Mauro Pawlowski - Extase

nieuws

Eén tel.

Toestand van buiten zichzelf geraken door middel van zielsverrukking. Toestand van geestvervoering waardoor je jezelf niet bent. Toestand waarbij men met open mond en weggetrokken pupillen op de knieën valt, de handpalmen ten hemel gericht. Toestand waarvan men ongecontroleerd gaat kronkelen, onstabiel ronddraaien, op en neer hoppen als een kleuter, akelig lachen, blij huilen. Toestand van onaangepastheid,  mogelijk drugsgerelateerd, leidend tot algemene verbijstering en afkeuring, zeker tijdens de kantooruren. Toestand met toestanden.

Toestand met toestanden.

Iedereen weet wel wat extase zo ongeveer betekent, maar wie kent de ervaring? De loterijwinnaar, de wereldbekerwinnende penaltyzetter, de schaarsgeklede stranddanser na inname van een pretpil, de vrijwillig aan een keldermuur geketende politicus met leren masker op, de solist die met dramatische hoofdbewegingen triomfantelijk zijn climax van de avond afwerkt, de onder een brandende zon zichzelf tot bloedens toe kastijdende processieganger, de doorsnee seriemoordenaar, enzovoort; jezelf simpelweg ophitsen tot een verhoogde staat van opwinding lijkt me niet echt te voldoen aan de eisen van de ware extase. 

Als ik het enigszins kan inschatten, afgaande op wat ik er zoal over las, heeft echte extase helemaal niets met hysterie te maken, maar wel met kalmte en rust. Meer iets dat zich afspeelt in een neutrale toestand van tranquiliteit, waarbij het ik zo goed als verdwijnt. Van die dingen. Een meeslepende grenservaring onder een atmosfeer van onpersoonlijke liefde op het fundament van eindeloze leegte. In die trant. Eerder dan de belofte van dolle euforie in het hier en nu blijkt extase meer een streefgeval van 'liever nergens dan overal', zoals het prachtig wordt uitgelegd in de mystieke klassieker ‘De Wolk van Niet-Weten’. Fascinerende omschrijvingen, maar zeer moeilijk om er iets bij voor te stellen. 

Als ik het enigszins kan inschatten, heeft extase helemaal niets met hysterie te maken, maar wel met kalmte en rust.

Het ligt totaal niet in mijn bedoeling om mezelf te profileren als een rabiate scepticus omtrent deze materie, maar komt het er uiteindelijk niet op neer dat niemand echt weet waarover we het hier in godsnaam hebben? Waar ik me wèl wat bij kan voorstellen is het net iets haalbaarder niveau van een irrationele ervaring, zoals beschreven staat in deze fragmenten uit een gedicht van Dèr Mouw: 'Kent iemand dat gevoel: 't is geen verdriet, 't is geen geluk, geen menging van die beiden; 't hangt over je, om je, als wolken over heiden, stil, hoog, licht, ernstig; ze bewegen niet. (...) Je denkt: nooit was het anders; tot mijn wezen ben 'k al zo lang van sterflijkheid genezen. Je weet: niets kan mij deren; ik ben Hij.' 

Ongeveer wat daar staat heb ik - zulke ervaringen vergeet men niet - tweemaal in mijn leven voorgehad. Een keer op wandel in New York en een keer in de bus naar Ford Genk. De ene situatie duidelijk wat romantischer dan de andere. De sensatie kwam totaal onaangekondigd, nam alles volledig over en verdween weer voordat ik het goed en wel besefte. Maar nazinderen deed het nog lang, meer bepaald tot vandaag. 

De sensatie kwam totaal onaangekondigd, nam alles volledig over en verdween weer voordat ik het goed en wel besefte.

Ondertussen wacht ik nog altijd op meer van hetzelfde, wat het ook geweest mag zijn. Misschien wel een uiterst specifieke malfunctie in de hersenen, waarbij er plotseling een pseudo-extatische stof vrijkwam. Een opiaat-agonistische variant op adrenaline, ik zeg maar wat. Maar helaas, een derde keer kwam er dus nog niet. Want, wederom helaas, dicteert een mysterieuze natuurwet dat het uiterst onnatuurlijk blijft om het hemelse paradijs hier zomaar even op tijd en stond te openbaren. Het is werkelijk altijd iets. Terwijl de hel zich natuurlijk doorlopend binnen handbereik bevindt, alsof het niks kost. 

Een mysterieuze natuurwet dicteert dat het uiterst onnatuurlijk blijft om het hemelse paradijs hier zomaar even op tijd en stond te openbaren.

Want het oproepen van wat men noemt een demonische extase blijkt eerder een fluitje van een cent te zijn, gezien de ontelbare getuigenissen van millennia geleden tot nu. 'Iets dergelijks overkwam eens nonnen, geprofest volgens de strenge regels van Brigitta, in een klooster niet ver van Xanten gelegen. Ze werden op vreemde wijze gekweld waarbij sommigen in de lucht sprongen en geblaat en gruwelijke geluiden uitstootten' (uit: ‘De Praestigiis Daemonum’, door Johan Wier, geneesheer, 1515-1588). Wie de actuele variant hierop eens wil gadeslaan, moet maar even op zoek gaan naar beelden van personen onder invloed van Flakka, een nieuwe, zeer democratisch geprijsde synthetische drug. Mijn favoriet is het filmpje van de naakte man die ergens op straat het gezicht van een bewusteloze man probeert te verorberen. En daar spijtig genoeg gedeeltelijk in slaagt. Zombie Holocaust in het echt. 

