en met mijn plaats midden in de zaal dring ik me een weg tussen de van hun stoel opverende dames en heren. Tijdens de gespannen verwachting voor het concert klinkt zacht gepraat en gekeuvel, knikken naar bekenden, want wanneer je in Gent naar een mis van Beethoven gaat luisteren, is de kans groot dat je lotgenoten ontmoet. Waarom gaat men op een kille zondagnamiddag naar een concertzaal om naar een mis te gaan luisteren, vraagt de scepticus in mij.

Herreweghe: Orchestre des Champs-Elysées & Collegium Vocale

Enkele deftige dames en heren doen hun best elkaar niet aan te kijken. Als prille vijftiger voel ik me jong in dit gezelschap. Naast mij bereidt een ernstig heerschap met een bij het seizoen passende grijsbruine blazer, strik en neerwaartse mondhoeken zich voor op het gebeuren. Hier en daar toch ook enkele jongere gezichten. Het orkest heeft al plaats genomen: het Orchestre des Champs-Elysées waarmee Herreweghe al jarenlang samenwerkt en rondtoert. Ze spelen op authentieke instrumenten uit Beethovens tijd: vreemdsoortige fluiten, hobo’s en trompetten op het podium.

Dan treedt, achter de blazers, het koor aan: het Collegium Vocale waarmee Herreweghe zijn baanbrekende loopbaan in de klassieke muziek een halve eeuw geleden begon. Het gepraat wordt gezoem. Van achter mij vang ik een Slavische taal op, een kinderstemmetje in het Russisch. Een meisje van niet meer dan een jaar of vijf. Met de jonge vrouw naast haar fluistert ze, omdat ze weet dat ze niet mag praten. Ik richt mijn blik in de hoogte naar het eeuwenoude houten gebinte, middeleeuwse houten bogen, als armen die het publiek vanuit de hemel in de armen willen nemen - de hemel waarin we tijdens het concert zullen worden opgenomen.


© Bert Hulselmans

Dan komt hij op, Philippe Herreweghe, de Maestro, eminence grise. Hij oogt fit en ontspannen. Eerst spreekt hij met een omfloerste stem het publiek toe, al was het maar om de gangbare concertroutine te doorbreken. Herreweghe heeft altijd met routines willen breken, dus waarom niet. De eerste twee werken voor orkest, koor en soli behoeven uitleg volgens de Maestro, zodat we weten waarover het gaat. Beide werken hebben een religieuze ondertoon. Meerestille und glückliche Fahrt is een metafoor voor onze tocht naar het Beloofde Land; het Elegischer Gesang is een metafoor voor het Paradijs, waarin de bezongen overleden jonge vrouw zich bevindt. Bijbelse metaforen, het paradijs en de hemel zullen nog vaker ter sprake komen tijdens het concert. In het zo weinig bekende Elegischer Gesang klinkt inderdaad de meditatieve diepte, die we kennen uit de late strijkkwartetten en pianosonates van Beethoven. Grote muziek, zoals Herreweghe vooraf had voorspeld.

Koorfantasie


Ook de Koorfantasie in C, die daarna volgt, is een zelden uitgevoerd werk. Alleen al omdat er zowel een pianosolist als een koor aan te pas komt, wordt het zelden geprogrammeerd. Er is te weinig plaats voor de vleugel voorzien; hoe lossen ze dat op, denk ik. Maar dan wordt voor het orkest geen concertvleugel, maar een ranke pianoforte geschoven. Ik had het moeten weten, want op de affiche staat behalve Herreweghe ook Kristian Bezuidenhout. Geen pianist, maar een pianofortist - een groot verschil. Het frêle instrument heeft een vurige houtkleur, vurig als veel van Beethovens muziek.

Beethoven schreef de Koorfantasie als een grap, vertelt Herreweghe vooraf: “Beethoven is bekend omwille van zijn diepzinnigheid en pathetiek, maar laten we niet vergeten dat hij vaak ook humor in zijn werk stak”. Dit uitgebreide werk voor piano, orkest en koor is geschreven als een bedankje voor de musici die op 22 december 1808 voor Beethoven een benefiet speelden. Beethoven zat toen zelf aan het klavier, een pianoforte zoals we ze vandaag horen. Herreweghe vertelt er niet bij dat deze fantasie eigenlijk een schets, een vingeroefening was voor de overbekende Negende Symfonie. In de melodie zal dat duidelijk te horen zijn.

