Charlie Chaplin, Giuseppe Verdi en Pinokkio hebben één ding gemeen: ze stonden allen op ons programma in maart en april

Ontdek hier wat onze recensenten op papier zetten na (of zelfs al tijdens) de concerten! Eerdere bijdragen zijn hier te vinden.

Nicole werpt haar licht (of beter: inkt) op het filmconcert Modern Times

2 maart, Concertzaal

Ons eerste concert in maart was meteen een voltreffer: de film 'Modern Times' in combinatie met live muziek door Brussels Philharmonic, o.l.v. Dirk Brossé - daar kon alleen maar energie van afspatten. In de zaal werd af en toe hartelijk gelachen met de humor van Charlie Chaplin, ook meer dan 80 jaar na de datum van creatie. Natuurlijk was de muziek even belangrijk als de beelden - we blijven een Muziekcentrum. Ook Nicole Halsberghe genoot van het spektakel. Ze vatte haar indrukken in onderstaande tekeningen/collages.
 

Leonard ging naar de kerk en ervoer de verschijning van El Grillo

3 maart, Sint-Machariuskerk

Het eerste concert in een reeks van vier Machariusconcerten werd gebracht door het semi-professionele kamerkoor El Grillo. Met een programma vol polyfonie uit het Engeland van de late Middeleeuwen en Renaissance betoverden zij de kerk en al haar inzittenden. Voor tekenaar Leonard Cools viel de intimiteit van het concertgebeuren op: "El Grillo bracht hun prachtige passiemuziek voor de Tudors in 'hun eigen' Sint-Machariuskerk".

Nicole schetst Pinokkio (de muziek van Rossini moet je erbij denken)

4 maart, Concertzaal

Het laatste KIDconcert van dit seizoen veroverde menig kinderhart. Het verhaal van Pinokkio is alom gekend, en de sprankelende muziek van Rossini, gebracht door Antwerp Symphony Orchestra, zorgde voor extra betovering in de zaal. Beeldend kunstenaar Nicole Halsberghe liet haar oog uiteraard vooral vallen op het acteerwerk: vol kleur en dramatiek. Ze maakte voor ons twee reeksen van beelden.

Koerian had een hele kluif aan Voorwaarts Maart/En Avant Mars

7 maart, alle zalen

Zoals u hieronder kunt lezen was Koerian Verbesselt af en toe het noorden kwijt tijdens En Avant Mars, ons mini-festival voor nieuwe muziek onder curatele van Headliner vzw. "Als recensent je eigen beleving niet kunnen neerschrijven, het is me wat". Koerian viel terug op verslaggeving en ietwat droog recenseren. "Maar u wilt ongetwijfeld meer pathos. Wie wil kan mij uit de penarie helpen en onderstaande korte verslagen aanvullen met zijn of haar indrukken. Mail ze dus gerust naar De Bijloke en help me een degelijk ervaringsverslag te schrijven", dixit onze ietwat verwarde recensent.

*  *  *

Ik ben gewoon om een lijn te zoeken in iets, een tendens, een verhaal, en de verschillende elementen van een optreden uitvergroot of uitgegomd in te passen in dat verhaal.
Iets grappig dat andere toeschouwers misschien niet hadden opgemerkt, wordt het middelpunt van een vluchtig stuk tekst ter uwer amusement. Zelfs bij grotere festivals is er altijd wel een programmatorische keuze die opvalt, eruit springt. De belevingsverslagen die ik tot hiertoe schreef kwamen dan ook redelijk vlot tot stand. Eén concert, één algemene indruk, makkelijk te ontleden. En Avant Mars was echter een ander verhaal.





De Bijloke wilde vooruit kijken naar hoe de muziek van morgen zou klinken. Ze deed dat echter in zo veel richtingen dat ondergetekende er een beetje duizelig van werd. Er was dus geen lijn. Nu eens was er veel publiek dan weer weinig, nu eens werden we meegetrokken doorheen het gebouw, dan weer zaten we op kussentjes, één keer was de muziek luid, de andere keer weer stil, soms dromerig, dan snoeihard, triest, melancholisch, kwaad... Het was aangenaam multipolair en interessant, maar hoe in godsnaam schrijf je hierover je belevingen neer? Moira op zich biedt een groter scala aan belevenissen dan Disneyland.

De eerste act van de avond was een postapocalyptische samenwerking tussen het Nemo-ensemble, instrumentenbouwer Tim Duerinck en scenografe Leontien Allemeersch. De show kletste alle richtingen uit. Donderende speeches, subtiel strijkwerk en harde drums wisselden elkaar af tegen een achtergrond van aluminiumfolie. Het hele optreden leek gemaakt om je te raken, je een beetje oncomfortabel te doen voelen, van het felle licht in de aluminiumfolie, over de dissonanten, tot plots geschreeuw. Als het stuk echt de toekomstvisie van de jongelingen weergeeft, wil ik niet in hun hoofd zitten. Je kon er tureluurs van worden, maar interessant was het sowieso, waarschijnlijk evenzeer voor de kunstenaars als voor het publiek.

In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden vormden de Impact-concertjes een rustpunt in de hectische avond. De piano en synthmodules van Tryssesoone en Sultana kabbelden weids heen en weer; genesteld in kussentjes liet ik me meevoeren. Het botsen van de klanken van de synths en de piano schiep korte spanningsvelden die even gauw weer oplosten en samensmolten. Nils Vermeulens contrabas en boventoonzang deed dan weer bevreemdend aan, maar ook daar stond het botsen en samensmelten van verschillende klanken centraal.



Binkbeats had ons moeten opzwepen: harde, dansbare 4/4 beats uit een gek instrumentarium. Wij zaten echter neer op de stoeltjes in de grote zaal, geen plaats voor beenuitzwaaierij. Het dwong ons stil te staan bij de muziek en dansneigingen in te tomen. Alleen was er na de agressieve inval van Nemo en de klankbotsingen bij Impact weinig om echt op te focussen. Binkbeats maakt dansmuziek, maar sluw als ie is, probeert hij dat iets te veel weg te steken.

