Onze eerste stappen met creatieve verslaggeving zetten we in de laatste maanden van seizoen 16-17

 Check hier de eerste 10 resultaten!

Timo bijt de spits af met een jazz double bill

22 maart, Kraakhuis

Timo Meireman observeerde een double bill van twee jazzduo's in het Kraakhuis: Philippe Aerts & Raphaelle Brochet, gevolgd door Bobo Stenson & Palle Danielsson. Met enkele intieme kunstwerkjes in Oost-Indische inkt als resultaat! Hij maakte deze trouwens live in zijn stoel in de zaal.

Volgens Koerian is wat je uit een concert haalt recht evenredig met de energie die je erin steekt

26 maart, Concertzaal

Koerian Verbesselt woonde de uitvoering van Menselssohns Elias bij, en pende achteraf zijn gevoelens bij het verloop ervan neer. Het resultaat is een eerlijk en persoonlijk relaas van een klassieke concertbeleving. 


Mendelssohntmaagding

Ik zal maar meteen beginnen met een bekentenis: ik ben absoluut geen kenner van klassieke muziek. Zo nu en dan luister ik een beetje Bach, Schubert of Shostakovich, en ik kan het modernere werk van Xenakis, Glass of Richter ook wel smaken. Nu recenseer ik wel een hele waaier aan lichte genres, en volgde ik muziekschool, maar de capaciteiten van klassieke orkesten en ensembles beoordelen? Nee, absoluut niet toe in staat.

Onder het motto “als je dan toch een put graaft voor jezelf, graaf je die beter diep genoeg” besloot ik een volledige leek mee te toornen naar de Bijloke. Enter: Sander - slam poet, punkfan, occasionele Wagner-liefhebber en nog nooit naar een klassiek concert geweest.

Elias van Mendelssohn leek een makkelijke opstap, vrij conformistisch, midden-Victoriaans, heel narratief, saai zelfs volgens sommigen. Twee pintjes, enkele belsignalen en het optreden kon beginnen. De eerste maal dat een koor inzet is altijd een ervaring; je vergeet toch telkens weer de gebundelde kracht van een 30-tal getrainde stemmen. Toen het Symfonieorkest Vlaanderen Hilf, Herr! inzette werden Sander en ik ook meteen tegen onze leuning geworpen. Misschien zat de zaal vol getrainde stoïcijnen, of had de gevorderde leeftijd van de meeste bezoekers er iets mee te maken, maar wij leken als enige bewogen.

'Herr, höre unser Gebet!' Concentratie. Sander buigt zich gespannen voorover om ten volle mee te zijn met het stuk, hij wil duidelijk het meest mogelijke halen uit zijn klassieke ontmaagding. Ik besluit hetzelfde te doen. De grijze hoofden in de rest van de zaal blijven mooi recht boven de leuning uitsteken. Kennerspubliek of rugklachten?

Al gauw bleek Mendelssohn misschien niet de beste keuze. Hoewel het stuk vol verwijzingen zou moeten zitten naar Händel en Bach merk ik noch het bombastische van de ene, noch het mystieke van de andere. Felix was duidelijk geen fan van directe emotionele impact - de kuise Victoriaan. Meer concentratie dan maar. Met moeite worstelen we ons het stuk door. Het is niet makkelijk om je in te leven in een 19de-eeuwse vrome, seculariserende religieuze beleving. Interessant is het wel. De vele aria’s bieden met hun directere impact een rustmoment.

Pauze, meer pintjes. De eerste evaluatie: lastig, maar de moeite waard. Slam poet Sander is echter niet onder de indruk van de Oudtestamentische verzen. Het mag dan geen catharsis worden, als tijdsdocument en intellectuele oefening is Elias erg rijk. En dat het goede muzikanten zijn, al kunnen we dat eigenlijk moeilijk beoordelen.