Als een ervaren causeur weet Herreweghe door zijn luchtige trant de serieux van een klassiek concert ietwat te breken. “Morgen trekken we met orkest, koor en solisten naar Wenen, en spelen daar hetzelfde programma”, vertelt hij nog. Naar Wenen, waar het publiek tweehonderd jaar terug dit stuk voor het eerst hoorde, tijdens een zogenaamde Akademie: een concert om de buidel van de steeds dover wordende Beethoven te spijzen. Herreweghe weet dat hij het publiek kan verrassen met enkele details van de toenmalige concertpraktijk. Op dat concert stond ook de première van Beethovens vijfde en zesde symfonie en het vierde pianoconcert op het programma, samen met delen uit de mis, die we na de pauze zullen horen. In tegenstelling met vandaag moet zo’n uitvoering toen een chaotische bedoening zijn geweest. Het orkest had toen nauwelijks gerepeteerd; geregeld liep het in het honderd en begon men opnieuw van vooraf aan. Het hele concert duurde in 1808 op die manier maar liefst vijf uur, bij een temperatuur van rond het vriespunt.

Herreweghe verlaat het podium en komt even later terug met de microfoon nog in zijn hand: “we zijn onze pianist kwijt”. Gelach alom, hij heeft het publiek op zijn hand. Van de andere kant komt pianist Bezuidenhout alsnog het podium op. Ook hij spreekt vooraf het publiek toe: een korte uitleg over dit bijzondere instrument, een pianoforte uit Beethovens tijd. Daarna begint hij de lange solo van de Fantasie. Met de bescheiden, intieme klank van de pianoforte zou ik het haast tokkelen noemen, getokkel op een snarenkast. Beethoven zelf speelde, nee improviseerde, die lange intro tijdens zijn Akademie in 1808.

Authentiek


Tijdens het dikke half uur van de Koorfantasie verwijlen mijn gedachten naar datgene waarmee Herreweghe beroemd is geworden: de authentieke uitvoeringspraktijk. Door onderzoek nagaan welke instrumenten, welke bezettingen, welke tempi in de tijd van de componist werden gebruikt. Beethoven spelen zoals in Beethovens tijd, zonder de ballast van de tweehonderd jaar uitvoeringspraktijk daarna. Beethoven wordt inderdaad veel te vaak beschouwd vanuit wat na hem kwam, vanuit de ontzaglijke invloed die hij op zijn opvolgers en op de romantische tijdsgeest heeft gehad. Het is een weldaad om Beethoven te interpreteren vanuit wat vóór hem kwam en waarop hij zich baseerde. De vraag blijft echter of we dat wel kunnen.

Kunnen we naar een pianoforte luisteren en doen alsof we niet weten hoe het op een concertvleugel zou klinken? Kunnen we naar de serene klank van dit orkest luisteren zonder te weten hoe Beethoven bijna twee eeuwen lang op een romantische, veel minder serene manier is gespeeld? Authentieke uitvoeringspraktijk is trouwens een label dat heel selectief met de concertpraktijk omgaat. Waarom improviseert Bezuidenhout de lange intro niet, maar volgt getrouw Beethovens uitgeschreven noten? En vooral, waarom geldt die authenticiteit enkel voor de uitvoerders en nooit voor het publiek? Bestaat er geen authentieke luisterpraktijk? Nee, dat zou inderdaad onzinnig zijn. Een authentieke luisterpraktijk zou betekenen dat het publiek in de vrieskou vijf uur zou luisteren naar een voor onze normen slecht voorbereid orkest, een bijna dove pianist… Neen, Herreweghe wil helemaal niet terug naar de vervlogen tijd, maar enkel Beethovens werk op een zo interessant mogelijke manier spelen, op een manier zoals Beethovens tijdgenoten het zelf nooit hadden kunnen horen.

Na de Koorfantasie is het tijd voor de pauze. De bar gaat open, de drank vloeit, de burgers groeten elkaar en klinken op hun status - voor sommigen is de pauze even belangrijk als het concert, zoals we weten. Ik zie hoe de pianoforte gedemonteerd wordt als een kleerkast en in een houten koffer wordt verpakt. Buiten in de kou staan de rokers te keuvelen, en leden van het orkest blijken menselijke wezens die rondhangen in de gangen.


