Willem beschrijft TrioFeniks, in lovende woorden

Verslag van het matineeconcert op 15 november, door Willem Erauw.

TrioFenix! Strijktrio? Anders dan het strijkkwartet of het pianotrio is het strijktrio veel minder bekend in de klassieke kamermuziek. Dat heeft zijn historische redenen, maar blijft ook een beetje een raadsel. Met dezelfde klankkleuren - viool, altviool en cello – heeft het strijktrio toch nooit de status van het strijkkwartet verworven. Minder interessant dus voor ambitieuze musici, maar vandaag treden drie topstrijkers aan, die al jarenlang het TrioFenix vormen en het genre in ons land wat meer aanzien hebben gegeven.

Het Kraakhuis is goed gevuld. Ik ben omringd door een honderdtal veelkleurige dames en enkele grijze heren. Voor het begin van het concert wuiven sommige dames elkaar toe, van de ene naar de andere kant in het brede en heldere kraakhuis. Een gedeeld gevoel te zullen participeren in een uurtje hoge cultuur, weg van de vulgariteit van het alledaagse. Het is opvallend hoe effectief de gecultiveerde dames de strijd tegen de jaren kunnen voeren, in tegenstelling tot de gerimpelde grijsaards.

Dan komen ze op. Cellist Karel Steylaerts, altviolist Tony Nys en violiste Shirley Laub. Wanneer ze zitten vraag ik me af of de frêle violiste wel genoeg weerwerk zal kunnen bieden tegen de twee heren. Schijn bedriegt, want haar blik en haar glimlach doen mijn twijfels teniet.

Ooit gehoord van de componist Jean Cras? Jean wie, hoor ik u denken. Deze vergeten tijdgenoot van de grote Franse impressionisten, werd tijdens zijn leven in één adem genoemd met Fauré, Debussy en Ravel. In enkele kamermuziekwerken, zoals in dit strijktrio, is zijn naam en faam toch gered van de vergetelheid. Zijn echte beroep was militair bij de Franse marine. Hij bracht het zelfs tot commandant van het grootste Franse pantserschip en verdiende zijn strepen tijdens de Eerste Wereldoorlog, waarvan we te weinig beseffen dat het ook een oorlog op zee was.

Zoals Debussy in La Mer de zee wou verklanken, zo wordt Cras ook ‘le musicien de la mer’ genoemd. Schilders zowel als componisten, de impressionisten hebben iets met water, vijvers, meren en zeeën. Tijdens het strijktrio van Cras kon ik me dan ook niet van de gedachte ontdoen in een boot te zitten, op deinende golven. We konden ook horen dat Cras exotische streken heeft bevaren. In het tweede deel van zijn strijktrio gaat het er oriëntaals aan toe. Bijna schaam ik me nog nooit van deze componist gehoord te hebben. Gelukkig wordt zijn eer vandaag gered, en komt hij in dit trio als een feniks weer tot leven.

Drie strijkers, drie karakters. De altviolist heeft iets gezapigs. Een rustige maar zelfzekere bescheidenheid. Ten onrechte zou je denken dat de alto, de middenstem minder belangrijk is dan de viool en de cello. De altviool is het bindmiddel tussen hoog en laag.

De frêle violiste heeft priemende pretoogjes. Ze glimlacht ook vaak, om te communiceren met de andere musici, met haar partituur, en in een enkele blik ook met de zaal. Lichtjes schudden met haar hoofd doet ze ook soms, het toont hoezeer de muziek in haar zit, en zich via haar hand en strijkstok en snaren vermengt met de altviool en de cello.

De cellist is een musicus van het type waarvan je al bij het opkomen ziet: “hier staat iets te gebeuren”. Met zijn blik, met één oogopslag kan hij het publiek raken. Hij heeft een solo pizzicato op het einde van een deel; hij kijkt daarbij niet meer naar de noten maar schuin voor zich naar het publiek. Een licht waw-golfje trekt door de zaal.

Na het trio van Cras staat Steylaerts rechtop en neemt het woord, zijn rechterhand even in de broekzak als teken van nonchalance. “Na een heel onbekende spelen we nu iets van een heel bekende componist”, zo leidt hij het tweede deel in.

Ludwig van Beethoven is de eerste die enkele hoogstaande strijktrio’s heeft nagelaten. Weliswaar zijn het vroege werken, voorbereidingen voor de latere strijkkwartetten, maar toch al helemaal volwaardige meesterwerken. Zijn strijktrio op. 8 draagt als titel “serenade”. Dat klinkt ietwat hoofs, muziek voor vertier of om op te dansen. Het begint al meteen met een zwierige mars, later komt er ook een polka in, en de mars komt terug op het einde. Veel schwung, en tegelijk worden de lyrische en diepzinnige, meer Beethovense passages met even veel tact en meesterschap vertolkt.

Na het applaus en de bloemen staan de dames en heren voldaan op en trekken de zonnige en nog zachte herfstlucht in, naar het STAMcafé, om te klinken op hun gezondheid en op die van onze vorst, want het is vandaag 15 november, koningsdag.

Privacy en Cookies

Deze website gebruikt cookies. U kan dit uitschakelen in uw browser, maar bepaalde delen van de website zullen niet langer werken. Muziekcentrum De Bijloke verwerkt en gebruikt persoonsgegevens bij ticketaankopen.

Alle info in onze privacyverklaring sluiten