Het tweede deel gaat er bij Sander makkelijker in, hij heeft de Victoriaanse mood plots te pakken. Bij mij verslapt de concentratie een beetje, ik besluit vooral het verhaal te volgen en te genieten van talrijkere aria’s en recitatieven. Moord, honger en blinde devotie gerechtvaardigd door vage voorspellingen op de ingehouden tonen van Mendelssohn, het is een beetje als een IS-video bekijken met Dana Winner op de achtergrond. Het zegt iets over de mentale gezondheid van het Victoriaans publiek. Om maar te zeggen, er is een discrepantie tussen het turbulente verhaal en de eerder rustige muziek.

Het schiet me te binnen dat de meeste mensen tot en met het einde van de negentiende eeuw maar één kans hadden om stukken als deze te horen; geen cd’s, geen YouTube om te herbeluisteren. Eén kans om een groots opgezet klassiek werk volledig op te nemen en te begrijpen. Mijn bewondering voor de Victorianen herneemt.

Tegen 'Herr, es wird nacht um mich', nochtans een persoonlijk hoogtepunt, is het vat een beetje af. Het verhaal ontspint in haar logische conclusie, de muziek blijft interessant, maar mijn hersenen willen niet meer mee.

We verlaten het tweede deel vermoeid, maar met een vreemdsoortige voldoening. Wat je uit klassieke muziek haalt is recht evenredig met de energie die je erin steekt, en Elias’ wreedaardige god mag weten dat we veel energie in Elias hebben gestoken. Hoewel Elias een eerder ongecompliceerd stuk is, zorgt de gereserveerde partituur voor een afstand die lastig te overbruggen viel. Beiden hadden we echter het gevoel dat we wijzer waren geworden, ook al konden we niet meteen zeggen hoe. Verwacht Sander en mezelf alleszins terug in de zaal.

Gedocumenteerde intimiteit door Frederik

30 maart, Kraakhuis

Frederik Mouton was aanwezig op het intieme concert van Silent Music Trio (met Edwin Vanvinckenroye) tijdens het festival Pelgrimage, en maakte onderstaande snapshots. 

Nina liet zich ontroeren door de muzikale reanimatie van een verloren gegane realiteit

31 maart, Kraakhuis

Nina De Vroome keek en luisterde geboeid naar de opvoering van oude liederen door het Franse gezelschap Doulce Mémoire. Naderhand maakte ze onderstaande collage, gebaseerd op haar ideeën bij de voorstelling. Ze schreef er ook een mooie tekst bij. 



"In trage tred kwam het Doulce Mémoire gezelschap de zaal van de Bijloke binnengeschreden. Het ritme van hun voetstappen galmde als een zwerm vogels de ruimte in. De twee zangers hielden kleine boekjes in hun handen, waar ze vroom hun zangteksten uit oplazen.

Zo’n vijfhonderd jaar geleden waren er talloze van dit soort gezelschappen die al musicerend het land doortrokken. In de Renaissance werden bedevaartsoorden druk bezocht en, ook al bestond het idee van een vakantie nog niet, in de naam van het geloof trokken velen het land in. Muzikanten begeleidden de gelovigen om hen moed in te blazen. Deze muziek was van het volk, gezongen in het Italiaans en niet in het hemelse Latijn.

Zo lichtvoetig deze gezangen nu in de zaal rond dartelen, zo eenvoudig hadden ze vervlogen kunnen zijn. Omdat de muziek niet voor koningen of geestelijken geschreven was, maar in de open lucht onder het volk te horen was, waren deze laudes vluchtig als popmuziek. De geschiedenis van gewone mensen die zingend door de straten gaan verstomt, net zoals de echo van hun voetstappen zich tussen de huizen verspreidt en vervliegt.

Maar welk een geluk dat deze muziek bewaard is gebleven en steeds opnieuw tot leven gewekt kan worden! Muzikanten zijn in staat een verloren gegane realiteit te reanimeren. Zo wellen uit hun muziekboeken klanken op die zich verknopen met de gewaden van pelgrims, geflankeerd door rijen cipressen. Geuren van verdord gras en verse vis wellen op - tussen de regels door kan je bijna de visverkoopster haar waar horen aanprijzen. Het is alsof Doulce Mémoire een gewaad opschudt waarachter een glimp kan worden opgevangen van het leven in de zestiende eeuw."

Koerian interviewt Osama: "Ik geef nog steeds niets om labels: ik beluister en speel wat me raakt".