© Bert Hulselmans

Terug in de zaal op mijn stoel hoor ik het Russische meisje aan haar moeder vragen waarom de dirigent geen stokje in de hand heeft. De moeder twijfelt; uit haar Russische woorden maak ik op dat Herreweghe een zodanig groot musicus is dat hij geen dirigeerstok nodig heeft. Daarna neemt het meisje haar smartphone terug in de hand waarmee ze gedurende de hele mis geruisloos verder zal spelen. Net zoals de toenmalige luisteraars tot diep in de negentiende eeuw tijdens concerten of in de opera met elkaar zaten te kaarten, te praten en plezier te maken, met de muziek op de achtergrond. Authentieke luisterpraktijk…

Mis in C


Na de lange pauze spreekt Herreweghe het publiek opnieuw toe. Hij weet wie we zijn. Als we naar deze “kleine mis” komen luisteren, dan waren we zeker present wanneer hij enkele jaren terug de grote mis, de Missa Solemnis van Beethoven, hier in Gent dirigeerde. In overeenstemming met de plechtstatigheid van een mis zegt hij niet “u was” maar “u waart zeker aanwezig toen…”. De delen van een katholieke mis licht hij niet toe, want “die kent u zonder twijfel”. Toch valt er wel wat te zeggen over de mis, alleen al omdat opdrachtgever prins Esterházy ze verschrikkelijk vond: “insupportablement horrible”. Zijn uitspraak “Was haben Sie denn da wieder gemacht!” is zelfs door De Bijloke als ondertitel op de affiche van dit concert gebruikt, om de eigenzinnigheid van de grote Beethoven te benadrukken.

Beethoven hield zich in zijn Mis in C niet aan de gebruikelijke traditie waarbij de muziek in dienst van de liturgische tekst blijft. Neen, hier heeft Beethoven de structuur en de woorden van de katholieke mis gebruikt om een volwaardig stuk concertmuziek te schrijven, met de meeslepende dramatiek van zijn muzikale inventiviteit en genialiteit. Daarom gaat deze muziek meer over Beethoven dan over God, bekent Herreweghe. Dat deert niet, denk ik, Beethoven is tenslotte al tweehonderd jaar lang de God van het concertpubliek.

Of je gelovig bent of niet, je hoort hemelse sferen in de muziek; je voelt je verheven in het heelal. Naar het einde toe wordt het intenser. Na het statige Kyrie of Credo wordt het godsverlangen in het Benedictus door de solisten op een huiveringwekkend intieme manier uitgedrukt. In het afsluitende Agnus Dei bevinden we ons tussen hemel en aarde, tussen de sterren. Figuurlijk natuurlijk, want wie van ons kan zeggen de aarde te hebben verlaten om zich tussen de sterren te begeven?

Wanneer het slotakkoord is uitgeklonken en het applaus is uitgedoofd blijkt die laatste gedachte toch niet zo futiel. Schuin rechts, uit de rij voor mij, staat een man op, de enige toehoorder die met recht kan zeggen ooit tussen de sterren te hebben vertoefd, in de ruimte te hebben gevaren, weg van de aarde. Voor hij naar het gangpad stapt, kijkt hij even naar boven. Het is Dirk Frimout, ruimtevaarder op rust - ik herken hem aan zijn neus. Samen met ons is hij terug op aarde, na dit hemelse concert. Aangedaan treden we allen naar de vestiaire, hullen ons in onze dikke mantels en verdwijnen in het schemerdonker.

Linde liet zich verrassen door een jazz double bill

29 november, Kraakhuis

Op woensdagavond 29 november had eigenlijk het Abercrombie Quartet in ons Kraakhuis moeten aantreden, maar wegens het overlijden van bezieler John Abercrombie moesten we op zoek naar een vervangprogramma. Dat hebben we gevonden in de vorm van een interessante double bill. Voor de pauze was er een solo door Bert Cools, een eerbetoon aan John Abercrombie. Daarna kwamen de heren van het New Yorkse kwartet Human Feel het podium bevolken. Linde Nuyts liet zich verrassen door de twee verschillende vormen van jazz, en leverde onderstaande twee tekeningen af, bij wijze van verslag. 



Bram laat het kind in zich spreken over het KIDconcert Peer De Liegenaar

3 december, Concertzaal

Het eerste KIDcconcert van dit seizoen was meteen een voltreffer. Alle ingrediënten waren dan ook aanwezig om succes te oogsten: een sterk verhaal, bekende muziek, een gedreven orkest, een geweldige sopraan, en ervaren acteurs. Onze man in de zaal, Bram Verlinde, werd vooral getroffen door de zang van Elise Caluwaerts. Hieronder vat hij het concert nog eens samen, als volwassene toch enigszins betoverd door de magie die van het podium af spatte. 

