Koerian beschrijft de tegenstelling tussen Julien Desprez en Dan Weiss

Op 29 april palmden we de Minardschouwburg in met een double bill: Julien Desprez solo voor de pauze, erna Dan Weiss met band 'Starebaby'. Volgens Koerian Verbesselt resulteerde het programma in een interessante tegenstelling, de welke hij hieronder beschrijft. Geert Vandepoele, onze trouwe huisfotograaf, documenteert met het nodige beeldmateriaal.

Over het algemeen zijn mensen die Iron Maiden t-shirts dragen op concerten slecht publiek voor alles wat buiten het kanonieke (Slayyyeerrrrrrr) metalrepertoire ligt. Toch duikt er elk optreden waar het metaletiket op kleeft minstens één op, tot grote ergernis van omstaanders. Deze algemene concertkennis werd nog maar eens bewaarheid tijdens het ‘Acapulco Redux’ van Julien Desprez. “Stop gewoon”, echode de jonge man meermaals het sentiment dat de rest van het publiek jegens hem koesterde.

Desprez vindt het niet erg. Zijn vorige optreden liep de halve zaal leeg vertelde hij bij een pint. Freeform post harsh noise performance is niet de meest evidente niche, maar de Parijzenaar tekende wel voor het meest interessante optreden dat we in tijden zagen.

Bedacht met gitaar en een leger pedalen, omringd door drie irritant witte lichten, speelde hij met ruimte en ritme. Sonisch was het op het eerste zicht een warboel: rammelende lage percussieve salvo’s werden afgewisseld met ruime postrockachtige progressies en gierende noise solo’s. Melodie, harmonie en songstructuur werden overboord gekeild tot enkel geluid en impact overbleef.

De lichten werden bediend door de gitaar - zo maakten lichtflitsen Desprez (on)zichtbaar op het ritme van zijn spel. Zo werd een interessant ruimtelijk aspect geïntroduceerd en bleef de impact niet beperkt tot het geluid. Het resultaat was overdonderend, bevreemdend en soms beangstigend, zeker voor wie gewend is aan de melodische en gestructureerde metal van Iron Maiden.

Sterdrummer Dan Weiss en band (Starebaby) gooiden het met ‘metal jazz’ over een heel andere boeg. De sterrencast (Craig Taborn! Trevor Dunn!) verkenden, vanuit hun jazz-achtergrond, vooral muzikale aspecten van metal en lieten de zwaarte links liggen. Het resulteerde in een nerveuze, ijl klinkende jazzy set. Het was het soort muziek waar Frank Zappa, Captain Beefheart en vooral John Zorn fans wild van worden: moeilijk te doorgronden, steeds veranderend en virtuoos. Ik vond het moeilijk te volgen en kon de metalinvloeden moeilijk ontwaren. Mijn jazzgeletterdheid reikt dan ook niet bijzonder ver.

Je weet dat er iets gek aankomt wanneer De Bijloke oordoppen ronddeelt. De Bijloke-versie van een metaloptreden vond haar kracht in de tegenstelling tussen Desprez en Weiss. De één ontkleedde zijn geluid tot enkel ruwe impact over bleef, de ander gooide de vuistslag overboord en bouwde een complexe set met wat overbleef.