Nietsvermoedend werden we ten slotte een ruimte vol rook binnengeloodst: menig concertganger trok de wenkbrauwen op. Wat volgde was echter een meeslepend stuk gebracht door Headliner, Teddy's Last Ride en Sjoerd Vreugdenhil. Op de tonen van wisselende soundscapes werden we van hot naar her gesleurd om de artiesten een lijfelijke en verhalende performance te zien brengen doorheen heel De Bijloke. Bij wijlen krachtig en rauw, op andere momenten breekbaar en ontroerend. Ik heb eerlijk gezegd geen enkel aanknopingspunt om er iets over te zeggen, maar weet wel dat het heel erg impactvol was.



Christina ziet in B'Rock mooie metaforen voor een rechtvaardige, symfonische wereld

10 maart, Concertzaal

Christina Vanderhaeghe weet een concertervaring steeds te beschrijven in persoonlijke, emotionele termen, maar ook in metaforen voor maatschappelijke verhoudingen. Ook in onderstaand verslag van het concert door B'Rock en sopraan Robin Johannsen, o.l.v. René Jacobs, verheft ze zich boven het onmiddellijk waarneembare en beschrijft ze eigenlijk haar kijk op de wereld en het leven. Het programma van de avond - twee symfonieën van Schubert en enkele opera-aria's van Rossini - was zeker geen bijzaak, maar wel een basis waarop ze kon bouwen, in alle (dichterlijke) vrijheid.

*  *  *

De winter duurt nog even in Gent. Het hele orkest in het zwart gekleed. Een dirigent die van wanten weet met Franz Schubert. Symfonie nr. 1 rolt als een vroege lente over het publiek in de Bijloke.

De trompettisten hebben voorrang om het frisse van het nieuwe seizoen naar hun mond te zetten. Ik hou van de trompet. Geen fanfare zonder trompet. Geen feest zonder een trompet die iets aankondigt, iets vertelt waarover we dromen na een lange grijze winter. Ze klinken fris, niet echt boven maar doorheen de strijkers. Oh ja, hier spelen ook vrouwen op een trompet. En of ze de bloemetjes krijgen van René Jacobs, na de slotakkoorden en het warm applaus.

Maar het zwart van de orkestleden wordt ingehaald én voorbijgestoken als de Amerikaanse mezzo-sopraan Robin Johannsen van zich laat horen. God wat ben ik blij met deze menselijke stem, met deze vrouw in het rood. Aria’s uit de Opera Tancredi van Rossini worden uit de oude doos gehaald. We spreken van 1813, toen Rossini ze componeerde. Had hij deze vrouw horen zingen, hij had zich wellicht geen mooiere uitvoering kunnen voorstellen.

Ze neemt het orkest en de dirigent mee naar verre oorden, naar klanken die harten beroeren zoals ook wij, publiek, overgeleverd aan deze weelde van schoonheid en troost. En of muziek mensen in stemming kan brengen. En of gezongen taal mijn muzikale voorkeur wegdraagt.

Ook de orkestleden bloeien helemaal open in het meespelen met deze vrouw: Johannsen draagt hun muziek, zij dragen haar stem, haar houding, haar rode klank die in de zaal blijft hangen. Tot we met onze handen, met ons geluk om hier te zijn, er weer van los komen. Niet nadat we haar nog één keer hebben gehoord, natuurlijk.

Zij verdwijnt. Het orkest blijft. Ze spelen nog beter, intenser, verfijnder na deze rode passage. Symfonie nr. 6 van Franz Schubert komt als een warme golf binnen. Schubert, de fijngevoelige, de droevige, laat hier bruisende zanglijnen horen. Muziek is zintuigelijk, verandert mijn manier van gewaar zijn, van denken, van in de wereld staan. Een emotionele beleving die ik steeds terug opzoek, in voor- en in tegenspoed. Deze avond in de Bijloke: een prachtig B’Rock ensemble dat zich moeiteloos de schoonheid van het voorbije herinnert.

Uiterst geconcentreerd. Ik heb het altijd vreemd gevonden, hoe zoveel verschillende mensen, verschillende instrumenten als een geheel klinken, niet verbrokkeld door intelligente tegenstellingen - ieder op zijn plaats, op zijn of haar moment, weet precies wat hem of haar te doen staat. Het maakt indruk: orkestleden en dirigent in dienst van de muziek die hen aanspreekt. Geen plaats voor discussie, voor tegenwerk bieden, voor concurrentie: ze zijn er allen nodig, elk met hun instrument. René Jacobs houdt ze bijeen.

Zo hoort het. Zo klinkt het. Een orkest als model hoe mensen kunnen samenwerken, in een gezin, op het werk, in de stad?

Laat me even wegdromen en laten we van de 194 landen waaruit onze wereld is opgebouwd, naast de rivieren, de bossen, de zeeën, de lucht, de maan de zon en de sterren, een muzikaal geheel maken.

Een componist voor een werkbare wereldsymfonie? Het zal helaas niet Stephen Hawking zijn, ook al hoorde hij het heelal zingen.

Christina beschrijft de kracht en de warmte van NEST

11 maart, Kraakhuis

Na 'Caban' in november bracht Theater De Spiegel alweer een voorstelling voor baby's en peuters in ons Kraakhuis. Iets minder interactief spel dan toen, iets meer muziektheater. Maar nog steeds volledig op maat van de allerkleinsten. Christina Vanderhaeghe nam plaats en observeerde het gebeuren, dat voor haar bovenal poëtisch en zachtaardig scheen. De kracht van nestwarmte blijkt duidelijk uit onderstaand verslag.



*  *  *

M’n buurmeisje huilt veel. Overdag na school, ’s nachts. Ik hoor haar huilen, schreeuwen of iets daar tussenin. Mama gaat ermee naar de dokter. Het helpt niet. Op school huilt ze niet.

Zondagmorgen in De Bijloke. Baby’s op mama’s schoot. Peuters in de nek van papa. Nog snel even de papfles vooraleer het spektakel begint. Sommige ouders kennen elkaar, nestelen zich bijeen rond een houten muziekschaal. Een violiste en een zangeres trekken het sprookje op gang, maken muziek met pollepels op de grote schaal die verder uit houten latten bestaat, en een nest in het midden.

De viool wordt opgehangen, aan een kapstok, aan een draad, tot wanneer hij weer het verhaal verklankt. Het verhaal van overvliegende vogels, van kippen en eenden die netjes hun eieren in het nest leggen. De zangeres, Helene Bracke, heeft een prachtige stem, die rust geeft aan de baby’s en aan hun ouders. Sommigen worden zachtjes gewiegd. Anderen kijken toe, oogjes altijd ergens op gericht, aandacht bij het theater, bij de twee vrouwen, bij het nest waarin van alles gebeurt. Baby’s kraaien hier niet, zijn niet onrustig. Integendeel: ze zijn deel van het poëtisch gebeuren. Zo kan ik het best benoemen: poëzie als sfeer, als schone mensen, als klank van twee acteurs en het publiek dat weerklank geeft.