*  *  *

Toffe Peer Gynt

Vergeef me de woordspeling, maar toffe peren zijn we eigenlijk allemaal een beetje, niet? Wel, dan is nog niet alles gezegd over de Vlaamse Peer Gynt die magistraal werd opgevoerd in De Bijloke. Deze Peer werd gespeeld door klassebak Bert Verbeke (jawel, die van Thuis). Peer Gynt transformeert zichzelf in dit klassiek Noors sprookje van een eerder naïeve onbenul tot een fantasierijpe jongeman, door telkens met meesterlijk verbeeldingsvermogen en slimme daadkracht de strijd aan te gaan met de hindernissen die zijn weg kruisen.

Om onze bijna vergeten sprookjeskennis toch even op te frissen, keren we best terug naar dit magische verhaal zelf. Oorspronkelijk geschreven door de alom gekende Noor Henrik Ibsen en op muziek gezet door die andere Noor Edvard Grieg, werd dit oersprookje omwille van praktische redenen voor deze versie licht aangepast door regisseur Jos Dom.

Hoofdpersoon Peer Gynt woont samen met zijn moeder Aase, in deze voorstelling gespeeld door Hilde De Baerdemaeker, in het Noorse kneuterig bergdorpje ‘Komeneuten’. Door verschillende tegenslagen in haar armetierig leven geraakt Aase moedeloos teleurgesteld en wenst ze zichzelf in al die wanhoop dood. Peer, niet goed wetend wat te doen, schrikt en belooft zijn moeder om een rijke keizer te worden opdat zo een einde zou komen aan hun armoedig leven. Moeder Aase werpt hierop echter tegen dat hij beter buurmeisje Ingrid had geschaakt, rijk als haar vader is. Nu blijkt het al te laat, aangezien Ingrid de volgende dag van plan is te trouwen met jonkheer Mads Moen. Peer laat dit niet aan zijn hart komen, gaat naar het huwelijk en leert er Solleke kennen, gespeeld en gezongen door sopraan Elise Caluwaerts. Peer, duidelijk onder de indruk van haar schoonheid, kan zijn gevoelens niet verbergen. Maar dit alles is niet naar de zin van moeder Aase die er dan ook een figuurlijke stok voor steekt.

Er rest Peer uiteindelijk niets anders dan terug te keren naar plan A en zodoende Ingrids hart succesvol te veroveren, door ontvoering, wat in de goegemeente van Komeneuten duidelijk niet in goede aarde valt. Peer wordt verbannen en dwaalt zielsverlaten door de Noorse bergen op zoek naar rijkdom en geluk. Tijdens deze trip ontmoet hij de verblindend mooie dochter van de trollenkoning. Eindelijk kan hij een rijke keizer worden! Ze beslissen na een tijdje om te trouwen, maar dan wordt Peer zelf ook een trol. Op het allerlaatste moment komt Peer, dankzij een symbolische ajuin, tot het inzicht dat zijn werkelijke liefde bij Solleke ligt, waarna hij wegvlucht richting zijn wachtende geliefde. Hierna leefden ze nog lang en gelukkig, uiteraard!

Zoals het elk goed sprookje betaamt, zit ook in dit verhaal een mooie moraal: als je je eigen ding wil doen, vergeet dan niet steeds je geliefden en naasten! Want het zijn net zij die je waarlijk kennen en die je blijvend vormen. De sterke afwisseling van dit verhaal met de bijhorende geprojecteerde bergbeelden en de schitterende muziek van het Antwerp Symphony Orchestra zorgde voor een uitgebalanceerd ritme dat op geen enkel moment verveelde. Mijn persoonlijk hoogtepunt van de voorstelling was weliswaar de mooie sopraanstem van Elise Caluwaerts, die bijwijlen hoge toppen scheerde en de puntjes vakkundig op de i zette.

Kortom: tijdens deze voorstelling in De Bijloke was ik één en al kind, en liet ik mij, gecharmeerd door het sprookjesachtige verhaal, de passende muziek en de meesterlijke stem, volledig meevoeren in de feeërieke Noorse volkslegende van die toffe Peer Gynt. Weg was ik!

Stef schrijft het (redelijk) hard

7 december, Concertzaal

Thomas speelt het hard: voor de meesten onder ons een spannende queeste met een daverend resultaat, voor sommigen een te nuanceren project. Onze (jonge) man in de zaal, Stef Van Vynckt, behoort tot het eerder skeptische kamp. Als klassiek geschoold muzikant - in wording - heeft hij natuurlijk recht van spreken. Hieronder vindt u dan ook zijn kritische kanttekeningen, bij wijze van genuanceerde recensie van de avond. 