Het zal waarschijnlijk zijn reden weer hebben, die eeuwig aanslepende, vervloekte onkunde om levend en wel overvallen te worden door ware extatische gelukzaligheid. Nu, in verhouding tot de verpletterende meerderheid van andere kosmische organismen is het verschijnsel mens toch maar een zeer recentelijk gebeuren. Wetenschappers schatten op een generatiekloof van 13,7 miljard jaar tussen wij als soort en de plotsklapse zelfverwekking van onze ouderlijke of fundamentele krachten (nucleaire, elektromagnetische en zwaartekracht). De mensheid zit dus onverbiddelijk nog een tijdje vast in haar kosmische kleuterfase. Waardoor we voorlopig tot niet veel meer in staat zijn dan stampvoetend en bleitend over de grond rollen, teneinde een evolutionaire versnelling af te dwingen. Maar van wie of wat? 

De mensheid zit onverbiddelijk nog een tijdje vast in haar kosmische kleuterfase.

Het gaat hier gewoon veel te traag vooruit. Zoekend naar een praktische oplossing stootte men op een geannoteerde uitspraak van iemand uit Gods eigen advocatenteam, Meister Eckhart. Het doet het ergste vermoeden: 'Er is voor God geen groter belemmering dan de tijd. En niet alleen de tijd maar ook de in de tijd gelegen dingen'. God heeft het dus te druk met andere zaken. De eenzijdige overeenkomst die we met Hem tekenden, bevat clausules uit de tijd van de pre-kosmos, waar wij nu de dupe van zijn. Maar geen enkele mens kan zich daar iets van voorstellen, wegens acuut onbestaand destijds in pre-tijd. Je zou voor minder in onafgebroken angst en vertwijfeling leven, en blijvend rare en onbeholpen principes erop nahouden. Theoloog en Lutheriaan Rudolf Otto zegt daar het volgende over: 'In de godsdienstgeschiedenis manifesteert zich het inzicht dat, in het begin van de beschaving, religie overal op vrijwel dezelfde wijze ontstaat, zich ontwikkelend vanuit een grondslag van vreemde en verwarde gemoedstoestanden en ideeën zoals deze zich herhalen met verbluffende overeenkomsten en regelmaat onder de verschillende soorten bevolkingsgroepen aan het begin van hun gehele culturele ontwikkeling en vaak zo volhardend, dat haar invloed duidelijk waarneembaar is in de meer ontwikkelde religies en culturen’. Zo hoort u het eens van een expert. 

Een globale extase die het tijdperk van de post-mens inluidt - wat dat ook moge betekenen - u en ik gaan het alvast niet meer meemaken. Iedereen één met het universum -Teilhard de Chardins punt omega - het zal nog niet voor volgende week zijn. Iets wat men pakweg 2000 jaar geleden ook al ergens besefte, met alle wanhoop van dien, getuige de traditie van het zichzelf troostend voorliegen. Het was toen eveneens elke dag hopen en wachten op een gezamenlijk evolutionair moment van verlossing. Zoals in 2 Petrus 3:9: 'De Heer is niet traag met het nakomen van zijn belofte, zoals sommigen menen; hij heeft alleen maar geduld met u, omdat hij wil dat iedereen tot inkeer komt en niemand verloren gaat'. Het zal wel, Heer, het zal wel. Maar als ik mezelf even mag riskeren aan het stellen van een persisterende vraag: weet U wel wat voor een belachelijk onredelijk geduld zoiets vergt? Je zou voor minder radicaliseren.

Iedereen één met het universum - het zal nog niet voor volgende week zijn.

Waarom dit alles nu eenmaal zo werkt en andermaal onherroepelijk zo is in deze ons opgedrongen onderwereld heeft mij echter nooit helemaal geboeid. Het idee dat achter elke diamant van een weldoordachte filosofie wellicht een nog meer verblindend exemplaar te ontdekken valt, maakte mij al bij voorbaat motivatieloos. Na de schoolplichtige leeftijd hierover verder gaan studeren, al was het maar voor de sport, kwam dan ook nooit bij me op. Dus laat maar zitten. Vooralsnog neem ik genoegen met Wittgensteins 'het is niet hoe dingen zijn in de wereld wat mystiek is, maar dat ze bestaat'. En dat is dat.

Aangezien ik het bestaan van de wereld niet betwist, heb ik reden genoeg om heel deze pseudorationele oerkwestie met veel plezier finaal te seponeren. Waarom ook niet, er wordt al zoveel beweerd. Zelf heb ik helemaal geen eigen filosofie. Wel een hoop best interessante gedachten over vanalles en nog wat, maar een rasechte filosofie? Al kwam hij van een ander? Echt niet. Toch moet men zich ergens aan vastklampen om de dag door te komen, anders loopt het hoe dan ook slecht af. Ik zoek mijn troost daarvoor bij de kunsten. 