Astrid Bossuyt speelt viool als muzikale draad doorheen het verhaal van de kip en het ei, van snavels als hoeden op een aangezicht, van bewegen in en rond de schaal. Twee vrouwen, in een mooi kleedje, geven zichzelf in kleine stukjes spel, muziek en verbeelding. Ongelooflijk hoe baby’s en ouders bijna een uur in de ban zijn van een zachte landing in en rond het ei.

Er mag op verkenning worden gegaan. Eieren breken open, kuikens verlaten het nest. Zoals deze jonge ouders ooit hun ouderlijk nest hebben verlaten. Zoals baby’s nestwarmte nodig hebben om te groeien, om iemand te worden, om zich veilig te voelen, om op avontuur te gaan, om een maatje tegen te komen.

De voorstelling is zachtaardig, geen schrik voor wat komen gaat. Papa’s en mama’s blijven dichtbij, ook als nà de voortelling de kinderen het speelnest mogen verkennen. Een meisje legt zich op de rug, ogen open. Zou ze nu al dromen? Er gaan speelgoedjes rond. Een kleuter probeert muziek te maken, een beetje te dansen. Een warme zondagmorgen.

M’n buurmeisje huilt. Ook deze week. Haar kamer en mijn kamer zijn door een paar dikke muren gescheiden. Niet dik genoeg. Ik hoor haar, lang. Ik leg muziek op in m’n slaapkamer, luid genoeg omdat ze het zou horen. Een vrolijk vioolstuk. Het wordt stil.

Stef grijpt naar opnieuw naar zijn harp (en zang) 

13 maart, Kraakhuis

Twee harpen, een prachtige mezzosopraanstem en een gevarieerd romantisch en impressionistisch programma. Meer was niet nodig voor een mooi matineeconcert, uitgevoerd door Duo Bilitis. Onze recensent Stef Van Vynckt, ook harpist, nam alweer zelf een stukje muziek op als antwoord op, of eerder verlengstuk van, dit concert, samen met sopraan Franches Dhont. Zet uw volumeknop wat hoger en oordeel gerust zelf!
 

Leonard kleurt Mary Halvorson in het geel

14 maart, Kraakhuis

Mary Halvorson in ons Kraakhuis, dat was muzikaal vuurwerk. Met haar bezetting onder de naam 'Code Girl' imponeerde ze menig jazzliefhebber. Onze man in de zaal, Leonard Cools, maakte onderstaande tekeningen, uitgepuurde portretten van de muzikanten, voor een laatste keer in ons (ondertussen ietwat verouderd) Bijloke-geel. Fotograaf Geert Vandepoele maakte ook een verslag van het concert, alsook van de jam achteraf in ons café. Meer werk van Leonard Cools, dat hij o.a. voor De Bijloke maakte, is van 18 mei t.e.m. 3 juni te zien in de Drongenhofkapel in het Patershol in Gent. 

Timo schetst de contouren van een dialoog tussen oude muziek en dans: S T I L L

15 maart, Concertzaal

Ondanks het annuleren - wegens ongemakkelijks overmacht - van één van de twee dansers, werd S T I L L toch een unieke voorstelling in onze reeks oude muziek. De dans gaf een extra geladenheid aan de intieme uitvoering van melancholische werken van John Dowland en zijn tijdgenoten uit andere landen. Ook Timo Meireman, onze man in de zaal, kon de extra beweging op het podium wel smaken. In zijn tekeningen focuste hij dan ook vooral op de lijnen van bewegende lichamen.

Valerie was onder de indruk van Pieter Wispelwey

16 maart, Concertzaal

Het Symfonieorkest Vlaanderen kiest zijn solisten goed uit. Samen met topcellist Pieter Wispelwey brachten ze dan ook veel volk op de been, voor een programma met drie emotionele werken van Engelse componisten, gecreëerd in de nasleep van de Eerste Wereldoorlog in Engeland. Valerie Teirlinck was enorm onder de indruk van het cellospel van Wispelwey en koos ervoor om een kort stukje poëzie te schrijven over het laatste deel van de avond. "Het stuk van Elgar was een ongelofelijk mooi stuk, ik heb er nog lang van nagenoten", dixit Valerie.

*  *  *

Het slagveld trilt
het kruit sneed in het hart

wieg me
zalf me
strijk me neer in jouw schoot
draag mijn naoorlogse klanken

Ik zal rennen door de waanzin
hoor mijn handen klappen tussen de rozen

Bea is overtuigd van Fidelio's boodschap van liefde en vrede 

18 maart, Concertzaal

De kinderopera Fidelio verkondigde een idealistische boodschap: als we liefdevol in het leven staan en solidaire en rechtvaardige banden aangaan, is de wereld een betere plek. Hiervan dromen is een eerste stap. Deze droom werd in onze zaal voorgesteld in de vorm van een sprookje, met een lach en een traan, op muziek van Beethoven. Bea Vanelslander was volledig overtuigd van de boodschap en basis van deze voorstelling; haar tekeningen spreken dan ook boekdelen.
 


 

Patricia verwondert zich over het energieke Revue Blanche

22 maart, Concertzaal

Revue Blanche op onze planken, dat is meer dan muziek. Dat is muziektheater, danstheater en vooral gedurfd experiment. In onze concertzaal brachten ze dit seizoen werk van Debussy, ingenieus bewerkt door Wim Henderickx, alsook nieuw werk van deze laatste. Patricia Vroman heeft het genoegen haar gedachten bij de voorstelling te delen met ons. Het bleek een aangename (her)kennismaking met De Bijloke en gevoelens van bewondering en verwondering bij Revue Blanche.

*  *  *

Toen ik naar de Bijloke stapte via de ingang van het STAM vroeg ik me af hoe lang het geleden was dat ik nog in de Bijloke was. Ik loop wel eens over de site om door te steken naar de andere kant en ik kom wel eens in het STAM, maar zo echt in De Bijloke zelf? Ik herinner me een ongelooflijk mooie dansvoorstelling, nog redelijk in het begin dat ik voor Gentblogt schreef. Zou het echt 10 jaar geleden zijn?