Toen Thomas Vanderveken met zijn inmiddels beroemde idee om in één jaar tijd het pianoconcerto van Edvard Grieg in te studeren voor de dag kwam, verklaarde het merendeel van klassiek minnend Vlaanderen hem gek. Spreken van een ‘licht’ scepticisme bij professionele muzikanten spreken zou dan ook een understatement zijn. Het scepticisme waarover ik spreek, zou u op twee manieren kunnen interpreteren. Enerzijds de overtuiging dat hij er niet in zou slagen. Een gereserveerde houding omwille van de manier waarop de klassieke muziek in het daglicht gesteld zou worden, anderzijds.

Bij dat eerste wil ik toch even een kanttekening maken. Hoewel een pianoconcerto opvoeren - net omwille van de moeilijkheid die daarmee gepaard gaat - zonder enige twijfel de ambitie van vele pianisten is, zullen velen onder hen beamen dat het concerto dat Thomas verwezenlijkt heeft lang niet zo sensationeel ‘onmogelijk moeilijk’ was als het doorheen het afgelopen jaar afgeschilderd werd. Ja: wat hij gepresteerd heeft, is zeker verrassend. Een gedurende vijftien jaar ongeoefend pianist die er, naast zijn dagelijkse job en gezin, in slaagt een concerto genoeg te beheersen om zich – evenwel niet op een weergaloze, bijna foutloze wijze zoals heel wat kranten beweerden - staande te houden, is een verwezenlijking nog ongezien de muzikale kwaliteit ervan. Het zou echter jammerlijk incorrect zijn om deze prestatie te vergoddelijken.

De media zijn erin geslaagd de initiële bedoeling - ‘Thomas probeert iets geks’ - tot ‘Thomas realiseert het onmogelijke’ te muteren, waarmee ze de bal misslaan. Want draaide het niet om “een feest voor de klassieke muziek”? Ik had het concept en het programma ‘Thomas speelt het hard’ op Canvas ook steeds op die manier opgevat: als een opportuniteit om nieuwe mensen aan te spreken.

Blijkt die gereserveerde houding dan terecht, vraag ik me nu af? Werd onze muziekwereld achtenswaardig weerspiegeld? Het probleem achteraf is dat de media er niet voor gezorgd hebben dat de volgende opvoering van de vijfde symfonie van Sjostakovitsj uitverkocht zal zijn, maar wel dat we nog maanden lang “Heb je Thomas gezien? Dat was toch ongelooflijk hé?” naar ons hoofd geslingerd krijgen. De media hadden, met oog op de invloed die ze uitoefenen, de gelegenheid kunnen nemen om te focussen op waar het, mijns inziens, echt om draaide: klassieke muziek naar buiten brengen.



Nu ben ik er ook wel degelijk van overtuigd dat verschillende aspecten van het programma de muziekwereld mooi geschetst hebben. Grootse pianisten als Boris Giltburg en Lang Lang en verschillende andere prachtige, professionele muzikanten aan het woord laten, heeft ervoor gezorgd dat de essentie niet compleet verloren ging in de ‘wonderbaarlijkheid’ van de uitvoering van het concerto. Begrijp me, tussen haakjes, ook niet verkeerd: het concerto van Grieg is en blijft heerlijke muziek. Daarnaast was het heel boeiend dat alles wat bij de voorbereiding komt kijken in het daglicht gesteld werd. Het leren omgaan met stress in het bijzonder.

Als een muzikant zich gedurende lange tijd dagelijks ettelijke uren voorbereidt, en de grote stap van het instuderen achter de rug is, komt er een fenomeen op de proppen dat er toch nog voor zou kunnen zorgen dat je de mist ingaat. Beeldt u zich eens in: je studeert en studeert en studeert. Je spendeert ontzettend veel energie aan het betekenis geven van elke gespeelde noot. Alleen is er nog die stress die, als het moment er eindelijk is, roet in het eten gooit. Want als je er in de momentopname - die het uiteindelijk ook maar is - niet staat, dan val je, en soms heel diep.

U kunt zich dus wel indenken dat er nogal wat druk op de schouders gelegd wordt. Wie die druk daar legt laat ik hier even buiten beschouwing – heel wat muzikanten zijn trouwens zelf hun grootste criticus. Sommigen hebben last van faalangst, anderen van nachtmerries, trillende handen, misselijkheid of zelfs intens verdriet. Het is bijgevolg van groot belang met die druk overweg te kunnen. Iedereen zoekt daarin zijn eigen weg.

