Bea en de muziek van Abdel Halim Hafez: een aangename kennismaking

Op 12 januari baadde onze Concertzaal in een warme gloed van nostalgie: het tribute concert met muziek van Abdel Halim Hafez, gebracht door het Amsterdams Andalusisch Orkest, werd vanuit het publiek uitgebreid bewonderd en bejubeld. Voor Bea Vanelslander was het de eerste keer dat ze deze muziek hoorde, maar wat een aangename kennismaking! Hieronder doet ze haar relaas over een bijzonder concertavond. Check ook de aftermovie, gemaakt door De Centrale.


Verliefd


De James Dean van de Arabische film, de Frank Sinatra of James Brown van het Arabische lied. De vergelijkingen schieten tekort, want Abdelhalim Hafez heeft zijn eigen stijl, zijn eigen muziek, zijn eigen gezicht.

Iedereen kent deze superster. De tienermeiden die gillen, fluiten en meezingen. De bij nader inzien ietwat oudere vrouwen die zich nog eens tiener wanen. De jonge kerels die op de duur evengoed meezingen en uit de bol gaan. De stille genieters die met hun ogen toe achterover leunen met een behaaglijk Disney-gevoel. Iedereen kent Hafez en zijn evergreens. Ik niet. De muziek komt onbevooroordeeld op mij af.

Een man uit Casablanca brengt Hafez en zijn oude, toenmalig vernieuwende muziek tot leven, samen met een geweldige keur aan muzikanten. Een oudere violist straalt één en al rust, wijsheid en aanwezigheid uit. Zijn solo in mineur raakt al onze gevoelige snaren met zowel vreugde als diepe, diepe smart.



Hé, kijk eens naar die blonde violiste. Ze lacht haar kaken rond. Ze kan er niet mee stoppen, een enorme glimlach staat onophoudelijk op haar gezicht. Zou ze verliefd zijn? Ze kijkt opvallend veel naar de jonge blonde violist links van haar. En bij zijn solo barst ze haast van trots. Maar nee, nu gunt ze ook de violist rechts van haar een deel in de vreugde. Haar blik lijkt te vragen: geniet jij hier ook zo van? En dan richt ze haar stralende blik op de zanger, uiteraard ook op hem. Zou ze hém aanbidden, vereerd dat ze het podium met hem mag delen?

Nee, luister toch. Het is de muziek zelf. Het samen spelen, hier en nu dit creëren met al deze muzikanten: de collega's van drie orkesten, de zanger, de gastmuzikanten. Het scheppen van lieflijk glooiende landschappen in de lucht. Het benoemen van de pijn om de condition humaine, het delen van dat lijden tussen al deze harten. Het verzachten van die melancholie. Om dan telkens weer uit te breken in vreugdekreten om het levensvuur dat in ons brandt, en het feest dat we hier en nu kunnen maken.

Maar wacht, al dat habiba, zijn dit niet gewoon banale liefdesliedjes? Juist ja. En de blonde violiste, het is echt niet normaal hoe haar blozende wangen onophoudelijk blijven lachen, ze kan zich werkelijk geen seconde inhouden. En ze stuurt haar glimlacht toch echt wel heel vaak en lang naar de blonde violist naast haar, en kijk, nu geeft hij haar eindelijk ook een klein glimlachje terug. Ze is gewoon tot over haar rode oren smoorverliefd.

Maar wat dan nog? Misschien is er niet zo veel verschil. Kijk naar al die liefde die ze legt in haar vioolspel. Kijk naar die stille vrouw daar in het publiek: ze lacht al even stralend van geluk. En de meezingende jongens achter me, met hun filmende smartphone in mijn nek. De dansende armen voor me in de lucht. Iedereen lijkt wel verliefd. Op de man uit Casablanca? De herrezen geest van de knappe god Abdelhalim Hafez? Nee, we zijn collectief verliefd op deze muziek. Er gaat werkelijk niets boven de interactie tussen muzikanten live te mogen beleven. Behalve dan misschien zelf kunnen meespelen. Ik zou daar ook zitten met zo'n smile!