Ik koos Bilitis uit het programma zonder goed te weten waar ik me aan kon verwachten. De naam deed ergens een belletje rinkelen, ik las de aankondiging in de brochure en zag dat ik op 22 maart nog vrij was. Ik zag Claude Debussy staan en ik kan me daar wel iets bij voorstellen. Het is niet dat ik een cultuurbarbaar ben, maar klassieke muziek is voor mij toch wel grotendeels een blinde vlek.

Het uitgangspunt voor Bilitis is een dichtbundel van Pierre Louÿs. Hij schreef deze aan het einde van de 19de eeuw en liet uitschijnen dat de zinnelijke gedichten geschreven waren door Bilitis, een Griekse dichteres en tijdgenote van Sappho. Het laatste hoofdstuk, dat uit twintig gedichten bestaat, werd oorspronkelijk geschrapt uit schrik voor censuur. Eenmalig werden ze toch uitgegeven en de Albertinabibliotheek in Brussel heeft een exemplaar met dit hoofdstuk. Wim Henderickx baseerde zich op deze teksten voor het maken van nieuw materiaal. De voorstelling werd samengesteld met dit nieuwe materiaal en de muziek van Debussy, al dan niet in een bewerking.

Toen we de zaal binnenkwamen zagen we dat de scène werd ingenomen door een constructie van paravents. Binnen deze kubus stonden de muzikanten en via een lichtspel kregen we de muzikanten van Revue Blanche ook te zien. Het deed me wat denken aan een baarmoeder met een foetus en de echografie die je kan maken. Ik voelde de vermoeidheid van een lastige werkdag plaats maken voor verwondering en bewondering.

Het was eerst moeilijk om de muzikanten en hun instrumenten te onderscheiden maar Frauke Mariën, de danseres, opende langzaam de paravents met de enthousiaste speelsheid van een kind. De muziek kreeg zo voor mij het beeld van een leven. Opgroeien van kind naar volwassene, met de puberende onzekerheid en de twijfels van het ouder worden. Maar ik zag er ook de verschillende fases van een relatie in, van het dolverliefde naar de twijfels en het afscheid.

Bilitis toont de verschillende gedaantes van een vrouw, vertelt het programma, en daar is geen woord van gelogen. Braaf en ondeugend. Kuis en verleidend, handen op het kruis of op de heupen. De camera zoomde in op bepaalde lichaamsdelen. Soms op een subtiele manier, soms redelijk expliciet. Bepaalde stukken van de Franse tekst werden geprojecteerd en hoewel mijn kennis van de taal van de zuiderburen niet slecht is, hielp de projectie wel om de betekenis goed te vatten. Het gaat om heel zinnelijke teksten en als ze worden gezongen of voorgelezen, verdrinkt er wel eens een woord in de prachtige muziek. De stem van de sopraan Lore Binon was soms ook gewoon te mooi om nog naar de woorden te luisteren. Ook de choreografie durfde me wel eens afleiden, bijvoorbeeld toen ze de camera bediende en zo misschien wel de link naar vandaag maakte met online dating en webcams. Of daar deed het mij althans aan denken.

De muzikanten kregen een veel actievere rol dan ik verwacht bij een klassiek concert. Ze bewogen over het podium, ja, ook Anouk Sturtewagen en haar harp, en de paravents werden meermaals verplaatst. Er werd gespeeld met licht en beeld wat voor een heel aparte sfeer zorgde. De ruimte die eerst werd opengegooid werd zo weer geborgen en intiem. De muzikanten werden soms van elkaar afgesloten, dan weer vormden ze een geheel. Een sterk moment vond ik toen ze eerst alle vier op een rij stonden en even later twee van de vier, Kris Hellemans (altviool) en Caroline Peeters (fluit), met hun rug naar het publiek stonden.

Wat heel intiem begon, in de beperkte ruimte omgeven door de paravents, werd opengebroken tot de hele scène, en via de projecties van de tekst en de close-ups van de danseres of de sopraan had je ook wel eens ogen te kort om alles goed te vatten. Hoewel de teksten van de 19de eeuw dateren voelde de voorstelling heel actueel.

Willem luisterde goed geïnformeerd naar Cappella Neapolitana

25 maart, Concertzaal

Een passieconcert in onze concertzaal, daar was Willem Erauw als de kippen bij. Onze verslaggever liet zich vooraf gewillig informeren tijdens de uitgebreide introductie door Sofie Taes in het Kraakhuis. Nadien kon hij des te meer genieten van het concert door Cappella Neapolitana. Met gevoel voor detail geeft hij hieronder een kijk op zijn beleving ervan.

*  *  *

Napels in Gent. Barokke tranen en een Napolitaanse Passie in De Bijloke.

“Ode aan de traan” is de poëtische titel van een matineeconcert met Napolitaanse kerkmuziek op deze winderige palmzondag. Napels associëren we niet vaak met kerk of kerkmuziek, eerder met volksliederen, met frivole en losbandige italiaansheid en alles wat daarbij hoort. Toch was het barokke Napels een belangrijk centrum van vorstelijke en kerkelijke muziekcultuur. Dat leer ik in de introductie voorafgaand aan het concert.

Blijkbaar krijgt het publiek de muziek graag vooraf uitgelegd, want het kraakhuis, waar de introductie doorging, was bijna te klein voor alle nieuwsgierigen. De uitlegster, een welbespraakte jongedame, heeft zich uitstekend multimediaal voorbereid. In een aantrekkelijke powerpoint, waarbij vrolijk tussen beeld en tekst wordt gelaveerd, worden we meegenomen naar het barokke Napels. We vernemen alles over de werken die we zullen horen, en over tradities waarin we dit Stabat Mater en deze passiemuziek kunnen plaatsen.

Een puike inleiding, en ook vestimentair heeft de musicologe over haar presentatie nagedacht. Onder het keurige zwarte colbert komt een rafelig, ultrakort jeansrokje amper tevoorschijn, waaronder de donkere kousen de benen verhullen en langer maken. Des te korter de rok, des te langer de benen, moet ze gedacht hebben. In combinatie met het barokke Napels is het een gewaagd statement.