Velen onder ons ontwikkelen een hele resem aan rituelen voor het performen: ontspanningstechnieken. Het is echter belangrijk zich ervan bewust te zijn dat het meer
nog dan rituelen een levenswijze hoort te zijn. Een gezonde geest in een gezond lichaam. Ademhalingsoefeningen, sport, thee, rust: het zijn zaken die bijdragen aan een lichaam in balans. Een lichaam dat steeds paraat staat om te presteren. Een muzikant is als een sportman. Alle puzzelstukjes moeten passen.

Ik zie door een kiertje hoe de zaallichten gedoofd worden. Het geroezemoes sterft weg. Spots zetten het podium in vuur en vlam. Er weerklinkt applaus. Aanvankelijk word ik door het felle licht verblind. Ik sluit mijn ogen, haal een laatste maal diep adem. Opperste concentratie. Showtime.

Christina liet zich verrassen door het pianospel van Kaja en Eve

9 december, Kraakhuis

Twee piano's, twee jonge vrouwen, en grenzeloze nieuwsgierigheid. Zo zou je de samenwerking tussen de jazz pianisten Kaja Draksler en Eve Risser kunnen beschrijven. Op het laatste nippertje viel Christina Vanderhaeghe in voor iemand anders die initieel dit concert zou recenseren. Christina liet zich gewillig verrassen en doet hieronder haar relaas. 

*  *  *

Zij houdt van klank. Eerst is er klank, daarna muziek.

Ze verzamelt kleine voorwerpen die deel uitmaken van haar pianospelen. Een piano is zoveel meer dan een klavier. Daar zijn ze met hun twee mee bezig: Kaja Draksler en Eve Risser.

Door de mooie plaats in de zaal zie ik in hoofdzaak Kaja Draksler aan het werk. Twee open piano’s, tegenover elkaar, daar kijken we naar bij het binnenkomen. Ik kijk anders naar die piano’s bij het terug naar buiten gaan: alsof ze tot leven zijn gekomen tijdens de voorstelling om daarna weer in te slapen, voor even.

Experimenteren met klank in de grote snaarruimte van hun piano. Het is vreemd. Je denkt: wanneer gaat het beginnen? Maar ondertussen is het al bezig: het verklanken van voorwerpen, een balletje, een blad papier, een magnetische gitaarklem,...

De twee dames zitten nauwelijks: ze staan recht, buigen voorover, kijken af en toe naar mekaar, maken plezier in het creëren van klanken die naar muziek neigen. Ook het klavier wordt eigenzinnig bespeeld: een linker vuist slaat toetsen aan; een rechterhand speelt ondertussen vertrouwelijk, zoals we van een pianist verwachten.

Het Kraakhuis van De Bijloke in Gent, zaterdag 9 december. Kleine zaal, veel wit. Hier en daar wat rood. Ik kan niet zeggen dat ik erg van de muziek heb gehouden. Wel van de overgave waarmee twee pianisten creatief te werk gaan, elke avond anders wellicht, nooit een herhaling. Het gaat hem om het ontwikkelen en dat creatieproces met het publiek delen, die avond. Daar zijn ze goed in. Ze schrijven zelf kleine composities: een kleine omkadering waarbinnen ze verder experimenteren, alleen en in samenspel.

Als de piano ‘gesloten’ was thuis, zonder bespeelmogelijkheid, dan houdt ze haar hand voor haar mond. Dan moest er gezwegen worden. IJzig stil. En dus hoorde ze klanken die bij voorwerpen hoorden. Zo kon ze verder muziek maken. Dat vertelt Kaja Draksler nà het concert. Met enkele toehoorders zijn we gaan kijken, wat er allemaal in die piano ligt, hoe ze er steeds nieuwe klanken mee de concertruimte in sturen, tot er muziek geboren wordt.

De repetitieve muziek op het einde, waarbij beiden op de toetsen spelen, kan ik het meest smaken. Een zekere (h)erkenning: John Cage, Steve Reich… waardoor ik weer op een vertrouwd pianopad wordt gezet. Ik kom erin thuis, als na een reis in een totaal onbekend landschap, zonder gids.

Valeries poëtische kijk op Anima Eterna Brugge

15 december, Concertzaal

Swingend klassiek met een hoog entertainmentkarakter, en dat gebracht op historische instrumenten: het was een schot in de roos die vrijdagavond in onze concertzaal. Samen met pianist Frank Braley en sopraan Yeree Suhr brachten de muzikanten van Anima Eterna Brugge een spetterend programma met George Gerhwins grootste hits. Dit alles ook zeer naar de zin van Valerie Teirlinck. Hieronder is een poëtische bespiegeling van haar hand te lezen. 