22 april, Concertzaal

Koerian Verbesselt was aanwezig op het concert van Symfonieorkest Vlaanderen, en had vooraf een gesprek met solist Osama Abdulrasol. Koerian studeerde Geschiedenis en Conflict & Development aan de UGent. Hij schrijft veel en graag, en is muzikant, producer en activist. zijn interview leest u hieronder.


Osama Abdulrasol is een Qanunmeester die in 1997 thuisland Irak ontvluchtte en zich in Gent vestigde. Ter ere van een concertreeks rond het thema vluchten van het Symfonieorkest Vlaanderen componeerde Martin Valcke voor hem ‘Maqamat’, een concerto voor Qanun en orkest. Wij bespraken de avond voor de première (op 22 april) Abdulrasols bijzondere muzikale traject en zijn muzikale invloeden.

Mensen benadrukken steeds de veelheid aan invloeden in uw muziek. Ziet u echter ook gelijkenissen tussen de verschillende genres die u gebruikt?

Abdulrasol: Ik groeide op in Irak, zonder middelen en zonder echte muzikale opleiding. Omdat ik geen theoretische achtergrond had, was het concept van muzikale genres me vreemd. Ik luisterde naar heel wat verschillende artiesten, van Irakese muzikanten tot Paganini, maar wist niet tot welke stijlen of periodes ze behoorden.

Vandaag geven mensen muziek labels, zoals metal, folk, techno e.d.m. Dat creëert een afbakening, schept grenzen tussen muziek. Ik had geen idee naar welke muziek ik luisterde en geef nog steeds niets om labels: ik beluister en speel wat me raakt. Dat is exact waar muziek als kunstvorm om draait. Wanneer je in de cinema Star Wars gaat bekijken, wordt die film gauw saai zonder muziek. Muziek laat de film tot leven komen omdat ze een gevoel overbrengt, de beelden op het scherm aanvult. De interpretaties van John Williams' soundtracks door cellist Yo Yo Ma sleuren je mee, niettegenstaande de mengelmoes van verschillende genres.

Het overbrengen van een gevoel is precies de essentie van muziek. Het is de visie waarmee ik schrijf en speel. Dat is ook een deel van wat ik zo leuk vind aan het concerto dat Martin Valcke voor me schreef. Hij kent de qanun en haar technische aspecten, hij begrijpt kwarttonen. Vanuit die kennis maakte hij eenvoudige thema's die ik aanvul met improvisatie op het podium. Vroeger werden concerto's gebracht zoals ze waren geschreven; in dit concerto is er meer plaats voor communicatie - elk concert zal een ander gevoel hebben.

Op welke manier passen uw Irakese roots in dit verhaal?

In Irak hadden synthesizers traditionele instrumenten verdrongen. Wanneer ik in België aankwam, ging ik naar het Zuiderpoorthuis. Daar speelde een Malinese band die, zonder instrumenten te gebruiken, eenvoudige, krachtige muziek maakte. Dit wakkerde bij mij een zoektocht naar nieuwe soorten muziek aan. Ik begon te graven, en verzamelde invloeden van over de hele wereld. Dit eclecticisme komt ook terug in de manier waarop ik me kleed. Wanneer ik met jazzmuzikanten samen speel combineer ik mijn invloeden met die van hen in improvisatiesessies, en creëren we als het ware een nieuwe muzikale boom.

In welke mate beïnvloeden uw ervaringen als vluchteling uw muziek?

Vluchteling zijn is geen makkelijk proces. Veel mensen denken dat je hier komt en alles dan wel vanzelf goedkomt. In realiteit krijg je te maken met een enorme cultuurshock, druk om iets te bereiken, en een berg administratie om je door te werken. Toen ik hier aankwam moest ik leren hoe met een bankautomaat te werken, hoe een tram te nemen, en ook de etiquette is hier helemaal anders. Alles is hier anders, zelfs schrijven: jullie schrijven van links naar rechts, wij van rechts naar links. Dit alles samenbrengen met je eigen achtergrond is heel moeilijk, maar ik ben blij dat ik daarin ben geslaagd; ik ben blij dat ik Belg ben.