Boordevol informatie treden we na de introductie naar de concertzaal. Zal ik nu wel onbezonnen genoeg kunnen luisteren? Ik ben alleszins te weinig barokkenner en dito liefhebber om de introductie te kunnen missen. Het Stabat Mater van Scarlatti. Klaar voor de tranen van Maria zak ik in stoel acht op rij twaalf. “Let op de appogiatura”, had de kortgerokte dame ons ingelepeld. En inderdaad, als een ware kenner herken ik de stijlfiguur doorheen de hele Stabat Mater. Grootse barokmuziek, zonder sentimentaliteit of overtollige dramatiek. De tranen worden parels, water wordt kristal.

Na de pauze is er de Johannespassie, of liever La Passione secondo Giovanni, van Gaetano Veneziano, uit 1685. Dat is het jaar dat Bach werd geboren. Het is de tijd van de passies, en dat betekent hier ten lande Bachs Mattheus- en Johannespassies in talloze steden en dorpen. De passiemuziek wordt dan wel in katholieke kerken uitgevoerd, we verbinden de Johannespassie met protestantse strengheid, en Bach met de lutherse leer en het Duits waarin wordt gezongen en beleden. Katholieke passiemuziek, bestaat dat wel? In de introductie hebben we geleerd dat deze katholieke Johannespassie onlangs werd teruggevonden in een Napolitaanse bibliotheek. Hoeveel katholieke Johannespassies liggen er nog onder het stof? We mogen ons aan verrassende, levendige barokmuziek verwachten van een vergeten componist. Dat belooft.

Zoals bij andere passiemuziek wordt ook deze uitgevoerd door een klein barokorkest en drie zangsolisten die de rollen van evangelist, Christus en Pilatus vertolken. De vertolker van de evangelist, de verslaggever, presentator van dienst, ziet eruit als een gemoedelijke jonge man. Een toffe pé - zo heet hij ook: Rafaele Pé. Wanneer hij begint te zingen voel ik een lichte rilling vanuit de zaal, want de man zingt met de stem van een vrouw. Een man met een altstem, een contratenor.

De Christusfiguur ziet er alles behalve als een koning uit. Klein, mager en met een vaal gezicht, weggelopen uit een schilderij van El Greco. Luca Cervoni zingt met een gevooisde tenorstem, ook al niet zo koninklijk. Als Koning der Joden was Christus dan ook geen wereldse koning, leren we uit het passieverhaal.

Qua mannenstemmen komt pas met Pilatus het zware geschut aan bod, een diepe bas. Nadat Jezus gevangen is genomen, is Marco Bussi aan de beurt. De kerel is een kop groter dan Christus, die naast hem staat. Met zijn gitzwarte baard, imposante gestalte en kale kop heeft hij iets van een piraat. We zijn in Napels, het kan ook een maffiabaas zijn, bedenk ik me in de loop van het verhaal. De joden zijn Christus bij Pilatus komen brengen om hem te laten berechten. “Wat moet ik ermee”, vraagt Pilatus, “volgens mij is hij onschuldig”. “Maar hij beweert dat hij een koning is”, roept het volk. “Doe ermee wat jullie willen, jullie mogen hem terughebben”, klinkt het in het Latijn van Veneziano. Zoals een echte maffiabaas laat hij de vuile zaakjes aan de knechten.

De musicologe heeft in de inleiding niets gelogen. Door de vele verrassingseffecten en barokke wendingen is de muziek een spiegel van waar en voor wie ze gecomponeerd werd: Napels, de katholieke kerk, het Spaanse hof, dat over Zuid-Italië heerste. Napels horen, Napels zien. Ik voel de stad, de baai, de Vesuvius. Napels is Leipzig niet, waar Thomascantor de plak zwaaide. Ook al is het muziek die een lijdensweg verklankt, je voelt de zon, het capricieuze Zuiden, in de aria’s en de recitatieven. Bovendien zijn die in het Latijn, niet in het Duits, de ons gebruikelijke taal van de Johannespassie.

Een taal weerspiegelt een mensbeeld, de manier waarin we in het leven staan. Zo klinkt de beroemdste zin uit de Johannespassie totaal verschillend in beide talen. Bij Bach luidt die zin: “es ist vollbracht”. Jezus heeft geleden aan zijn kruis en vindt het genoeg. Vooraleer hij zijn aardse dood sterft zucht hij “es ist vollbracht”. Een geladen, morele boodschap: ik heb mijn taak, mijn plicht gedaan. In het Latijn van Veneziano en zijn zeventiende-eeuwse Napels, hoe klinkt het daar? “Consummatum est”. Alles is afgelopen, spiritueel en ook vleselijk. Je hebt je bord spaghetti leeggegeten en je veegt je mond af, klaar.

Na enkele gezongen Napolitaanse mededelingen en hoge noten van de evangelist houdt het stuk abrupt op. Geen gezamelijke finale met orkest, koor en solisten, geen slotakkoord. Jezus wordt van het kruis gehaald en naar het graf gebracht, klaar. Het is vrijdagavond, sabbat. Het Paasfeest kan eindelijk beginnen, het Joodse Paasfeest waarbij we de uittocht uit Egypte vieren. Consummatum est, Napels zien en sterven.

 

Timo vat Youn Sun Nah samen in enkele lijnen

28 maart, Concertzaal

Een buitenbeentje in onze reeks jazz-concerten: Youn Sun Nah. Deze Zuid-Koreaanse topvocaliste gooide zich op bekende Amerikaanse pop & folk, en gaf de nummers een heel eigen interpretatie, vol emotie en bezieling. Uiteraard werd ze hierbij ondersteund door een ervaren band. Onze man in de zaal, Timo Meireman, vatte het concert in enkele welgemikte lijnen, zoals hieronder te zien. Dankzij fotograaf Geert Vandepoele kunnen we ook in kleur en detail terugdenken aan dit concert.

Graindelavoix in houtskool: Linde zag dat het goed was 

29 maart, Sint-Machariuskerk

Eind maart vond in de Machariuskerk een marathonconcert plaats: vier uren responsoria van Carlo Gesualdo. Dat was niet alleen voor Graindelavoix een beproeving, ook het publiek werd uitgedaagd dit concert 'uit te zitten'. Uiteraard was het allemaal de moeite waard. De grillige muziek en de verbluffende, versmeltende polyfonie creëerden, in combinatie met het onderwerp van het lijden van Jezus, een heel speciaal gevoel in de verduisterende kerk. Gelukkig had Linde Nuyts haar houtskool mee. Zo kon ze ook enkele gefascineerde luisteraars in beeld brengen.
 