© Bárbara Prada

Rhapsody in Blue


Een aankondiging van grandioosheid
Gershwins honger naar meer
Barst uit.
Strijkers zetten zich schrap
Gereserveerd. Vanbinnen laaiend vuur
Hielen zacht van de grond
Schouders tillen de kracht door de snaren.

Gebogen rug over het klavier
Vingers als spinnenpoten
soepel, vinnig, snel
treffen het spel van wat voorafging
en verliezen zich in de ontmoeting.
Slaan sensualiteit gade

Verfrissende melancholie
in een tijdperk van onstuimige, pompeuze swing.

De dirigent rood aangelopen
Bombastisch
Geheimzinnige, afwachtende fragiliteit
Hij krijgt steun van de achterban.

Petillant
De grandeur van de florissante Big Apple
Broadway floreert met jonge Amerikaanse schonen.
Melancholische golven
Gershwins innerlijke wereld.

Linde schetst in woord en beeld

16 december, Kraakhuis

De vroegst genoteerde polyfone muziek in ons Kraakhuis, het was een mystieke ervaring. Het Franse Ensemble Dialogos bracht die avond selecties uit het hoogmiddeleeuwse Winchester Troparium, Wulfstan of Winchester en Aelfric of Winchester. Dit programma bleek een kolfje naar de hand van onze vrouw in de zaal. 



"Ensemble Dialogos treedt meerstemmig zingend het kraakhuis binnen en met hen het mystieke Winchester van rond het jaar 1000. Hun stemmen spinnen een indrukwekkend religieus-magisch universum van de fijnste tonen uit het 'Winchester Troparium’, de oudste overgebleven polyfone muziek.

Laat u niet verleiden door de vulgaire furie. De arme bezwijmde man ging u voor en kon enkel van zijn verlamming afkomen dankzij een tussenkomst van de heilige Swithun.

Doctorerend over middeleeuwse politieke liederen kan ik er niet aan weerstaan bij deze liederen ook historisch wat meer context te schetsen. Swithun was in de 9de eeuw bisschop van Winchester. Zijn leven ging onopgemerkt voorbij; uit zijn eigen tijd zijn zo goed als geen bronnen overgebleven waarin hij vermeld wordt. Hij heeft zijn faam te danken aan de Benedictijnse hervormingsbeweging die tussen de 10de en de 12de eeuw West-Europa onder handen nam. De hervormers brachten organisatorisch, religieus en materieel terug structuur in hun kerkelijke bezittingen, na enkele eeuwen ongeregeldheid als gevolg van verwoestingen door Noormannen en usurpaties door wereldlijke heersers.

Ook in Winchester werden kerken, abdijen en bovenal de discipline hersteld. Leuk weetje: de hervormers in Winchesters gebruikten voor abdijen de Gentse Sint-Pietersabdij als voorbeeld. De gerestaureerde kathedraal in Winchester kon voor de comeback wel een nieuwe patroonheilige gebruiken; hierbij kwam Swithun van pas. De hervormers verplaatsten zijn lichaam naar een indrukwekkende reliekschrijn en luisterden zijn vrij onbeduidende leven op met mystiek en mirakels, ons ondertussen bekend.

Zou u eraan kunnen weerstaan? U hoort van wonderlijke muziek in de kathedraal van Winchester en besluit zelf te gaan luisteren. Na de imposante restauraties ziet u de reliekschrijn van Swithun (geen flauw idee wie die kerel is, maar hij zal wel nogal heilig zijn geweest, zo schitteren dat dat ding doet). Twee monniken komen binnen en plots stijgen er gezangen op als nooit tevoren - de klanken komen samen, verwijden en verweven zich. Er ontstaan aangrijpende akkoorden en spanningen, tot alles samenkomt op het moment dat Swithun de zieke man geneest. Ontzaglijk en ontroerend. Swithun is de max, lang leve de Benedictijnse hervormingen."

Jade zet Avondrood in zwart-wit

20 december, Concertzaal

Behoud De Begeerte kwam eind december voor het eerst langs in De Bijloke, en dat met een productie rond de Vier Letzte Lieder van Richard Strauss. Op het programma stond natuurlijk de muziek van Strauss, met sopraan Elise Caluwaerts en pianist Kim Van den Brempt, maar ook een tekst geschreven en voorgedragen door Vlaamse literatuurwonder Lize Spit. Onze vrouw in de zaal maakte enkele rauwe maar rake portretten van het podiumgebeuren, inclusief haar typische droge humor. 

