Sprookje, tragedie en ode aan de muziek: Viktor zag het allemaal in het concert van Brussels Philharmonic

Op 4 april passeerde Brussels Philharmonic nog eens, met een avond gewijd aan het muzikale genie van Sergei Rachmaninov. Op het programma stond zijn eerste pianoconcerto, gevolgd door zijn derde symfonie. Viktor Vandaele was onder de indruk, en zag in dit concert niet alleen een sprookje en een tragedie, maar vooral een ode aan de muziek op zich. Missie geslaagd!

Het tribuut aan Rachmaninov begon als een sprookje. Denk daarbij aan een donker woud in de avondschemering, het hoofdpersonage verdwaald en wanhopig zoekend naar de weg terug. Een spannend sprookje, van het soort met veel plotwendingen, wolven die in grootmoeders veranderen en omgekeerd. Al waren er uiteraard weinig details voorzien in dit instrumentale stuk. Maar een kniesoor die daarom treurt.

Muziek is en blijft de kunstvorm bij uitstek die een verhaal kan vertellen zonder daarbij nood te hebben aan enige vorm van achtergrond of details. Terwijl de piano werd aangebracht voor het tweede stuk van de avond, werd een substantieel deel van het publiek getrakteerd op het luidruchtige verhaal van iemands laatste doktersbezoek, maar dit kon de pret niet bederven.

Na het sprookje volgde de Shakespeareaanse tragedie, een typisch geval van onmogelijke liefde, vol jeugdige passie en optimisme, gecombineerd met een tragisch einde. De pianist gaat wild tekeer, als een al jaren gestrande schipbreukeling die tegen de oceaan brult hoezeer hij zijn geliefde mist - en de oceaan die zachtjes terug fluistert dat het hem niet kan schelen - tegelijkertijd melancholisch qua verlangen en bombastisch qua uitvoering.

De avond werd afgesloten met een lichtere noot, een werk dat Rachmaninov tegen het einde van zijn leven schreef, duidelijk gerijpt en weloverwogen. Een episch verhaal met een strakke opbouw, handelend over alle aspecten van het leven. Het had niet misstaan als soundtrack van een nogal populaire fantasy reeks, momenteel toe aan zijn laatste seizoen. De ode aan Rachmaninov was zonder twijfel eveneens een ode aan de muziek an sich. Ontelbare registers werden opengetrokken, harten werden ontroerd, zielen bewogen. Meer kan een mens niet verlangen.