Nina's blik op het Stabat Mater van Poulenc

31 maart, Concertzaal

Veel volk op ons podium die zaterdag: Brussels Philharmonic, het Vlaams Radiokoo, sopraan Marion Tassou en Julien Libeer aan de piano. Samen brachten zij een programma gewijd aan Francis Poulenc. De hoofdbrok daarvan, het Stabat Mater, getuigde van een diep geloof en spiritualiteit. Het werk is een 'requiem zonder wanhoop', dixit Poulenc. Het concert inspireerde Nina de Vroome tot onderstaande collega, waarin de grote afwezige schittert in witheid.
 

Geert stelt scherp op Aka Moon & friends

4 april, Concertzaal

Midden in de Paasvakantie vonden heel wat mensen toch de weg naar onze concertzaal. Zij wisten dan ook dat het concert van Aka Moon en heel wat gastmuzikanten hun helemaal zou opladen. De energie (en synergie) spatte van het podium af, met een programma dat gerust als een muzikale wereldreis kan worden beschouwd. Onze huisfotograaf Geert Vandepoele bracht dit geheel in beeld, zodat we er nog eens met een glimlach op terug kunnen kijken.

Linde zet Verdi's kleurrijke energie op papier

14 april, Concertzaal

Bekend volk op ons podium: Antwerp Symphony Orchestra, Collegium Vocale Gent en Philippe Herreweghe. Lang op voorhand was duidelijk dat deze formatie garant zou staan voor een succesrecept op ons podium. Zeker in combinatie met een uiterst prikkelend werk: het Requiem van Verdi. Linde Nuyts onderging dit alles gewillig, en vatte haar indrukken samen in onderstaand beeld. De energie druipt ervan af, zoals ze ook van ons podium droop: kleurrijk, met verrassingseffecten en in totale harmonie.
 

Irmine schetst Impressions de Pelléas

18 april, Concertzaal

Het openingsconcert van muziektheaterfestival Opera21 paste helemaal in het Debussyjaar 2018. Op het programma stond immers een afgeleide van diens 'Pelléas et Mélisande': Impressions de Pelléas, door Marius Constant. De tekeningen van Irmine Remue weerspiegelen de intensiteit van de avond en het innerlijke vuur van de zeer gevoelige, bij momenten zelfs getormenteerde, zangers en pianisten. Haar keuze voor beperkt materiaal (inkt en penseel) sluit aan bij de donkere, sobere scène die het geheel aan kracht laat winnen.

 

Koerian zoekt naar woorden om Canticum Canticorum te beschrijven

19 april, Sint-Machariuskerk

Ons laatste concert in de Machariuskerk dit seizoen betrof een unieke samenwerking tussen drie sterke ensembles. Canticum Canticorum bood een vernieuwende kijk op het middeleeuwse hooglied, in de vorm van een concert-installatie. Onze recensent Koerian Verbesselt liet zich van de ene verbazing in de andere vallen, en beschrijft hieronder zijn gedachten en gevoelens bij deze buiten-gewone productie. 

*  *  * 

Anachronistische passie


Canticum Canticorum, lied der liederen, de weinig bescheiden Latijnse naam voor het oudtestamenteïsche hooglied. Het is een lied van wanhoop, vertwijfeling en passie. ChampdAction, Collegium Vocale Gent en Muziektheater Transparant maakten er een eclectisch bombardement van.

De aankondiging aan de kerk deed majestueus aan, verheven, rustig. Bij het binnenwandelen was het een rustige, bijna meditatieve bedoening. Oké, nachtwinkelborden die ‘OPEN’ schreeuwen is niet de meest subtiele manier om mensen een kerk binnen te lokken, maar de sfeervolle rol aluminiumfolie, rondwarende koorzangers en onbestemde elektrische vogels deden niet meteen een wervelwind vermoeden. De vrijheid tussen de bijna mompelende koorlui te wandelen, de decors langs alle kanten te bekijken en de Machariuskerk op te nemen, gaf het iets museaals.

Algauw begon actrice Alexandra Oppo echter te donderpreken dat het een lieve lust was. Weids, wild en bombastisch gesticulerend schreeuwde Sulamith-Oppo haar verlangen uit in niet mis te verstane bewoordingen. Ze tierde over allerlei onzedigheden met witte hertenbokken en haar borsten die torens waren. Het heeft iets amechtig in Tindertijden, maar het was toen vast heel romantisch. Enig na-onderzoek leert dat Oudtestamentische metafoorverzinners een ongezonde fascinatie voor spijzen, bouwkundige elementen en vee hadden.

Liefde, passie, huwelijk: als we de grote romanciers (en Temptation Island) mogen geloven is het een wereld vol contrasten. Tussen droefheid, deemoed, verlangen en verrukking staan vaak niet meer dan een paar woorden, al dan niet in plat Oostends. Drone! No Wave! Polyfonie! Rock met oosterse invloeden! Nu eens voor het altaar, dan weer in het schip of de zijbeuken. Van kaarsjes naar sfeervolle beelden naar epileptische projecties. Dacht je even een adempauze te krijgen van de hyperkinethische drumtrigger van Oppo, in de vorm van de sublieme koorzangen van Collegium Vocale, werd je alweer bestookt met opwellende klankgolven. Emotie na emotie na emotie sloeg in. Het ging er precies hevig aan toe in die prechristelijke huwelijken. Salomo en Sulamith hebben een relatietherapeut nodig, zoveel maakte de avond alleszins duidelijk.



Zo ergens in het midden verzaakten heel wat mensen, volledig van de kaart, hun rondwandelvrijheid. Ze zegen verward neer op de kerkbanken of groeiden wortels in het midden van de kerk. De rollercoaster was hen te veel geworden. Het muziektheater-triumviraat van dienst vertaalde 117 verzen oud testament in een clash tussen mystieke koorzangen en een ruw machinegeweer voor dopaminehunkerende facebookgeconditioneerde millennialtijden. Van spirituele rust naar een nietsontziende zwerm.