Christina over troost en vertwijfeling, en Bach

21 december, Concertzaal

Het laatste concert van 2017 was er één vol harmonie en warmte. Bij wijze van kerstconcert bracht B'Rock samen met Vocalconsort Berlin drie barokwerken, waaronder twee Magnificats: ééntje van Bach, en ééntje van Johann Kuhnau. Onze concertzaal werd overspoeld met vocale pracht die het licht ook 's avonds een beetje deed schijnen, op de dag met de langste nacht van het jaar. Christina Vanderhaeghe beschrijft hieronder haar bedenkingen bij dit concert. 

*  *  *

Vandaag valt m’n aandacht op een artikel in de elektronische nieuwsbrief van BBC. Over mensen die ook na meerdere eeuwen erin slagen om herinnerd te worden. Het gaat vaak over keizers en koningen die grote oorlogen op hun naam schreven, filosofen die ons denken grondig hebben beïnvloed, grote dichters, enkele wetenschappers.

Ik denk aan Bach
. De hele week te beluisteren op Klara. Magnificat anima mea Dominum: Mijn ziel prijst en looft de Heer. Gehoord in de Bijloke, kort voor Kerstmis, in een uitvoering van B’Rock en een Berlijns koor.

Het Magnificat is het eerste grote koorwerk dat Johan Sebastian Bach componeerde na zijn aanstelling in Leipzig in het voorjaar van 1723. Toen hij de felbegeerde baan in Leipzig aannam, werd in het arbeidscontract gezet dat hij behalve lesgeven, orgel spelen, instuderen en dirigeren ook voor de zondagen en christelijke feestdagen een cantate zou componeren. Het Magnificat, bestemd voor de protestantse eredienst, schreef Bach voor Kerstmis van het jaar 1723. Bijna 300 jaar later loopt de concertzaal van De Bijloke nog vol voor datzelfde Magnificat.

Inhoudelijk gaat het over twee vrouwen, Maria en haar nicht Elisabeth, beiden in blijde verwachting. En het staat in de Bijbel, Evangelie volgens Lucas. Ondertussen weten we dat de eerste Bijbelteksten ongeveer 60 jaar nà het overlijden van Jezus Christus zijn geschreven. Deze bijzondere historische man werd dan ook bijzondere geboorteverhalen toegedicht. Zijn geboorteplaats Bethlehem staat ook dit jaar onder bijzondere politieke spanning. De herdenking van de geboorte, het kerstfeest is dan toch kunnen doorgaan, zij het in mineur.

Ik weet niet wat die Latijnse teksten aan betekenis hebben ingeboet doorheen de eeuwen. Ook de vertaling kan me niet beroeren. ‘Machtigen heeft Hij van de troon gestoten en eenvoudigen verhoogd. Hongerigen heeft Hij met goederen vervuld, en rijken heeft Hij ledig heengezonden’. Ik heb dit horen zingen, mooie stemmen. Ik heb het echter nooit zien gebeuren, doorheen de geschiedenis, tot op vandaag.

Wil niet zeggen dat B’Rock en het Berlijns koor mij niet hebben bekoord. Integendeel, en dat heeft alles met de muziek van Bach te maken en de uitvoering in Gent. Met Kerstmis zoeken we naar het schone, het tedere, het muzikale als afsluiting voor een jaar met weer té veel gruwel, misdaad, oorlog, honger, werkloosheid.

Bach is troostend. Bach voert ons naar betere momenten van humaniteit: muziek in een concertzaal, gelovigen en niet-gelovigen, op dezelfde rij, worden geraakt door de schoonheid van B’Rock, door de omarming van een prachtig koor. Ik mag bestaan, jij mag bestaan, wij mogen bestaan: er is plaats in de herberg voor mensen van goede wil. Wie is dat niet?

Binnen de klassieke muziekwereld is Bach wereldwijd een muzikale godheid. Als mythe van de geniale muzikale Vader kan dit tellen. Binnen de muren van een magnifieke concertzaal als De Bijloke in Gent en op honderden andere plaatsen in de rijkere landen van de wereld. Een vloek of een zegen binnen het rechtvaardigheidsdenken van vele Bijbelteksten? Ik weet het niet zo goed. Ik rij vertwijfeld naar huis.

Het regent. De cellosonates van Bach in de auto maken alles goed. Ik denk niet langer. Ik beleef.