Dit komt terug in Maqamat. Normaal draait een concerto om de virtuositeit van een componist op een bepaald instrument, begeleid door een orkest. In dit stuk gaat het meer om het contrast tussen mijn invloeden, mijn eigen muziek en die van het orkest, om de evolutie en het uiteindelijke mengen van die twee invloeden.

Die attitude kenmerkte ook Jedid, uw laatste album.

Jedid betekent ‘nieuw’, maar om een nieuwe muzikale boom te creëren vallen we terug op onze eigen wortels. Heel wat genres worden gescheiden in de ruimte, toch beïnvloeden ze elkaar. Spaanse en Arabische muziek liggen bijvoorbeeld erg dicht bij elkaar. Zo combineert flamenco slaven- en zigeunerritmes met Arabische invloeden.

Jammer genoeg kent racisme over de hele wereld een opgang. Denk je dat muziek daar iets aan kan veranderen?

Kunst kan mensen zeker veranderen. Zo hoorde ik ooit dit zinnetje van George Benson: “I believe the children are our future. Teach them well and let them lead the way”. Ik houd dat nog steeds in gedachten terwijl ik mijn eigen kinderen opvoed. Het komt uit een liedje uit de jaren 1970 en het beïnvloedt me nog steeds.

Wanneer ik voor het eerst naar de gemeentelijke administratie van Antwerpen ging, was de dame achter het loket heel onvriendelijk, ik weet niet waarom. Toevallig kwam ik haar even later na een optreden opnieuw tegen in de backstage van deSingel. Ze was een totaal verschillend persoon, heel vriendelijk. Mij zien spelen als muzikant had veranderd hoe ze me zag.

Een Amerikaanse vriend zei me ooit: “Weten we waar we zijn geboren? De exacte plek? Hoe kunnen we onze plek bepalen, wat maakt van dit land onze plek?”. Wat hij bedoelde is dat de wereld van ieder van ons is. We moeten zorgen voor deze aarde, de andere mensen en het milieu.
 

De ene eekhoorn is de andere niet: Marilou en het KID-concert Boom-Boom

30 april, Concertzaal

Marilou Mouton (9 jaar), dochter van Frederik, is een bijzondere jongedame - spontaan maar evenzeer bedachtzaam. Samen met haar vader mocht ze zich verwonderen over het gebeuren op ons podium tijdens het KIDconcert Boom-Boom, uitgevoerd door deFilharmonie en Brussels Jazz Orchestra, samen met acteur Dimitri Leue. Het verhaal: twee groepen van eekhoorns, met elk hun eigen boom, die elkaar ontmoeten - ofte een verbinding tussen klassiek en jazz. Marilou maakte een tekening op basis van haar gevoel bij de voorstelling, alsook een werkje in klei.





 

Dré Pallemaerts in een collage van beeld en geluid door Jonathan

4 mei, Concertzaal

Jazzdrummer Dré Pallemaerts kreeg van De Bijloke een wildcard. Jonathan De Maeyer was aanwezig op de unieke uitvoering hiervan in de Concertzaal. Hij maakte beeld- en geluidsopnames, waaruit hij achteraf een mysterieuze collage van beeld en geluid uit distilleerde. 

Wat viel Winne op tijdens Ear To The Ground?

13 mei, Bijlokesite

Winne Lievens documenteerde op eigenzinnige wijze ons festival Ear To The Ground, een 'tentoonstelling' van concerten. 

Timo's papieren interpretatie van het Helsinki Baroque Orchestra

17 mei, Concertzaal

Timo Meireman woonde voor de tweede maal een voorstelling bij in De Bijloke, deze keer in de Concertzaal: Helsinki Baroque Orchestra met René Jacobs. Hij maakte tijdens het concert twee minimalistische doch veelzeggende potloodtekeningen. 

Elien knipte en plakte in het Laureatenconcert van de Koningin Elisabethwedstrijd

14 juni, Concertzaal

Elien Ronse had de eer ons laatste concert van het seizoen bij te wonen. Wat haar opviel op en rond het podium was de veelheid aan verticale bewegingen; deze heeft ze gefilmd, en met de beelden stelde ze onderstaande video samen.