Gelukkig ben ik een millennial en schrijf ik al enige tijd over muziek en concerten die gezonde mensen als 'laweit' en 'tjingeltjangel' bestempelen. Bovendien ben ik na tien afleveringen strapatsen van Kevin, Mezdi, Deborah en Tim wel wat gewend. (Al lijkt “Och, dat Gij mij als een Broeder waart, zuigende de borsten mijner moeder!” zelfs voor de pop-up sterren van de Nederlandstalige reality een brug te ver. Stoute Oudtestamenteërs.) Ik zwierde mij van hot naar her in de Machariuskerk en liet me mee toornen in de woelwaters van de liefde. Of toch die van onze postmoderne Sulamitische.

Het was interessant, ruw, bevreemdend, eclectisch, stormachtig, onafgewerkt, mooi, lelijk, triest, bizar. Eerlijk gezegd weet ik een paar dagen later nog altijd niet wat ik ermee aan moet. Achteraf gezien heb ik geluids- en beeldtechnische opmerkingen te over, maar op het moment zelf overheerste de overdondering. Zelfs ontworteld door een anachronistische wervelstorm blijft passie vluchtig. 

Bram miste wat diepgang en samenhang bij La Maison Vague, Celine zet dit gevoel om in een korte video

20 & 21 april, LOD-studio

Deze lente werd de muziektheatervoorstelling La Maison Vague twee maal vertoond, in het kader van Opera 21, en dat in de studio van productiehuis LOD. Bram Verlinde ging op vrijdag kijken, Celine Vandeweghe op zaterdag. Bram formuleert hieronder zijn kritische blik op de voorstelling, terwijl Celine haar indrukken omzette naar een korte prikkelende video.

*  *  *

"De wereld van de zeemansliederen was mij tot op heden vrij onbekend. Daar bracht de voorstelling ‘La Maison Vague’ van beeldend kunstenaar Patrick Corillon, componist Thomas Smetryns, regisseur Dominique Roodthooft en muzikant Fabian Coomans in een productie van LOD zowaar verandering in.

Met een verhalende aaneenschakeling van oude zeemansliedjes of shanty’s, illustere zeebonkvertelsels en allerhande maritieme voorwerpen trachtte dit gezelschap de zeldzame pracht van deze wereld voor ons te verbeelden. Met matig succes, bleek voor mij persoonlijk achteraf. Om als voorstelling een echt geheel te vormen, bleef deze te vaak haperen in een ad hoc aaneenschakeling van losse delen. Hierdoor miste het enige diepgang en noodzakelijke samenhang om echt te beroeren. De gekozen invalshoek - wat betekenen traditionele liederen en cultuur nog voor ons vandaag? - is best wel interessant, maar verdiende een scherpere aanpak.

Kortom: La Maison Vague was even een intrigerend etnografisch huis om te verblijven, maar bleef uiteindelijk toch iets te vaag om enigszins of blijvend te beklijven.
 
 

Elina is vol lof over de Classical Music Rave

21 april, alle zalen

In april werd voor het eerst in België een Classical Music Rave georganiseerd. Het concept bestaat eruit om klassieke muziek op een andere manier te beleven dan de meest bekende: in een concertzaal muzikanten observeren vanuit een stoel. We kunnen zeker stellen dat de missie geslaagd is: quasi alle zalen van ons Muziekcentrum stonden in dienst van een prikkelende en gediversifieerde beleving van muziek, muziektheater en andere tussenvormen.

Elina Spura dwaalde de hele nacht rond, van de ene ruimte in de andere, en liet zich gewillig meevoeren op de vernieuwende tonen van de Rave. Haar indrukken beschrijft ze hieronder, en goot ze ook in een beeld. De foto's zijn dan weer van de hand van onze huisfotograaf Geert Vandepoele.

*  *  *

Zaterdag 21 april was De Bijloke the place to be; de Classical Music Rave - “Laten we dansen op Prokofiev" - is een nieuw concept om een groter publiek te laten proeven van klassieke muziek. Een zoveelste muzikale nieuwe ervaring, maar deze keer vanuit een ander perspectief op klassieke muziek, en de ontwikkeling ervan. De Bijloke zorgde voor diverse locaties: de concertzaal, het kraakhuis, een auditorium, café, kapel, vestibule, foyer en rotonde. Elke ruimte had een andere sfeer. Hier was duidelijk voor elk wat wils.

Als opwarmer of afsluiter van de avond kon het kraakhuis bekoren, met relaxatie en schrijvers die hun verhalen in een gunstige sfeer vertellen. Als je een avontuurlijke, nieuwsgierige geest had en in de jaren '20 van de vorige eeuw wou duiken, kon je terecht komen in een dansbare wereld, met up-tempo klassieke muziek (met een sterke beat) in de concertzaal. Ook de dorst kon gelaafd worden ter plaatse, in het café boven, met smaakvolle drankjes met op achtergrond nog een vleugje muziek en kleine scènes, de ‘aria-karaoke’.

Bruist er diep vanbinnen nog een mix van tiener en hippie in je hart, dan moest je in de foyer zijn, waar ook grime en haar kappen een plaats kregen. Bij behoefte aan interactie, kon je proberen om naakten in het auditorium te tekenen, of animatie te bekijken of te schilderen in kapel en vestibule, of om sumo-gevechten in de rotonde te zien, met uiteraard live muziek op de achtergrond. Een nacht om nooit te vergeten en een nacht vol verrassingen, waarbij veel artiesten uit België, Nederland en andere landen elkaar ontmoetten.

Omdat er zoveel locaties waren, besloot ik me te concentreren op de artiesten die me het meest intrigeerden.
DJ Gabriel Prokofiev, kleinzoon van, stond in de concertzaal. In de eerste plaats was ik natuurlijk nieuwsgierig vanwege zijn achternaam. De mix van klassiek met beats op vinyl en live viool, plus de enorme geanimeerde projecties op de muren van de concertzaal, was fantastisch! Het is moeilijk om te beschrijven welke emotie(s) het precies bij het publiek teweeg heeft gebracht maar duidelijk was dat er werd gedanst.

Er was eigenlijk niets dat ik niet leuk vond, en de mensen rondom mij deelden, naast een dresscode, ook een enorme glimlach. Mooi georganiseerd! Iedereen die van iets nieuws wou proeven en voor 100% in een cultuurbad wou duiken moest die nacht duidelijk in De Bijloke zijn.