Men moet zich ergens aan vastklampen om de dag door te komen, anders loopt het hoe dan ook slecht af.

Nochtans stuk voor stuk uitvindingen van menselijke makelij, die kunsten, dus per definitie tragisch ontoereikend. Elk werk een met trillende handen haastig uitgeknipte silhouette van de schaduw van een koortsige omschrijving van het bestofte spiegelbeeld van een innerlijk landschap dat na veel bidden en smeken voor een milliseconde opklaart, uit derde hand en tegen betaling naverteld door een nerveuze engel in een verlaten steegje. Een plek van afspraak die vanop afstand bekeken één en dezelfde krappe, luchtledige doorgang blijkt te zijn tussen Michelangelo's trek-eens-aan-mijn-vingerachtige toenadering tussen God en mens in De schepping van Adam. Een doorgeefluikachtige opening als vergiftigd godsgeschenk; een sluis waardoor kunst, een broodkruimel in een fluwelen doosje, in cadeauverpakking  wordt opgestuurd naar gebieden door hongersnood getroffen. Met vriendelijke groeten. Maar het is tenminste iets, dat amper grijpbare hebbedingetje. En triest genoeg meer dan genoeg om er toch een oeverloos genot uit te halen. Generaties lang. Wat een regelrechte smartlap is het heelal toch. 

De kunsten zijn stuk voor stuk uitvindingen van menselijke makelij en dus per definitie tragisch ontoereikend.

Doch dit allemaal terzijde. Men neme een stap terug en begint het verhaal helemaal opnieuw, na eens flink de keel geschraapt te hebben en met verstrengelde handen de vingers goed los te kraken. Men hangt het kosmonautenpak, vuil van sterrenstof, weer aan de kapstok en neemt dan terug plaats achter de laptop op de keukentafel, ergens op aarde. 

Een ervaring die iedereen ziel met een buitenissige liefde voor muziek wel kent, is het moment van extase op mensenmaat tijdens steeds dezelfde korte passage van een specifieke opname of uitvoering. Een zeer persoonlijke ervaring die niet altijd te delen valt met een andere extase op mensenmaat hongerige ziel met een buitenissige liefde voor muziek. Iedereen heeft zo zijn of haar Moment in muziek.

Iedereen heeft zo zijn of haar Moment in muziek.

Mijn sinds tijden meest intense Moment als ziel - een Moment sinds kort voor onbekende tijd voorbij, mijn Moment van ziel hongerig naar extase op mensenmaat, met een buitenissige liefde voor muziek, dat ik dacht van 'hé, wie we daar hebben, als dat God niet is' - voltrok zich reeds bij eerste beluistering van Zelenka's 'Lamentationes Jeremiae Prophetae', in een opname van The Chandos Baroque Players. Laat ik het Moment gemakshalve God noemen, zodat niemand weet waarover we eigenlijk spreken, zeker geen filosoof en/of (on)gelovige. Iedereen gelijk voor deze Wet van Liever Nergens Dan Overal. God, naam die niet ijdel in taal kan worden omgezet, tenzij men voor de sport in hinkstapsprong op krukken de weg verder wil afleggen met een gebrekkige definitie. 

Nu vermoed mijn ziel met buitenissige liefde voor de per definitie tragisch ontoereikende muziek dat we hier te maken hebben met een afgod van de pseudo-extase, maar het is beter dan niks. Véél beter dan niks, als ik deze Lamentationes beluister. Maar goed, Zelenka dus. Waarom hij en niet een ander? Wie zal het zeggen? En wie kan het wat schelen?

Nu vermoed mijn ziel met buitenissige liefde voor muziek dat we hier te maken hebben met een afgod van de pseudo-extase, maar het is beter dan niks. Veel beter dan niks.

Mijn Moment, God hebbe mijn buitenissig hongerig, liefhebbende ziel, mijn Zelenka Moment uit Lamentationes Jeremiae Prophetae, het duurt welgeteld één tel van één akkoord. Meer is het niet. Niet meer dan een seconde. En dan is het gedaan. Weg is God weer. De mini-extase vervloog, een achteloos uitgeperste flatus, als bij iemand die een eenzame boswandeling maakt diep in de kosmische smartlap. 

't Hangt over je, om je, als wolken over heiden'. Eén akkoord, één tel, één seconde in neutrale liefde, zo goed, dat Ik dat verdwijnt, en Niemand gaat verloren. 'Je weet: niets kan mij deren; ik ben Hij'. Hij in de bus naar Ford Genk. Eén akkoord, één tel, één punt omega. Het zal wel, Heer, het zal wel. Eén seconde. Hé, wie we daar hebben, als dat God niet is. Niet is. Niet is. Liever Nergens is. Belemmerd door de tijd. 'Je denkt: nooit was het anders'. Eén akkoord, één tel, één seconde, één, één, één, één, één. Eén.