Bastijn in de klankwereld van de trompet: Young masters #6

Het laatste concert in de reeks Young Masters stond grotendeels in teken van de trompet. Bastijn Steelandt kwam er met plezier zijn bed voor uit, en pent hieronder zijn relaas neer.

Ik bespeur een aparte sfeer in het Kraakhuis. Een matineeconcert, 11u ’s morgens, het blijft voor mij toch een bijzonder gegeven. Zonder grote verwachtingen zakte ik op deze zondagochtend af naar De Bijloke, gecharmeerd door het opzet van de Young Masters-series en volledig klaar om mij te laten verrassen door het jonge talent, o.a. op trompet. Hoewel, bij het aantreden van de musici merkt eenieder in de zaal onmiddellijk de verzameling trompetten op. Met één oog op het programma, wordt het mij al snel duidelijk dat ons een gevarieerd concert te wachten staat.

En inderdaad, we worden op onze wenken bediend. Een sprankelende Bach-vertolking op de piccolo trompet getuigt niet alleen van het jeugdige enthousiasme van de solist, maar ook van diens veelzijdigheid. Met The Maid of the Mist, een spektakelstuk voor trompet, brengt hij ons binnen in de diverse klankwereld van de trompet. In het derde stuk, de Chopin-nocturne, maken we kennis met de pianobegeleider: een man die zich van zijn taak kwijt. Niettemin treedt hij hier op de voorgrond in een ingetogen en lyrische vertolking, een fraaie afwisseling met het eerdere schouwspel van de trompet.

Na een onontbeerlijke passage uit het klassieke trompetrepertoire - het trompetconcerto van Hummel - horen we ook nog eigen werk van de solist. Daarmee hebben we al een uitgebreid deel van de muziekgeschiedenis de revue weten passeren: van barok, over romantiek tot hedendaagse muziek. In de context van de Young Masters neemt de solist hier de gelegenheid te baat om het publiek te laten proeven van muziek van vandaag. Dat deze zes miniaturen zijn ontsproten aan het brein van de uitvoerder zelf, maakt het voor mij alleen maar tot een voorrecht om er getuige van te kunnen zijn.

Tot slot treedt de pianist opnieuw solo op en schotelt ons vuurwerk aan de piano voor. De constante stroom aan noten bulkt van de sprongetjes, net als vuurwerk dat wordt afgeschoten en nadien terug neerdaalt op aarde. Samen met de Gerschwin-prelude is het een ideale afsluiter van de matinee: beide werken zijn een spel van verrassingen en onverwachte wendingen.

Als kers op de taart komt er nog een encore: een jazz standard, misschien wel het enige genre dat op dit diverse programma tot dan toe ontbrak, maar vooral een vrolijke noot om mee te eindigen. Op die manier werd ik aangenaam verrast door deze duik in de trompetliteratuur. Beter kan een zondagochtend voor mij alvast niet starten, terwijl ik met een blij gemoed het einde van het weekend tegemoet treed.