Guy zet BOHO Strings en Allegra Giagu in zwart-wit 

25 april, Concertzaal

Guy Verstraete houdt van kleine ensembles, muziek met een beperkte bezetting. Zijn voorkeur gaat ook uit naar oude muziek, maar met het concert van het strijkorkest BOHO Strings en mezzo-sopraan Allegra Giagu kwam hij alsnog uitgebreid aan zijn trekken. Ondanks het weinige licht op zijn zitplaats, slaagde hij er alweer in enkele prachtige portretten ter plekke neer te pennen - of moeten we zeggen: krassen? En ook zijn foto's zijn steeds van hoge kwaliteit... 
 


Elina over geluid met een 'bokaal-effect' en het Kraakhuis als 'een bus zonder wielen'

26 april, Kraakhuis

Eind april woonde Elina Spura een matineeconcert bij. Hieronder beschrijft ze haar perceptie van de muziek, de muzikanten en het publiek - aangevuld met een tekening, geïnspireerd op de performance van de twee muzikanten.

*  *  * 

Donderdagnamiddag 26 april was het Kraakhuis van De Bijloke een ontmoetingsplaats voor liefhebbers van kamermuziek. Pianist Krzysztof Stypulkowski en cellist Georgina Sànchez leverden Sergei Rachmaninovs ‘Sonate voor cello en piano in g’ en Alfred Schnittkes ‘Sonate voor cello en piano nr. 1’.

Deze concertervaring was weer iets nieuws voor mij. Vorig evenement dat ik bijwoonde was in de Concertzaal, een enorme ruimte inclusief het podium voor muzikanten. Deze keer in het Kraakhuis: intiemer, geen podium.

Het geluid had een soort van bokaal-effect: geconcentreerd en krachtig. Ik vond het brede klankbereik dat de cello aanbood indrukwekkend - zoveel nuances, kleuren. De composities van Rachmaninov spreken altijd voor zichzelf, hoewel de sonate die vandaag gespeeld wordt niet de meest populaire van zijn hele werk is. Dus voor iemand als ik, die dacht aan de energie die meestal als een rode draad door Rachmaninovs composities gaat, was het een verrassing hoe sereen, subtiel en geduldig de componist ook kon zijn. Dat had ik verre van verwacht.

De sonate van Schnittke vond ik de meest opwindende, en de meest 'martelende' - blijkbaar ook voor de muzikanten. Voor sommige mensen stond de complexiteit van dit stuk misschien te hard in contrast met het de stralende donderdagzon buiten, maar ik vond het fantastisch - al leek het decor daar ook een rol in te spelen. Ik waande me in een bus zonder wielen, met volle snelheid op de berg des onheils!

Het meest verfrissende werk was het laatste, geschreven en uitgevoerd door Georgina Sànchez: ‘La ciudad del cielo’ (De stad van de lucht). Een verademing na het werk van Schnittke. De lichte, zonnige compositie was puur bevredigend en werkte als een kleine verrassing omdat ze niet in het programma stond. Het leek alsof het publiek dit nodig had, als een soort van tweede adem.

Georgina Sànchez en Krzysztof Stypulkowski toonden hun muzikale kwaliteiten door deze composities ten gehore te brengen. Het publiek kon volgen hoe ze beiden genoten van het spelen. Hoe goed ze samen speelden? Het was verre van hun vuurdoop. Dit weet ik omdat deze twee artiesten een onafhankelijke muziekprijs hebben gewonnen voor het beste klassieke muziekalbum van het jaar 2016.

Prachtige locatie, professioneel duo, sterke compositiekeuze. Georgina Sànchez’ presentatie was weliswaar soms wat te theatraal. Daar waar je ze aan het begin van het concert zag als kalme, bezielde artieste, deed ze me op het einde denken aan een 'raggedy-pop'. Schnittkes compositie was al sterk genoeg, haar theatrale, zelfs agressieve lichaamsbewegingen waren dus ietwat overbodig, volgens mij. Desondanks was dit concert geweldig - als deze artiesten nogmaals langskomen, aarzel dan niet.
 

Viktor bestreed een grijze zondagochtend met een mooi concert door jong talent

29 april, Kraakhuis

Het voorlaatste concert in onze reeks van Young Masters werd bijgewoond door Viktor Vandale. Het was zijn eerste concert in De Bijloke - een gemoedelijke introductie tot de wonderwereld van klassieke concerten, ook op zondagochtend. De muzikanten van dienst speelden harp en dwarsfluit, en brachten een voor Viktor verbazingwekkend gamma aan stijlen en gemoedstoestanden ten berde. Lees hieronder zijn relaas!

*  *  *

Het was één van die al te typische Belgische zondagochtenden op 29 april, met net genoeg regen om mensen te doen twijfelen om naar buiten te gaan en een wolkendek dat de herinnering aan alle andere kleuren dan het grijs doet vervagen. Voor hen die alsnog dapper genoeg waren de elementen te trotseren: het uitgelezen moment om af te zakken naar de Bijloke om troost te zoeken in het optreden van het Sloveense duo Blaz Snoj (dwarsfluit) en Tea Plesničar (harp).

Om nog wat verder te gaan in de clichématige vooroordelen: de combinatie van enkel harp en dwarsfluit als instrumenten, lijkt alleen maar te kunnen afstevenen op traditonele Keltische folk à la Alan Stivell, ofwel al te zeemzoete of melancholische engelenmuziek. Snoj en Plesničar bewezen echter dat zij en hun instrumenten heel wat meer aankunnen. Op de korte tijdspanne van een uur trokken ze alle registers open, van beheerst en ingetogen, over vrolijk en enthousiast tot haast dansbaar en jazzy. Zonder meer wonderlijk hoe twee mensen en hun instrumenten zoveel verschillende gemoedstoestanden konden opwekken.

Bijzonder fascinerend was het om Snojs linkervoet als visuele begeleider in de gaten te houden tijdens het concert. Eerst stabiel op de grond rustend, vervolgens half opgeheven in betekenisvolle suspense om daarna heen en weer te wiegen op de golvende akkoorden, geeft die als een professioneel danser perfect de sfeer aan, daarin – al dan niet bewust - bijgestaan door Plesničars expressieve gelaatsuitdrukkingen, die op zich een voorstelling van een uur hadden kunnen voorzien.

Het regende nog steeds lichtjes na afloop van het concert, maar ondanks de tegenwerking van de Belgische weergoden, slaagden Blaz Snoj en Tea Plesničar erin iets moois naar buiten te dragen, de hoopvolle belofte van een nieuwe lente.