VRT – Lies Willaert

‘Toch een beetje bizarre muziek, vond mijn moeder’

di 9 maart

Jazzkenner Marc Van den Hoof eert saxofonist Charlie Parker, die dit concertseizoen 100 jaar zou worden

Chasin’ The Bird

Deze week zou jazzkenner Marc Van den Hoof in De Bijloke een hommage brengen aan saxofonist Charlie Parker. Dat dat niet live kan, houdt hem niet tegen om voor De Bijloke deze column met een persoonlijke touch te schrijven.

Zou er zoiets bestaan als ‘geheugenbedrog’? Ik dacht dat het eerste wat ik me van Charlie Parker herinnerde een biografische schets was in het Prisma-pocketje ‘Jazz, van New-Orleans tot cool’ (de vertaling van J.E. Berendts ‘Das Jazzbuch’ uit 1953). Ik zag de pagina’s nog voor me: de naast elkaar gelegde biografieën van Parker en Gillespie. Op de linkerhelft van de bladzijde ‘Parker geboren in 1920’ en op de rechterhelft ‘Gillespie geboren in 1917’. Enzovoort. Twee levens naast elkaar, zoals je de vier evangelies naast elkaar kon leggen en in een oogopslag de gelijkenissen en verschillen zag. 

Ik wist het zo zeker. Maar in de twee exemplaren die ik nog heb van het boekje, blijken nu twee afzonderlijke biografieën van Parker en Gillespie te staan. Wie weet was mijn oorspronkelijke exemplaar een eerdere druk met toch zo’n synoptische biografie, een vita, een heiligenleven van de twee helden van de bop? Berendts boek is opnieuw verschenen in ’59, ’68, ’73, ’81 en ’89, aangevuld, verbeterd en herschikt. In de Amerikaanse vertaling uit 1992 vind ik, van pagina 89 tot pagina 99, een synopsis van de bio’s van Parker en Gillespie. 

Misschien is wat je je herinnert hooguit de herinnering aan de laatste keer dat je je iets bepaalds hebt herinnerd, in dit geval het verre Prisma-pocketje toen ik de nieuwe, dikke Amerikaanse pocket in handen kreeg. 

Maar wat ik wel nog met zekerheid weet, is dat het lang heeft geduurd voor ik Charlie ‘Bird’ Parker echt heb gehoord. Over hem gelezen, dat wel. Behalve bij Berendt ook in het boek ‘Zes over jazz’(1958). Daarbij hoorde een 45 toeren-plaatje met ‘20 fragmenten jazzmuziek’ van zo’n 20 seconden elk. Helaas geen fragment van Charlie Parker. Want de bop bracht ‘totale ommekeer in de jazzmuziek’ (volgens ‘Zes over jazz’) en was ‘raadselachtig en verwarrend’ – dat las je dan weer in het boekje ‘Jazz’ dat Adriaan Heerkens, ‘hoofdleraar schoolmuziek’, in 1955 aan het verschijnsel wijdde. Hij probeerde iets duidelijk te maken over het grillige ‘rhythme’, de volgens hem toch ‘zeer wankele harmonische basis’ en de ‘vaak slordige phrasering’. 

Ook Heerkens’ boekje had biootjes, met onder meer een postzegelfoto bij van Parker. Andere foto’s vond je in ‘Plaisir du jazz’, de Franse uitgave van Magnumfotograaf Dennis Stocks prachtige boek ‘Jazz Street’. Vooraan werden de foto’s op een uitklappende pagina becommentarieerd door de Franse filosoof en jazzcriticus Michel-Claude Jalard. Wat hij over Parker schrijft, begrijp ik nog altijd niet – het is Frans om heel diep over na te denken. Ter beluistering suggereert hij ‘Koko’ en ’Embraceable You’. Goed zo, denk ik nu. Maar ik had Parker nog steeds niet gehoord. Je bleef naar die foto’s staren tot je bijna iets meende te horen. 

Uiteindelijk was het zover: ik stond in een luisterhokje in de Brusselse Bon Marché, waar je een platenstand had. Mee met mijn moeder op haar maandelijkse bezoek aan het warenhuis mocht ik een ep’tje aanschaffen. Er was er eentje van Charlie Parker: zijn sessie van 30 juli 1953 met ‘Chi Chi’ en ‘I Remember You’. Beluisterd maar helaas niet gekocht. Toch een beetje bizarre muziek, vond mijn moeder, en de plaatjes thuis waren bedoeld voor heel het gezin. Het werd Erroll Garner, ‘Lullaby of Birdland’. Ook mooi. Bizarre intro misschien, maar al bij al fraaie jazz voor alleman. 

Beetje ontgoocheld maar toch eindelijk Charlie Parker gehoord en voortaan op het goede spoor. Diezelfde 30 juli 1953 nam Parker voor het eerst zijn prachtige ‘Confirmation’ op in zijn studio. Voortreffelijk. Gehoord en goedgekeurd. Talloze keren.